De Ware Kijk op - I

WKI-1

Algemene beschrijving

Germania in zijn geheel wordt van de Galliërs, de Raeti en de Pannoni gescheiden door de rivieren Renus en Danuvius, van de Sarmati en de Daci door wederzijdse vrees of bergen. De rest is omringd door de Oceaan, die uitgestrekte zeebaaien en immense eilanden bevat, waar zich pas onlangs bekend geworden volken en koningen bevinden, die door de oorlog zijn ontdekt. De Renus, die in de Raetische Alpen op een ontoegankelijk gebied ontspringt in een snelle loop, buigt een weinig naar het westen en stort zich in de noordelijke (lees: westelijke) Oceaan. De Danuvius stroomt zachter en langzamer vanaf de berg Argoba langs verschillende volken totdat hij met zes stromen in de Pontische Zee vloeit, en een zevende uitmonding zich in moerassen uitstort” .
Sarmati Sarmati 48,48-02,70
Galliërs Galliërs 48,87-02,33
Pannoni Pannoni 49,23-07,00
Raeti Raeti 49,55-02,75
Daci Daci 49,77-04,03
Germania, Tacitus Germania, Tacitus 50,60-03,38
Renus Renus 50,90-02,08
Danuvius Danuvius
WKI-2

Het stamland van de Germanen

Die aan de Oceaan wonen, noemen zich Ingaevones (St. Inglevert), die in het midden Hermiones (Hermies) en de andere Istaevones (Estevelles), termen en benamingen die men in de latere literatuur nauwelijks meer tegenkomt. In Germania zijn meer stammen of volken te onderscheiden, zoals de Marsi (Marcq bij Calais), de Gambrivi (Cambrin), de Suevi (bij Kortrijk) en de Vandili (Waudignies). Het woord Germania schijnt van jonge oorsprong te zijn en nog niet lang in gebruik, pas nadat de eerste Germanen de Renus (Schelde) overgestoken waren en de Galliërs verdrongen hadden. Zij noemden zich eerst Tungri (Doornik), daarn a Germanen. (Opmerking: wanneer gaat men eindelijk Tungri met Doornik vertalen, en niet m et het foutieve Tongeren, om van Thüringen maar helemaal te zwijgen?) De Germanen, vervolgt Tacitus (3), zijn geweldig in de strijd. Zij zingen in hun schild, dat zij als klankbord gebruiken. Asciburgium, een nog altijd bestaande stad op de oever van de Renus
Schelde, zegt hij, is met Agrippina
Keulen de enige steden die Tacitus noemt. De gangbare interpretatie van Asberg voor Asciburgium kan derhalve definitief naar het rijk van de fabelen verwezen worden. Er w aren twee Asciburgium: Aken en Auchy
au
Bois. Tacitus bedoelt de laatste, daar Aken noch aan de Renus noch aan de Schelde ligt. Nijmegen en Xanten kent hij niet! Geen wonder, want daar woonde geen germaanse stam, aangezien er in zijn tijd alleen militairen aan het pionieren waren. De Germanen ontlenen hun kracht voor een groot deel aan het feit (4), dat zij zich nooit met andere volkeren vermengd hebben. Dorst en warmte verdragen zij slecht; beter echter koude en honger, omdat zij hieraan gewend zijn door hun klimaat en hun grond.
Hermiones (Hermies) Hermiones (Hermies) 50,12-03,03
Istaevones (Estevelles) Istaevones (Estevelles) 50,47-02,92
Gambrivi (Cambrin) Gambrivi (Cambrin) 50,50-02,73
Vandili (Waudignies) Vandili (Waudignies) 50,55-03,80
Germania Tacitus Germania Tacitus 50,60-03,38
Suevi ( Kortrijk) Suevi ( Kortrijk) 50,83-03,27
Ingaevones(St. Inglevert) Ingaevones(St. Inglevert) 50,87-01,73
Marsi (Marcq bij Calais) Marsi (Marcq bij Calais) 50,95-01,95
WKI-3

Oorsprong en zeden van de Germanen

In de hoofdstukken 5
2 7 geeft Tacitus lange uitweidingen over de leefwijze en zeden van de Germanen, waarin geen geografische details voorkomen maar enige bijzonderheden toch het citeren waard zijn. Overigens is het bekend (16), dat de volken van Germania niet in steden wonen. Zij houden zelfs niet van aaneengesloten huizen; zij leven gescheiden en afzonderlijk al naar gelang een bron, een akker of een bos hen bevalt. H u n dorpen bouwen zij niet op, zoals bij ons, met naast en tegen elkaar geplaatste huizen, maar iedereen zet zijn huis neer op een vrije ruimte, ofwel om het brandgevaar te vermijden, ofwel omdat zij geen andere bouwmethode kennen. Zij hebben ook geen bakstenen of pannen; voor al hun gebouwen gebruiken zij ruwe boomstammen zonder zich te bekommeren om schoonheid of streling van het oog. Sommige delen van de huizen worden zorgvuldiger afgepleisterd met zuivere en blinkende aarde, die op schilderwerk lijkt en kleuren vertoont. Zij hebben ook de gewoonte om gaten in de grond te graven, die zij van boven afdekken met een grote stapel bran d h o u t, waardoor zij een schuilplaats voor de winter krijgen en een opslagplaats voor het graan. door deze kelders immers verzachten zij de hevigheid van de kou. Ook gebeurt het dat een vijand die hen overvalt, wel rooft wat hij ziet, maar dat hem ontsnapt wat verborgen en ingegraven is, omdat hij niet weet w aar hij het zou moeten zoeken. (17). Om zich te kleden, gebruiken zij een mantel, die vastgehouden w ordt door een broche of speld, of bij gebrek daarvan met een doorn. Zij brengen hele dagen d oor bij hun haard en h aardvuur zonder iets anders aan te hebben. De rijksten onder hen onderscheiden zich door hun kleding, die niet zwaaiend is zoals die van de Sarmatae en van de Parthi, maar eng om de ledematen gesloten. Zij dragen ook dierenhuiden. Die dichter aan de kust wonen doen dit nogal nonchalant; zij die meer in het binnenland wonen met meer zorg als lieden wie de handel niet veel kans 15 tot opschik biedt. Daartoe kiezen zij die delen van de huiden uit met de meeste vlekken van hun monsters (oerossen), die de uiterste Oceaan (Atlantische Oceaan) voortbrengt. De vrouwen kleden zich niet anders dan de mannen, maar dragen ook dikwijls linnen klederen die zij met purper versieren. Het bovenstuk van hun kleding loopt niet uit in mouwen. Hun armen en borsten blijven bloot; ook boven de borst blijven de armen en de schouder onbedekt.
Germania, Tacitus Germania, Tacitus 50,60-03,38
WKI-4

Landbouw

Wat de landbouw betreft: de dorpen nemen bezit van een zekere oppervlakte grond in overeenstemming met het aantal van de werkers. D it wordt verdeeld overeenkomstig de rang van de families. De grote omvang van de velden vergemakkelijkt de verdeling. Zij nemen elkjaar nieuwe velden in gebruik en nooit hebben zij gebrek aan land. Daarom ook bekommeren zij zich niet erom door huil arbeid te wedijveren met de vruchtbaarheid en de grote omvang van hun gronden, om wijngaarden te planten, weiden aan te leggen of tuinen te bevloeien. Van de aarde verwachten zij enkel de oogst. Zo komt het ook, dat zij in hetjaar slechts enkele seizoenen kennen: de winter, de lente en de zomer, waarvoor zij ook eigen namen hebben. Wat de herfst betreft, hiervan kennen zij noch de naam noch de vruchten.
Germania, Tacitus Germania, Tacitus 50,60-03,38
WKI-5

Volkeren in Germanie en aangrenzende gebieden

Eerst merkt hij op, dat niet altijd met zekerheid te zeggen is, waar een bepaald volk vandaan is gekomen. Da a r moet van onze kant de opmerking aan worden toegevoegd dat, w anneer Tacitus over een “ volk” spreekt, men zich niet te vlug een beeld moet vormen van een volk met een groot woongebied. Uit zijn verdere relaas blijkt integendeel, dat hij betrekkelijk kleine bevolkingsgroepen opsomt, meestal vastgeknoopt aan een bepaalde stad of plaats. Derhalve, gaat Tacitus verder, tussen het Hercynisch Woud (bij de Katsberg), de Renus (Schelde) en de Moenus (Maas) wonen de Helveten (Helfaut), even verder de Boii (Boëseghem), twee gallische stammen die dit land ingenomen hebben. De naam van Bohemia bestaat er nog en getuigt van oudheid, al zijn de bewoners veranderd. Hij weet niet, of de Aravisci (Aire
sur
la
Lys) uit Pannonia (Duitsland) afkomstig zijn of een deel van de Osi (Ochtezeele) vormen, of omgekeerd, want zij hebben nog dezelfde taal, wetten en zeden.
Pannonia Pannonia 49,23-07,00
Germania, Tacitus, Germania, Tacitus, 50,60-03,38
Aravisci (Aire-sur-la-Lys) Aravisci (Aire-sur-la-Lys) 50,63-02,40
Bohemia Bohemia 50,67-02,45
Boii (Boëseghem) Boii (Boëseghem) 50,67-02,45
Hercynisch Woud (bij de Katsberg) Hercynisch Woud (bij de Katsberg) 50,80-02,48
Osi (Ochtezeele) Osi (Ochtezeele) 50,82-02,40
Helveten (Helfaut) Helveten (Helfaut) 50,88-02,43
Moenus (Maas) Moenus (Maas) 51,72-04,83
WKI-6

Onderscheiden stammen of volken in het oosten

De Treveri (Trier) en de Nervii (Bavay) beroepen zich altijd op hun germaanse afkomst en distanciëren zich zelfs met enige nadruk van de Galliërs. Langs de Renus (Schelde) wonen de Vangiones (Wannehain), de Triboci (Troisvaux) en de Nemeti (Atrecht). De Ubii (Aubigny
en
Artois), gaat Tacitus verder, zijn een romeinse kolonie geworden en noemen zich nu bij voorkeur Agrippinenses
Keulen (29). Zij zijn de rivier overgestoken en hebben zich daar gevestigd, in het geheel niet beschaamd over hun afkomst, om het rijk te beschermen. Tacitus zegt nadrukkelijk dat de Ubii van Keulen uit het noorden van Frankrijk kwamen, waar Caesar overigens (ca. 50 vóór Chr.) herhaaldelijk met hen in kontakt is geweest. Caesar heeft de streek van Keulen nooit bereikt.
Treveri (Trier) Treveri (Trier) 49,75-06,63
Nemeti (Atrecht) Atrecht 50,28-02,78
Nervii (Bavay) Nervii (Bavay) 50,30-03,78
Ubii (Aubigny-en-Artois) Ubii (Aubigny-en-Artois) 50,35-02,58
Triboci (Troisvaux) Triboci (Troisvaux) 50,40-02,35
Vangiones (Wannehain) Vangiones (Wannehain) 50,57-03,27
Germania, Tacitus Germania, Tacitus 50,60-03,38
Agrippinenses (Keulen) Agrippinenses (Keulen) 50,93-06,95
WKI-7

Bataven en Mattiacen

Onder deze naties (wij zitten met Tacitus onmiskenbaar in het noorden van Frankrijk!) vallen de Batavi (Béthune) op door hun moed. Zij bewonen een niet zo groot gebied aan de zeekust, maar ook een eiland in de Renus (Schelde) Zij zijn afkomstig van de stam der Chatti (Katsberg), weken om interne moeilijkheden uit en werden een deel van het romeinse rijk. Zij hebben de eer en het voorrecht van een oude alliantie met de Romeinen, nota bene: reeds onder Julius Caesar! Zij ondergaan niet de schande van de andere stammen, die overwonnen en verdrukt werden. Vrij van lasten en belastingen stellen zij zich voor de krijgsdienst bij de Romeinen beschikbaar. In dezelfde verhouding staat het volk van de Mattiaci (lees: Wattiaci, Watten); hun w oonplaats vindt men op de kust (nl. van het Flevum of Almere). Voor het overige zijn zij gelijk aan de Batavi, al kregen zij van hun land en klimaat nog meer moed aangeboren. Het valt bijzonder op, dat Tacitus hier en overigens elders in “Germania” de Morini (Terwaan) en de Menapii (Cassel) niet noemt, zodat aan de hand van de stammen en plaatsen, die hij wèl en die hij niet noemt, vrij nauwkeurig kan worden vastgesteld wat in zijn tijd in het noorden van Frankrijk onder Gallië of onder Germania gerekend werd. In het algemeen valt dit precies samen met wat Caesar ca. 50 vó ó r Chr. al dan niet veroverd had.
Batavi (Béthune) Batavi (Béthune) 50,53-02,63
Germania, Tacitus Germania, Tacitus 50,60-03,38
Morini (Terwaan) Morini (Terwaan) 50,63-02,25
Chatti (Katsberg) Chatti (Katsberg) 50,80-02,48
Menapii (Cassel) Menapii (Cassel) 50,80-02,48
Mattiaci (Watten) Mattiaci (Watten) 50,83-02,22
WKI-8

Chatti

Naast deze, zegt hij met nadruk, waarbij hij de Batavi en de Wattiaci op het oog heeft (30), wonen de Chatti (Katsberg) in het Hercynisch Woud, een minder uitgestrekt en minder moerassig land dan de andere distrikten van Germania. De heuvels zetten zich voort en het Hercynisch Woud strekt zich nog verder dan hun gebied uit. Dit volk kenmerkt zich door een nog steviger lichaamsbouw, beweeglijker ledematen, dreigender gezicht en groter geestkracht. Het lijkt erop dat Tacitus eeuwen “avant la lettre” de Vlaamse Leeuw beschrijft! Waar andere volken naar de strijd gaan, trekken de Chatti “ ten oorlog” . Zij onderscheiden zich in verschillende opzichten van de andere stammen (31). Tacitus beschrijft hier het huidige Vlaanderen en niet de streek van Wiesbaden, waar men ten onrechte de Chatti en de Wattiaci gelokaliseerd heeft. Overigens zegt hij nadrukkelijk, dat de Batavi en de Chatti naast elkander woonden, zodat de Betuwe en Wiesbaden beide fout zijn.
Wiesbaden Wiesbaden 50,08-08,25
Batavi Batavi 50,53-02,63
Germania, Tacitus Germania, Tacitus 50,60-03,38
Chatti (Katsberg) Chatti (Katsberg) 50,80-02,48
Hercynisch Woud Hercynisch Woud 50,80-02,48
Wattiaci Wattiaci 50,83-02,22
WKI-9

Usipi en Tencteri

Onmiddellijk naast de Chatti (Katsberg) bewonen de Usipeti (Weppes) en de Tencteri (Tangry) het land van de Renus (Schelde) (32). De Tencteri zijn beroemd door hun cavalerie; de Chatti hebben met hun infanterie niet méér glorie behaald dan de Tencteri met hun cavalerie. Van kindsbeen a f tot op hoge ouderdom gaan zij om met paarden. Caesar verhaalt (De bello Gallico, IV, 4) dat de Tencteri zich in het gebied van de Menapii (Cassel) vestigden. De bijzonderheden over de paarden en de cavalerie van de Tencteri doet ons onweerstaanbaar denken aan Picardië, dat tot in de moderne tijden de meest gevreesde huurlingen in de Europese legers leverde. Naast de Tencteri (Tangry) woonden voorheen de Bructeri (Broxeele) (33). Hun gebied is nu ingenomen doo r de Chamavi (Camphin) en de Angrivarii (Angres). De Bructeri (Broxeele) zijn door de naburige stammen vervolgd en verdreven; men zegt dat zij meer dan 60.000 man verloren hebben in die onderlinge strijd tussen de stammen. Moge ’t zo blijven, zegt Tacitus kwaadaardig; de onderlinge h aat tussen de stammen kan onze zaak alleen ma a r te stade komen!
Tencteri (Tangry) Tencteri (Tangry) 50,47-02,35
Usipeti (Weppes) Usipeti (Weppes) 50,58-02,88
Germania, Tacitus Germania, Tacitus 50,60-03,38
Chatti (Katsberg) Chatti (Katsberg) 50,80-02,48
Menapii (Cassel) Menapii (Cassel) 50,80-02,48
WKI-10

Dulgubini, Chasuarii en Frisii

In de rug (34) van de Angrivarii (Angres) en de Chamavi (Camphin) vormen de Dulgubini (DouIens) en de Chasuarii (Cattenières) de grens, met nog enige andere minder bekende stammen. Recht daartegenover wonen de Frisones (West
Vlaanderen). Men onderscheidt naar gelang hun krachten de Grote en de Kleine Frisones. Deze twee stammen worden omsloten door de Renus (Schelde) tot aan de Oceaan en bewonen enorme meren, die de romeinse vloten bevaren hebben. Wij hebben geprobeerd in deze streek de Oceaan uit te dagen. Men zegt dat de “Kolommen van Hercules” er nog bestaan (Cap
Gris
Nez en Cap
Blanc
Nez). Drusus Germanicus (die de haven van Boulogne aanlegde) heeft het evenmin aan moed ontbroken.
Chasuarii (Cattenières) Chasuarii (Cattenières) 50,13-03,33
Dulgubini (DouIens) Dulgubini (DouIens) 50,15-02,35
Angrivarii (Angres) Angrivarii (Angres) 50,42-02,75
Chamavi (Camphin) Chamavi (Camphin) 50,52-02,98
Germania, Tacitus Germania, Tacitus 50,60-03,38
Frisones (West-Vlaanderen) Frisones (West-Vlaanderen) 51,22-03,23
WKI-11

Chauci

Eerst komt het volk van de Chauci (Chocques), dat bij de Frisones begint en een deel van de kust bezet, maar zich uitstrekt langs alle stammen, die ik heb genoemd, om te reiken tot bij de Chatti (Katsberg). Dit grote gebied wordt overigens niet door de Chauci alleen ingenomen. (Hier geeft Tacitus een duidelijke vingerwijzing, dat men de gebieden van de onderscheiden stammen niet te stringent of te absoluut moet trachten a f te bakenen met territoriale grenzen. Eerder moet gedacht w orden aan de situatie in Afrika, waar de inheemse stammen wel een eigen grondgebied, een moederland hebben, maar overigens zeer vermengd door elkaar heen wonen.) De Chauci zijn wellicht het nobelste van de germaanse volken: rechtvaardig, zonder ambities, zonder geweldpleging, niet oorlogszuchtig, geen dieven of rovers, m aar als het nodig is, staan zij met veel m anschappen en paarden gereed. Hun rust doet geen afbreuk aan hun faam (36). In de flank van de Chauci (Chocques) en de Chatti (Katsberg) leven de Cherusci (Chérisy), die lang in vrede hebben geleefd, te lang, want zij hebben zich door de naburige en sterke stammen laten verdrukken, voornamelijk door de Chatti (Katsberg). De naburige stam van de Fosi (Fosseux) heeft datzelfde lot ondergaan.
Cherusci (Chérisy) Cherusci (Chérisy) 50,23-02,92
Fosi (Fosseux) Fosi (Fosseux) 50,25-02,57
Chauci (Chocques) Chauci (Chocques) 50,53-02,57
Chauci (Chocques) Chauci (Chocques) 50,53-02,57
Germania, Tacitus Germania, Tacitus 50,60-03,38
Chatti (Katsberg) Chatti (Katsberg) 50,80-02,48
Frisones Frisones 51,22-03,23
WKI-12

Cimbri

In deze punt van Germania (37), dicht bij de Oceaan (lees: Atlantische Oceaan), wonen de Cimbri (Simencourt), tegenwoordig een klein volk ma a r groot in roem. Er bestaan nog machtige overblijfselen van deze stam, zoals kampementen en steden, wier uitgestrektheid vandaag de dag nog getuigt van de vroegere grootheid. Onze stad (Rome) was in het 640ejaar van haar bestaan, toen voor het eerst de naam en de wapens van de Cimbri tot ons doordrongen. Tacitus berekent dat dit ongeveer 210 jaren gelden was. Hij somt eveneens de mislukte veldtochten op van Caesar, Drusus, Tiberius, Nero, Varus en Germanicus tegen de Germanen, welke tegenslagen voor de Romeinen hij voor een groot deel aan de Cimbri toewijst. In Caesar’s “De bello Gallico” spelen de Cimbri een grote rol, zodat hun lokalisatie in het noorden van Duitsland, volgens sommigen in Denemarken, de zoveelste historische farce is, daar Caesar zo hoog niet is geweest, noch enig Romein na hem. Caesar zegt wel dat zij van oorsprong Germanen waren, in Gallië binnengevallen, doch hij brengt hen herhaaldelijk in verband met zijn strijd tegen de Teutonen (Thiembronne) en de Nervii (Bavay), zodat hun aanwezigheid in Frankrijk lang vóór Chr. vast staat. Veel naamkundige relikten hebben de Cimbri en Teutonen niet achtergelaten, wat verklaarbaar is daar Tacitus zegt dat deze stammen in zijn tijd feitelijk al verdwenen waren of opgelost in nieuwe stamnamen waar de plaatsnamen meer gingen overheersen. Verband met de Cimbri kan worden gezien in: Simencourt; Simencordel, gehucht van de gemeente Beaumetzles
Loges; Siracourt bij St. Pol; en Simberg, gehucht onder Wierre
Effroy. Afleidingen van de Teutonen zijn vermoedelijk de plaatsnamen: Thiembronne; Doudeauville, in oude vorm bekend als Tutioville; Todincthun, gehucht van Audincthun; Toutendal of Totendal, gehucht van de gemeente Alette; Tatinghem bij St. Omaars. Een nog duidelijker voorbeeld is Mont des Teutins onder de gemeente Rinxent bij Marquise.
Oceaan (lees:Atlantische Oceaan) Oceaan (lees:Atlantische Oceaan) 49,93-01,08
Cimbri Cimbri 50,27-02,65
Germania Germania 50,60-03,38
Germania, Tacitus Germania, Tacitus 50,60-03,38
WKI-13

Suebi (Suevi)

Nu, zegt Tacitus (38), moet ik spreken van deSuevi(bij Kortrijk), die niet zoals de Chatti (Katsberg) en de Tencteri (Tangry) één volk vormen. Zij bezetten het grootste deel van Germania, en zijn verdeeld over verschillende stammen met afwijkende namen, ofschoon zij de algemene naam van Suevi dragen. In zeden en gewoonten onderscheiden zij zich van de andere stammen. Talloze malen vermeldt Caesar de Suevi, met wie hij in Frankrijk tot militair treffen kwam. De plaatsnamen Swevegem en Swevezeele in de omgeving van Kortrijk en Brugge zijn zonder veel twijfel relikten van de naam Suevi. Het oudste en nobelste volk van de Suevi (39) zou dat van de Semnoni (Sempy) zijn, een vreemd volk met wrede riten. Caesar noemt hen de Senonen en vol20 gens zijn gegevens bevond deze stam zich vlakbij het door hem in het noorden van Frankrijk veroverde gebied. Tacitus zegt dat de Semnoni (Sempy) wel 100 “ pagi” (hij bedoelt natuurlijk: dorpen) bewonen, en dat zij door hun aanta l de mächtigsten onder de Suevi zijn.
Tencteri (Tangry) Tencteri (Tangry) 50,47-02,35
Semnoni (Sempy) Semnoni (Sempy) 50,48-01,87
Germania Germania 50,60-03,38
Germania, Tacitus Germania, Tacitus 50,60-03,38
Chatti (Katsberg) Chatti (Katsberg) 50,80-02,48
Swevegem Swevegem 50,80-03,33
Suevi(bij Kortrijk) Suevi(bij Kortrijk) 50,83-03,27
Swevezeele (in de omgeving van Kortrijk en Brugge) Swevezeele (in de omgeving van Kortrijk en Brugge) 51,03-03,20
WKI-14

Langobardi

De Langobardi (Lompret) integendeel (40) danken hun roem aan hun klein aantal. Omringd door veel machtige stammen hebben zij in de strijd hun zelfstandigheid behouden. Dan komen de Reudignes (Ruitz), de Aviones (Avion), de Anglii (Englos), de Varinni (Warneton), de Eudoses (Houdain, 2x), de Suardones (Sequedin), en de Nuithones (Noeux, 2x), die door rivieren en bossen beschermd worden. Deze stammen onderscheiden zich nergens door, behalve door hun verering van Nerthus, d.w.z. Moeder
Aarde, waarvan zij denken dat deze tussen de stammen verblijft en zich met de mensen bemoeit. Op een eiland van de Oceaan is een heilig woud, waarvan gezegd wordt dat de godin er woont in een overhuifde wagen. haar verering is omgeven met grote feesten en mysterieuze riten, onder andere een bad van de wagen in een meer. Dit deel van de Suevi (41) strekt zich uit tot aan de verste streken van Germania.
Nuithones (Noeux) Nuithones (Noeux) 50,23-02,18
Aviones (Avion) Aviones (Avion) 50,40-02,83
Eudoses (Houdain) Eudoses (Houdain) 50,45-02,53
Reudignes (Ruitz) Reudignes (Ruitz) 50,47-02,58
Germania, Tacitus Germania, Tacitus 50,60-03,38
Suardones (Sequedin) Suardones (Sequedin) 50,62-02,98
Anglii (Englos) Anglii (Englos) 50,63-02,97
Langobardi (Lompret) Langobardi (Lompret) 50,67-03,00
Varinni (Warneton) Varinni (Warneton) 50,75-02,95
Suevi Suevi 50,83-03,27
WKI-15

Hermunduri

Dichter bij ons, “om nu de Danuvius te volgen zoals voorheen de Renus”, vindt men de stad van de Hermunduri (Hermelinghen), die niet alleen handel drijft op de kust, maar ook een van de briljantste kolonies is van de provincie Raetia. Bij de Hermunduri is de bron van de rivier de Albis (Aa), eertijds een beroemde en welbekende rivier, waarover men nu nauwelijks hoort praten (namelijk, omdat de Albis (Aa) van tevoren herhaaldelijk werd genoemd in de oorlogen tegen de Germanen, die ten tijde van Tacitus niet meer voorvielen) (42). Bij de Hermunduri (Hermelinghen) leven de Naristi (Nabringhen), dan de Marcomanni (Marconne) en dé Quadi (Quiestède). De Marcomanni zijn de voornaamsten in glorie en macht; zij hebben hun land op de Boii (Boëseghem) veroverd. De Naristi en de Quadi doen niet voor hen onder. Deze streek is als het ware de “ gevel” van Germania aan die kant van de Danuvius (Aisne). De Marcomanni en de Quadi hebben tot heden hun koningen behouden, wier gezag steunt op dat van de Romeinen. Het detail over de bron van de Albis, de franse Aa, klopt ter plaatse perfekt.
Raetia Raetia 49,55-02,75
Marcomanni (Marconne) Marcomanni (Marconne) 50,37-02,05
Germania, Tacitus Germania, Tacitus 50,60-03,38
Boii (Boëseghem) Boii (Boëseghem) 50,67-02,45
Quadi (Quiestède) Quadi (Quiestède) 50,68-02,33
Naristi (Nabringhen) Naristi (Nabringhen) 50,75-01,87
Hermunduri (Hermelinghen) Hermunduri (Hermelinghen) 50,80-01,85
Albis (Aa) Albis (Aa) 50,90-02,08
Danuvius (Aisne) Danuvius (Aisne)
WKI-16

Marsigni, Cotini, Osi, Buri, Lygii en overige stammen

In de rug van de Marcomanni en de Quadi (43) wonen de Marsigni (Marchienne, 2 x), de Cotini (Cantaing
sur
l’Escaut), de Osi (Ochtezeele) en de Buri (Buire
au
Bois). De Marsigni behoren door hun taal en zeden bij de Suevi. De Cotini (Cantaing
sur
l’Escaut) spreken gallisch, en de Osi (Ochtezeele) bewijzen door hun “ pannonische” taal (d.w.z. germaanse) dat zij Germanen zijn, ook door hun schatting (Het is duidelijk dat T acitus zich hier op de taalgrens bevindt). Een deel van de schatting is hen opgelegd door de Quadi (Quiestède), een ander deel door de Sarmati (Sermaise e.a.). Zij hebben zelfs mijnen voor ijzer, wat hun schande slechts verhoogt, zegt Tacitus. Deze stammen wonen niet op de vlakten, ma a r op de hellingen en toppen van de bergen. Want een keten van bergen (heuvels) verdeelt het land van de Suevi in twee. Aan de overkant leeft een groot aantal stammen, waarvan de Lygii (Ligny
Thilloy) de grootste vormen, omdat hij meerdere plaatsen omvat. Als de voornaamste van die stammen moeten genoemd worden: de Haries (Harnes), de Helvecones (Haillicourt), de Manimi (Manin), de Halisii (Halluin) en de Naharvales (Neuvireuil). Bij de N aharvales is een heilig woud, centrum van een andere godsdienst (Tacitus bedoelt hier waarschijnlijk het heiligdom van Fanfana, Fampoux bij Atrecht). De Haries (Harnes) zijn wild van n a tu u r en gevreesd in de strijd. Met zwarte schilden en beschilderde lichamen kiezen zij bij voorkeur donkere nachten uit om te strijden, en brengen door hun aanblik alleen al schrik teweeg.
Cotini Cotini 50,15-03,17
Marcomanni Marcomanni 50,37-02,05
Marsigni (Marchienne) Marsigni (Marchienne) 50,40-03,28
Germania, Tacitus Germania, Tacitus 50,60-03,38
Quadi Quadi 50,68-02,33
WKI-17

Gothones, Rugii, Lemonii en Suiones

Verder dan de Lygii (Ligny
Thilloy) (44) leven de Gothones (Gouzeaucourt), nauwer samengeperst dan de andere germaanse stammen, doch in vrijheid onder eigen koningen. Nog verder van de Oceaan a f zitten de Rugii (Rougefay) en de Lemonii (Limont
Fontaine). Het karakteristieke van deze stammen is, dat zij ronde schilden en korte zwaarden dragen en dat zij aan koningen gehoorzamen. Dan komt de stad van de Suionen (Souich of Souchez) in de Oceaan zelf, die naast hun krijgers en wapens ook bekend zijn d oor hun vloot. Hun schepen hebben vóór en achter een boord. Zij hebben geen vaste zeilen of vaste dollen voor de roeispanen, m aar alles is verplaatsbaar, zodat zij naar alle kanten kunnen manoeuvreren. Hun wapenen zijn niet, zoals bij de andere Germanen, tot ieders beschikking, maar onder bewaking opgesloten. Immers, vanwege de Oceaan behoeven zij niet vlug een vijandelijke invasie te vrezen, en kan in geval van een twist niet naar de wapens gegrepen worden. Achter de Suiones (45) ligt een andere zee, slapend en bijna onbeweeglijk, waarvan men gelooft dat zij de w ereld omringt en afsluit, daar de laatste lichten van de ondergaande zon er blijven tot zonsopgang, zo helder zelfs dat zij de sterren onzichtbaar maken. Men zegt ook, dat men daar het geluid h o o rt als de zon weer uit de golven op rijst en men haar haren en de glans van haar hoofd ziet, wat de geloofwaardigheid nog verhoogt. Tot daar toe, en dat is zeker, zegt Tacitus als voorloper van alle zelfverzekerden, slechts tot daartoe strekt zich de aarde uit!
Gothones (Gouzeaucourt) Gothones (Gouzeaucourt) 50,05-03,12
Lygii (Ligny-Thilloy) Lygii (Ligny-Thilloy) 50,08-02,83
Lemonii (Limont-Fontaine) Lemonii (Limont-Fontaine) 50,20-03,93
Rugii (Rougefay) Rugii (Rougefay) 50,27-02,17
Suionen (Souich of Souchez) Suionen (Souich of Souchez) 50,38-02,75
Germania, Tacitus Germania, Tacitus 50,60-03,38
WKI-18

Aestii en Sitones

Aan de rechterkant raakt de zee van de Suevi aan de kust van het volk der Aestii (Estreux met versch. varianten), die het uiterlijk en de zeden van de Suevi hebben, m aar in hun taal dichter bij de Bretonnen staan. (Tacitus zegt het niet met zoveel woorden, maar hij duidt kennelijk op het Saksisch; overigens kon hij dat niet zeggen omdat dit begrip en deze term nog niet bestonden. Het woord Saxones komt in geen van zijn werken voor, evenmin als bij Caesar.). De Aestii vereren de Moedergodin. Als embleem van hun godsdienst dragen zij afbeeldingen van everzwijnen. Het gebruik van ijzer is er zeldzaam; stokken zijn er gewoon. Zij telen graan en andere vruchten, met meer geduld dan de gebruikelijke luiheid onder de Germanen (merci, Tacitus!). Maar zij bevissen ook de zee en verzamelen de barnsteen, die zij “ glaesum” (glas) noemen. Zij hadden die nooit van enige waarde geacht totdat de pronkzucht van de Romeinen hen erop attent had gemaakt en zij verbaasd waren dat ze er geld voor kregen. Het is sap van de bomen, zegt Tacitus terecht, al meent hij dat ’t door mysterieuze vogels aangevoerd en in de bomen achtergelaten werd. Naast de Suiones (Souich of Souchez) leven de Sitones (Cysoing). Zij worden bestuurd door een vrouw, wat Tacitus zelfs een degeneratie van slavernij vindt! (Rome was een pure mannenmaatschappij). Hij vraagt zich nog af (46), of hij de Peucini (Puissieux bij Atrecht), de Venethi (Vendegies, 2x) en de Fenni (Feignies bij Avesnes
sur
Helpe) bij de Germanen of bij de Sarmati (Marne, Aisne, Oise) moet rekenen. De Peucini (Puissieux) worden door sommigen Bastarnae (Hébuterne e n /of Basseux) genoemd. De drie plaatsen liggen vlak bij elkaar. Van deze stammen verhaalt hij enige bijzonderheden. Dan eindigt hij zijn “ Germania” met een vreemd verhaal over de Hellusii (Esquelbecq, in 1100 Hicclesbecke) en de Oxiones (Oxelaëre en Ochtezeele), van wie verteld wordt dat zij een mensenhoofd en een beestenlijf hebben wat hij, als niet bewezen, in het midden wenst te laten.
Sarmati (Marne, Aisne, Oise) Sarmati (Marne, Aisne, Oise) 48,48-02,70
Peucini (Puissieux bij Atrecht) Peucini (Puissieux bij Atrecht) 50,12-02,70
Peucini (Puissieux) Peucini (Puissieux) 50,12-02,70
Venethi (Vendegies) Venethi (Vendegies) 50,18-03,58
Bastarnae (Hébuterne e n /of Basseux) Bastarnae (Hébuterne e n /of Basseux) 50,23-02,65
Fenni (Feignies bij Avesnes-sur-Helpe) Fenni (Feignies bij Avesnes-sur-Helpe) 50,30-03,92
Aestii (Estreux met versch. varianten) Estreux 50,35-03,60
Suiones (Souich of Souchez) Suiones (Souich of Souchez) 50,38-02,75
Germanen Germanen 50,60-03,38
Germania, Tacitus Germania, Tacitus 50,60-03,38
Oxiones(Oxelaëre en Ochtezeele) Oxiones(Oxelaëre en Ochtezeele) 50,78-02,48
Suevi Suevi 50,83-03,27
Hellusii (Esquelbecq, in 1100 Hicclesbecke) Hellusii (Esquelbecq, in 1100 Hicclesbecke) 50,88-02,43
Sitones (Cysoing) Sitones (Cysoing)
WKI-19

Virgilius over de Renus Bicornis.

In zijn Aeneas verhaalt Virgilius over de triomf van Augustus, die was afgebeeld op het schild van Aeneas. Onder de afgebeelde taferelen noemt hij: De Morini (Terwaan), de laatste van de mensen, aan de Renus Bicornis (Schelde).
Morini (Terwaan) Morini (Terwaan) 50,63-02,25
Renus Bicornis (Schelde) Renus Bicornis (Schelde) 50,90-02,08
WKI-20

Servius geeft kommentaar op Virgilius.

De Morini (Terwaan), de volken op het uiteinde van Gallia, dat op Engeland uitziet, dicht bij de Oceaan (Atlantische Oceaan). Renus (Schelde), een rivier in Gallia, die de Germanen van Gallia scheidt. Bicornis (tweehoornig) echter, omdat dit gemeen is aan alle rivieren, of speciaal voor de Renus (Schelde) geldt, die in twee stromen vloeit; door de een die de grens vormt van het romeinse rijk, door de andere die langs de barbaren stroomt, waar hij Vahal (Oise) genoemd wordt en hij het Eiland van de Bataven (Béthune) vormt.
Gallia Gallia 48,87-02,33
Vahal (Oise) Vahal (Oise) 49,00-02,07
Oceaan (Atlantische Oceaan) Oceaan (Atlantische Oceaan) 49,93-01,08
het Eiland van de Bataven (Béthune) het Eiland van de Bataven (Béthune) 50,53-02,63
Morini (Terwaan) Morini (Terwaan) 50,63-02,25
Renus (Schelde) Renus (Schelde) 50,90-02,08
WKI-21

Algemene beschrijving van Celtica.

Algemene beschrijving van Celtica. Daarna (na Spanje) vindt men Celtica, dat zich naar het oosten (lees: noorden) uitstrekt tot aan de Renus (Schelde). De noordelijke (lees: westelijke) kant van het land wordt over zijn gehele lengte bepaald door de Britse Zee (Het Kanaal). Het eiland van Engeland strekt zich inderdaad over zijn gehele lengte uit tegenover en parallel met Celtica en meet ongeveer 5000 stadia. De oostelijke (lees: noordelijk) zijde wordt bepaald door de Renus (Schelde), wiens loop parallel ligt met de bergketen van de Pyreneeën. De zuidelijke (lees: oostelijke) kant wordt gevormd door de (franse) Alpen vanaf de Renus (Schelde) en door onze eigen zee (Middell. Zee), over de gehele lengte bespoeld d oor de zeebaai Galatica; daar liggen de steden Marseille en N arbonne.
Renus (Schelde) Renus (Schelde) 50,90-02,08
Britse Zee (Het Kanaal) Britse Zee (Het Kanaal) 51,00-01,50
WKI-22

Nadere beschrijving van Celtica.

Het land dat wij Celtica noemen wordt in het westen (lees: zuiden) begrensd d oor de keten van de Pyreneeën, die met hun beide uiteinden de zee raken, de Binnenzee (Middellandse Zee) en de Buitenzee (Atlantische Oceaan). In het oosten (lees: noorden) door de Renus (Schelde), die parallel loopt met de Pyreneeën (dus is het niet de Rijn). Zijn grenzen (nl. van Celtica) liggen in het noorden (lees: westen) en het zuiden (lees: oosten) tussen het noordelijk (lees: westelijk) uiteinde van de Pyreneeën en de Monden van de Renus (Schelde). Aan de andere kant komt eerst de zee, die Massilia (Marseille) en Narbonne bespoelt, tussen het zuidelijk (lees: oostelijk) uiteinde van de Pyreneeën en de bronnen van de Renus (Schelde). Rechthoekig op de Pyreneeën ligt het gebergte van de Cévennen; het breekt de vlakten in het midden en eindigt bij Lyon in het centrum van het land. Dan komt het land van de Belgae met de rest van de volken langs de Oceaan (Atlantische Oceaan) tot aan de Mond van de Renus (Schelde), daaronder begrepen enige volken van de Renus (Schelde) en de (franse) Alpen. Keizer Augustus heeft Celtica in vieren verdeeld. Hij had een provincie gemaakt van de Kelten in Narbonne, een ander van de Aquitani, zoals Caesar die al had ingedeeld, ma a r hij voegde er 14 volken aan toe, die het gebied bezetten tussen de Garonne en de Loire. Wat betreft de rest van het land: na dat in tweeën gedeeld te hebben, g af hij aan Lugdunum (Lyon) met als grens de bovenloop van de Renus (Schelde), en aan de Belgae het andere deel.
Renus (Schelde) Renus (Schelde) 50,90-02,08
WKI-23

Wegen en verbindingen in Gallia

Een der bergpassen, die van Italië uit toegang geven tot Celtica, over de Alpen en noordelijk (lees: westelijk) gelegen, is die vanuit het land der Salasses (Aosta, It.) naar Lyon leidt. Hij bevat twee routes, een die op het grootste deel van het trajekt geschikt is voor karren, de andere over de Poeninus (Mont Joux) is smal en ruw maar kort. Van Lugdunum (Lyon) heeft Agrippa het vertrekpunt van de grote routes gemaakt. Een gaat door het gebergte van de Cévennen en eindigt bij de Santones (Saintes, Charente) en in A quitanië. De andere is die van de Renus (Schelde) en van de Oceaan (Atlantische Oceaan), die de derde is en voert naar de Bellovaci (Beauvais) en de Ambiani (Amiens). Tenslotte de weg die leidt naar N arbonne en de kust van de Middellandse Zee, die de vierde is. Maar men kan ook. (van Italië uit, bedoelt Strabo) door een bergpas van de Ju ra het land van de Sequani (bovenloop van de Seine) en de Lingones (Langres) bereiken, waar de route zich in twee armen verdeelt, een naar de Renus (Schelde), de andere naar de Oceaan (Atlantische Oceaan).
Cévennen Cévennen 44,00-03,50
Aquitanië Aquitanië 44,83--0,57
Poeninus (Mont Joux) Poeninus (Mont Joux) 45,50-05,18
Lugdunum (Lyon) Lugdunum (Lyon) 45,75-04,85
Lyon Lyon 45,75-04,85
Lingones (Langres) Lingones (Langres) 47,87-05,33
Bellovaci (Beauvais) Bellovaci (Beauvais) 49,43-02,08
Sequani (bovenloop van de Seine) Sequani (bovenloop van de Seine) 49,43-02,08
Ambiani (Amiens) Ambiani (Amiens) 49,90-02,30
N arbonne Narbonne 43,18-03,00
Salasses (Aosta, It.) Salasses (Aosta, It.)
Santones (Saintes, Charente) Santones (Saintes, Charente)
WKI-24

Algemene beschrijving van Belgia

Laten we eraan toevoegen: hoe dichter die volken van het noorden (lees westen) aan de Oceaan (Atlantische Oceaan) raken, des te strijdvaardiger zijn zij. De moedigsten onder hen, zegt men, zijn de Belgae, een natie verdeeld in 15 volken en wonend op de kusten van de Oceaan (Atlantische Oceaan) tussen de Renus (Schelde) en de Loire. Zij zijn de enigen die de invasies van de Cimbren (Simencourt) en van de Teutonen (Doudeauville), uit Germania gekomen, tot staan hebben gebracht. Als de besten onder hen worden de Bellovaci (Beauvais) en na hen de Suessones (Soissons) beschouwd. De belangrijkheid van het aanta l van de gallische bevolking is door onze schrijvers voor de Belgae geschat op bijna 300.000 mannen in staat de wapens te dragen. Die gegevens tonen een sterke bevolking aan en bewijzen nogmaals, wat ik boven reeds zei, de vruchtbaarheid van de gallische vrouwen en hun kwaliteit van goede voedsters.
Loire Loire 47,27--2,18
Belgae Belgae 49,37-03,33
Suessones Suessones 49,37-03,33
Bellovaci (Beauvais) Bellovaci (Beauvais) 49,43-02,08
Oceaan (Atlantische Oceaan) Oceaan (Atlantische Oceaan) 49,93-01,08
Cimbren (Simencourt) Cimbren (Simencourt) 50,27-02,65
Teutonen (Doudeauville) Teutonen (Doudeauville) 50,62-01,83
Renus (Schelde) Renus (Schelde) 50,90-02,08
WKI-25

Nadere beschrijving van Belgia.

Na de grondgebieden van Aquitanië en Narbonesia volgt tot aan de grens van de Renus (Schelde) over diens gehele lengte het grondgebied, dat van de ene kant begint aan de Loire, van de andere kant bij de loop van de Rhône tussen haar b ron en haar aankomst bij Lyon. Het bovenste deel, namelijk het gebied van de bronnen van de Renus (Schelde) en van de Rhône tot bijna in het midden van de vlakten, behoort tot Lugdunensis, en de rest, waaronder de kust van de Oceaan (Atlantische Oceaan), heeft een andere territoriale indeling, die men aan de Belgae toeschrijft.
Narbonesia Narbonesia 43,18-03,00
Aquitanië Aquitanië 44,83--0,57
Lugdunensis Lugdunensis 45,75-04,85
Lyon Lyon 45,75-04,85
Rhône Rhône 45,75-04,85
Loire Loire 47,27--2,18
Belgae Belgae 49,37-03,33
Renus (Schelde) Renus (Schelde) 50,90-02,08
WKI-26

Strabo beschrijft de gebergten.

(over de Alpen.) De eerste keten, niet erg hoog en gericht naar het oosten (lees: noorden), is gelegen aan de overzijde van de Renus (Schelde) en zijn meer, daar w aar zich de bronnen bevinden van de Istrus (Huistre) bij de Suevi (omg. Kortrijk) en het Hercynisch Woud (Katsberg).
het Hercynisch Woud (Katsberg) het Hercynisch Woud (Katsberg) 50,80-02,48
Istrus (Huistre,bij de Suevi,omg. Kortrijk) Istrus (Huistre,bij de Suevi,omg. Kortrijk)
WKI-27

Strabo over de Boii en het Hercynisch Woud.

Na de volken van Celtica wonen de Germanen aan de overzijde van de Renus (Schelde) naar het oosten (lees: noorden). Zij verschillen weinig van de Galliërs, alleen in wildheid, lichaamsbouw en de kleur van hun haren. Maar in hun vorm, zeden en eetgewoonten zijn zij gelijk aan de Galliërs. Het lijkt mij toe dat de Romeinen hen terecht hun naam gegeven hebben (germanus=broer), daar zij hebben willen uitdrukken dat zij de broers van de Galliërs zijn. De eerste streek van de Germanen is bij de Renus (Schelde) vanaf zijn oorsprong tot aan de monden. De loop van deze rivier duidt ook de westelijke (lees: zuidelijke) kant van Germania aan. Posidonius verhaalt dat de Boii (Boëseghem) eens het Hercynisch Woud (Katsberg) bewoonden en de Cimbren (Simencourt) verdreven hebben.
Cimbren Cimbren 50,27-02,65
Boii (Boëseghem) Boii (Boëseghem) 50,67-02,45
het Hercynisch Woud (Katsberg) het Hercynisch Woud (Katsberg) 50,80-02,48
WKI-28

Beschrijving van de Seine en de Renus (Schelde).

Een derde rivier (na de Rhône en de Saône), Seine genoemd, die eveneens in de (franse) Alpen ontspringt, stroomt naar de Oceaan (Atlantische Oceaan) parallel met de Renus (Schelde), in de tegenovergestelde richting van de Sâone. Zij loopt door het gebied van het volk met dezelfde naam (de Sequani), dat in het oosten (lees: noorden) aan de Renus (Schelde) raakt. De Renus (Schelde) van zijn kant stroomt eerst uit in grote moerassen evenals in een groot meer, waar de Raetii (Ressons) en de Vindolici (Vincelles, Marne) twee volken in en aan de overkant van de (franse) Alpen aan zijn oevers raken. De lengte van zijn loop is door Asinius geschat op 6000 stadia, maar dit is hij in werkelijkheid niet. In rechte lijn gemeten, zal het een weinig meer dan de helft van dit getal zijn; voegt men er 1000 stadia aan toe, om rekening te houden met de bochten, dan zal dit voldoende zijn. De Renus (Schelde) vormt niet alleen een onstuimige rivier, die de bouw van bruggen moeilijk maakt, eenmaal dat hij de bergen verlaten heeft, ligt de rest van zijn stroom horizontaal in vlakten. Asinius bevestigt wel dat hij twee mondingen heeft en kritiseert de andere schrijvers die er méér noemen. Het is integendeel waar dat de Renus (Schelde), evenals de Seine, een zekere uitgestrektheid van het gebied met zijn meanders omvat, maar niet zoveel als hij beweert.
de Sequani Besançon 47,25-06,03
de Vindolici (Vincelles, Marne) Vincelles, Marne 49,10-03,65
de Raetii (Ressons) Ressons 49,30-02,08
Seine Seine 49,43-00,43
Sâone Sâone
WKI-29

Engeland tegenover de Monden van de Renus (Schelde)

De twee rivieren (Seine en Loire) stromen van het zuiden naar het noorden (lees: van het oosten naar het westen). Tegenover hun monden bevindt zich Engeland, dat zo dicht bij de monding van de Renus (Schelde) ligt, dat men Kent kan zien, de oostelijke (toevallig g o ed !!) p u n t van dit eiland, dichterbij dan bij de monden van de Seine. Caesar had daar (nl. bij de Monden van de Renus) zijn basis gelegd voor zijn oversteek naar Engeland.
Loire Loire 47,27--2,18
Seine Seine 49,43-00,43
Kent Kent 51,25-00,75
WKI-30

Kent tegenover de Monden van de Renus (Schelde).

Engeland heeft de vorm van een driehoek. Zijn grootste hoek ligt tegenover Celtica en is niet langer of korter, daar men ongeveer 4300 of 4400 stadia telt voor de twee zijden: die van Celtica vanaf de Monden van de Renus (Schelde) tot aan het noordelijk (lees: westelijk) uiteinde van de Pyreneeën in Aquitanië, en die van Engeland tussen Kent, dat recht tegenover de Monden van de Renus (Schelde) ligt, en zijn westelijke (lees: zuidelijke) zijde, recht tegenover Aquitanië en de Pyreneeën. Deze maat is die van de kortste afstand tussen de Pyreneeën tot de Renus (Schelde), terwijl de langste afstand 5000 stadia bedraagt. Waarschijnlijk is er een zekere afwijking in de parallellen van de stroom (de Renus) en de keten van de Pyreneeën; de twee lijnen buigen naar elkaar toe waar zij dichter bij de Oceaan (Atlantische Oceaan) komen. Er bestaan vier normale verbindingen om zich van het vasteland naar Engeland te begeven, waarvan de vertrekpunten liggen bij de Renus (Schelde), de Seine, de Loire en de Garonne. Evenwel, wanneer men vertrekt vanuit de streek van de Renus (Schelde), neemt men deboot niet in de monden zelf van deze rivier, maar bij de Morini (Terwaan), de buren van de Menapii (Cassel), bij Itium (Boulogne), waar Caesar zijn basis legde toen hij zich voorbereidde om naar het eiland (Engeland) te gaan. In de nacht lichtte hij het anker en tegen vier uur in de morgen bereikte hij de tegenover liggende kust na een reis van 320 stadia (ca. 59 km).
de Morini (Terwaan) Terwaan 50,63-02,25
Itium (Boulogne) Itium (Boulogne) 50,72-01,62
de Menapii (Cassel) Cassel 50,80-02,48
WKI-31

Strabo beschrijft de buren van de Bataven

Op de Mediomatrici (Metz) en de Triboci (Troisvaux) volgen op de oever van de Renus (Schelde) de Treveri (Trier). Op dezelfde hoogte, maar aan de andere kant van de Renus (Schelde), wonen de Ubii (Aubigny
en
Artois), die Agrippina verlof gaf om de rivier over te steken (en Keulen te stichten). Onmiddellijk na de Treveri (Trier) volgen de Nervii (Bavay), ook een germaans volk. Tenslotte komen de Menapii (Cassel), die aan beide zijden van de rivier wonen (de Renus, Schelde), vlakbij haar mondingen in een streek van moerassen en wouden. In hun nabijheid zitten de Sygambri (Cambrin), eveneens een germaanse stam. Achter deze vallei strekt zich het land van de Germanen uit, die als de Suevi (omg. Kortrijk) bekend zijn. Ten westen (lees: ten zuiden) van de Treveri (Trier) en de Nervii (Bavay) wonen de Senoni (Sens) en de Remi (Reims), evenals de Atrebati (Atrecht) en de Eburoni (Evry, Seine et Marne). Op de Menapii (Cassel) volgen, langs de zeekust tot aan de mond van de Seine de Morini (Terwaan), de Bellovaci (Beauvais), de Ambiani (Amiens) en de Caleti (Cléty). Het land van de Morini (Terwaan) en dat van de Atrebates (Atrecht) en de Eburones (Evry) gelijkt op dat van de Menapii (Cassel). Het bestaat uit een bosgebeid dat men aanduidt met de naam van Ardenne.
Senoni(Sens) Senoni(Sens) 48,20-03,28
de Mediomatrici (Metz) Metz 49,13-06,17
de Remi (Reims) Reims 49,25-04,03
de Bellovaci (Beauvais) Beauvais 49,43-02,08
de Treveri (Trier) Trier 49,75-06,63
de Ambiani (Amiens) Amiens 49,90-02,30
Ardenne Ardenne 50,17-05,50
de Atrebati (Atrecht) Atrecht 50,28-02,78
de Nervii (Bavay Bavay 50,30-03,78
de Ubii (Aubigny-en-Artois) Aubigny-en-Artois 50,35-02,58
de Triboci (Troisvaux) Troisvaux 50,40-02,35
de Sygambri (Cambrin) Cambrin 50,50-02,73
de Morini (Terwaan) Terwaan 50,63-02,25
de Caleti (Cléty) Cléty 50,65-02,18
de Menapii (Cassel) Cassel 50,80-02,48
de Eburoni (Evry, Seine et Marne) Evry, Seine et Marne 48,65-02,63
de Suevi (omg. Kortrijk) omg. Kortrijk 52,15-04,98
WKI-33

Caesar over de Renus en het Eiland van de Bataven.

De Maas ontspringt in het gebergte van de Vogezen, dat zich in het gebied van de Lingonen (Langres) bevindt en, na een arm van de Renus (Schelde) ontvangen te hebben, die men Vacalus (Oise) noemt, vormt zij het Eiland van de Bataven (Béthune) en op ongeveer 80 mijlen afstand van de Oceaan, werpt zij zich in de Renus (Schelde). Wat deze rivier betreft (hij bedoelt nu de Renus
Schelde): zij neemt haar oorsprong bij de Leponti (Franse Alpen), stroomt m et een snelle loop door het land van de Nantuates, de Helveti, de Sequani (bovenloop van de Seine), de Mediomatrici (Metz), de Triboci (Troisvaux) en de Treveri (Trier). In de nabijheid van de Oceaan (Atlantische Oceaan) verdeelt zij zich in verschillende armen en vormt er verschillende en immense eilanden, waarvan het merendeel bewoond wordt door wilde en barbaarse volken, waaronder er zijn waarvan men zegt dat zij zich met vissen en vogeleieren voeden. Zij werpt zich in de Oceaan (Atlantische Oceaan) met verschillende mondingen.
de Lingonen (Langres) Langres 47,87-05,33
Vogezen Vogezen 48,80-07,29
Vacalus (Oise) Vacalus (Oise) 49,00-02,07
de Mediomatrici (Metz) Metz 49,13-06,17
de Treveri (Trier) Trier 49,75-06,63
de Triboci (Troisvaux) Troisvaux 50,40-02,35
het Eiland van de Bataven (Béthune) het Eiland van de Bataven (Béthune) 50,53-02,63
de Helveti Helfaut 50,70-02,25
Maas Maas 51,72-04,83
de Sequani (bovenloop van de Seine) bovenloop van de Seine
de Nantuates de Nantuates
de Leponti (Franse Alpen) Franse Alpen
WKI-34

Caesar maakt een verkenningstocht naar Engeland

Toen trok Caesar, na een brug geslagen te hebben, Germania binnen, waar hij de Sygambri (Cambrin) en de Ubii (Aubigny) belegerde. De Suevi (omg. Kortrijk), het grootste en wildste volk, van wie velen zeggen dat het wel 100 dorpen en volken telt, joeg hij met zijn komst schrik aan , zoals trouwens aan heel Germania. Spoedig keerde hij in Gallia terug, na de brug afgebroken te hebben. Vandaar ging hij naar de Morini (Terwaan), waar de naaste en kortste oversteek mogelijk was naar Engeland.
de Ubii (Aubigny) Aubigny 50,35-02,58
Sygambri (Cambrin) Sygambri (Cambrin) 50,50-02,73
de Morini (Terwaan) Terwaan 50,63-02,25
de Suevi (omg. Kortrijk) omg. Kortrijk 52,15-04,98
WKI-35

Caesar bericht over Germania en het Hercynisch Woud

Er was een tijd, dat de Galliërs de Germanen in dapperheid overtroffen. Toen voerden zij oorlog tegen hen, zonden kolonisten naar de overkant van de Renus (Schelde), omdat zij te talrijk waren en niet genoeg grond hadden. Want de vruchtbaarste gronden van Germania liggen in de nabijheid van het Hercynisch Woud (Katsberg), dat sommige griekse schrijvers Orcynia noemen. Het land werd in bezit genomen door de Volcae Tectosages (verm. afkomstig uit het zuiden van Frankrijk) en dit woont er nog steeds; het heeft een grote roem op het p u n t van recht en militaire kracht. Maar vandaag, terwijl de Germanen voortgaan geduldig een leven van a rmoede en ontberingen te leiden en zij niets aan hun voeding of kleding veranderen, hebben de Gallliërs integendeel het brede leven leren kennen, dank zij de nabijheid van onze provincies en de zeehandel. Langzamerhand zijn zij de zwaksten geworden. Vele malen overwonnen, hebben zij ervan af gezien zich nog in militaire kracht met de Germanen te meten. Dit Hercynisch Woud heeft een breedte van acht dagreizen van een lichtbepakte reiziger. Dit is het enige middel om er de afmetingen van aan te geven, daar de Germanen geen maten voor afstanden hebben. Het begint aan de grenzen van de Helveti (Helfaut), de Nemeti (Atrecht) en de Rauraci (Récourt), en de lijn van de Danuvius (Aisne) volgend, loopt het tot aan de gebieden van de Daci (Dagny) en de Anartes (Annet
sur
Marne). Vandaar draait het naar rechts en verwijdert het zich van de stroom en raakt d oor zijn grote uitgestrektheid aan veel volken. In dit deel van Germania is niemand die zijn uitgestrektheid kent, zelfs niet na zestig dagreizen, of die weet waar het eindigt. Men zegt dat er veel soorten dieren verblijven die men elders niet ziet.
de Daci (Dagny) Dagny 49,77-04,03
de Rauraci (Récourt) Récourt 50,25-03,03
de Nemeti (Atrecht) Atrecht 50,28-02,78
de Helveti (Helfaut) Helfaut 50,70-02,25
Hercynisch Woud (Katsber) Hercynisch Woud (Katsber) 50,80-02,48
Orcynia Orcynia 50,80-02,48
de Danuvius (Aisne) Aisne 49,43-02,83
de Anartes (Annet-sur-Marne) Annet-sur-Marne 48,92-02,72
Volcae Tectosages (verm. afkomstig uit het zuiden van Frankrijk) Volcae Tectosages (verm. afkomstig uit het zuiden van Frankrijk)
WKI-36

De noordlijn van Caesar’s veroveringen

(samenvatting)
Cherusci (Chérisy) Cherusci (Chérisy) 50,23-02,92
Triboci (Troisvaux) Triboci (Troisvaux) 50,40-02,35
Tencteri (Tangry) Tencteri (Tangry) 50,47-02,35
Batavi (Béthune) Batavi (Béthune) 50,53-02,63
WKI-37

Mela over de Renus en het Flevum.

Vandaar (Bretagne) gaat de kust naar het noorden, waar hij behoort aan de Morini (Terwaan), het laatste van de gallische volken en waarvan niets bekender is dan de haven die men Gesoriacus (Boulogne) noemt. De Renus (Schelde) komt voort uit de (franse) Alpen eri vormt bijna aan zijn begin twee meren, Venetum en Acronum. Spoedig wordt hij vaster en valt hij in een zekerder stroom, die zich niet ver van de zee hier en daar verspreidt. Aan de linkerkant wordt hij nog altijd tot hij u itstroomt Renus (Schelde) genoemd. Aan de rechterkant is hij eerst smal en zichzelf gelijk. Achter de oevers, die lang en breed terugwijken, wordt hij geen rivier meer genoemd, doch waar hij de landen vult heet hij Flevum. Hij omvat daar een eiland van dezelfde naam, wordt smaller en stroomt daar als een rivier uit. Germania strekt zich uit van deze oevers tot aan de (franse) Alpen, in het zuiden (lees: oosten) tot aan die Alpen; in het oosten (lees: zuiden) tot aan het volk van Sarmatica (Sermaise), en waar het naar het noorden (lees: westen) kijkt, ligt de kust van de Oceaan (Atlantische Oceaan).
Sarmatica (Sermaise) Sarmatica (Sermaise) 48,48-02,70
Venetum Venetum 50,18-03,58
de Morini (Terwaan Terwaan 50,63-02,25
Gesoriacus (Boulogne) Gesoriacus (Boulogne) 50,72-01,62
Acronum Acronum
WKI-38

Mela over de rivieren in Germania.

De rivieren van Germania, die naar andere volken stromen zijn: de Danuvius (Aisne) en de Rhodanus (Rhöne). De Moenis (Maas) en de Lupia (Lys) stromen in de Renus (Schelde). De Amissis (Hem), de Wisurgis (Wimereux) en de Albis (Aa), de beroemdste, vloeien in de Oceaan (Atlantische Oceaan). Boven de Albis (Aa) ligt de Codanus (Het Kanaal en de Noordzee), een immense zeebaai, vol met grote en kleine eilanden. Hierom heeft de zee, w aar zij de kust vormt, nooit het aanzicht van een volle zee, maar van ineenvloeiende en door elkaar heen stromende afzonderlijke mondingen. Aan de kust blijven eilanden zichtbaar op korte afstand, en tijdens de vloed wordt alles weer egaal bedekt. daar wonen de Cimbri (Simencourt) en de Teutones (Thiembronne), en verderop de Hermiones (Hermies), de laatsten van Germania.
Rhodanus (Rhöne) Rhodanus (Rhöne) 45,75-04,85
de Hermiones (Hermies) Hermies 50,12-03,03
de Cimbri (Simencourt) Simencourt 50,27-02,65
de Teutones (Thiembronne) Thiembronne 50,62-02,05
Lupia (Lys) Lupia (Lys) 50,65-02,40
Wisurgis (Wimereux) Wisurgis (Wimereux) 50,77-01,62
Amissis (Hem) Amissis (Hem) 50,80-02,05
Albis (Aa) Albis (Aa) 50,90-02,08
Renus (Schelde) Renus (Schelde) 50,90-02,08
Codanus (Het Kanaal en de Noordzee) Codanus (Het Kanaal en de Noordzee) 51,00-01,50
Moenis (Maas) Moenis (Maas) 51,72-04,83
Danuvius (Aisne) Danuvius (Aisne)
WKI-39

De punt van Engeland ligt tegenover de “Monden van de Renus”

Engeland ligt van het noorden (lees: westen) naar het westen (lees: zuiden) als een grote driehoek vóór de Monden van de Renus (Schelde), waarvan de zijden zich van elkander verwijderen De éne ziet uit op Gallia, de andere op Germania.
Mela, De chorographia, III, 50 Mela, De chorographia, III, 50
WKI-40

Suevi, Albis en Renus

De stormen van de Noordenwind (lees: Westenwind) hebben bij de Suevi (omg. Kortrijk) de Albis (Aa) gevormd en het onbedwongen hoofd van de Renus (Schelde).
Albis (Aa) Albis (Aa) 50,90-02,08
de Suevi (omg. Kortrijk) omg. Kortrijk 52,15-04,98
WKI-41

Plinius beschrijft het Eiland van de Bataven in Frankrijk.

In de Renus (Schelde) zelf ligt, bijna 100 mijlen (220 km) in de lengte, het zeer edele Eiland van de Bataven (Béthune) en de Canninefaten (Genech), en andere van de Frisones (Vlaanderen), Chauci (Chocques), Frisiavonen (Vlaanderen), Sturii (Estreux, Etroeungt of Etrun), Marsaci (Marchiennes) die zich uitstrekken tussen Helinium (Liane bij Boulogne) en Flevum (of Almere tussen Calais, St. Omaars en Winnoksbergen). Zo worden de uitmondingen genoemd, waar de Renus (Schelde) in het noorden (lees: westen) in meren vloeit. In het westen (lees: zuiden) stort hij zich in de stroom van de Mosa (lees: Moos of Moeze), terwijl hij in het midden van deze een kleine stroom vormt, die zijn eigen naam behoudt.
Bataven (Béthune) Bataven (Béthune) 50,53-02,63
Chauci Chauci 50,53-02,57
de Canninefaten (Genech de Frisones (Vlaanderen) Genech de Frisones 50,53-03,22
WKI-42

Plinius beschrijft rivieren en volken in het noord-westen van Frankrijk

Rond de hele zee tot aan de rivier de Schelde (sic!) wonen de volken van Germania. Want Germania is nog jaren daarna niet helemaal verkend. Een ander volk is dat van de Ingaevonen (St. Inglevert), waarvan de Cimbri (Simencourt), Teutones (Thiembronne) en Chauci (Chocques) deel uitmaken. Het dichtst bij de Renus (Schelde) zitten de Istaevones (Estevelles), waarvan de Sicambri (Cambrin) een deel vormen. In het binnenland wonen de Hermiones (Hermies) met daaronder de Suevi (omg. Kortrijk), de Hermunduri (Hermelinghen), de Chatti (Katsberg) en de Cherusci (Chérisy). Het vijfde deel zijn de Peucini (Puissieux) en de Basternae (Hébuterne). Klare stromen vloeien uit in de Oceaan (Atlant. Oceaan): de Guthabus (Gy, zijrivier van de Scarpe), de Visculus of Vistula (Vesle, Marne en Aisne), de Albis (Aa), de Amisia (Hem), de Renus (Schelde), de Mosa, (Maas). Meer in het binnenland ligt de Hercynische Berg (Cassel en Katsberg), die in adel voor geen andere onderdoet.
de Cimbri (Simencourt) Simencourt 50,27-02,65
de Istaevones (Estevelles Estevelles 50,47-02,92
de Sicambri Cambrin 50,50-02,73
Chauci (Chocques) Chauci (Chocques) 50,53-02,57
Teutones (Thiembronne) Teutones (Thiembronne) 50,62-02,05
de Ingaevonen (St. Inglevert) St. Inglevert 50,87-01,73
WKI-43

Plinius beschrijft het Promontorium Cimbrorum bij Cap-Blanc-Nez

Philemon zegt dat de Cimbri (Simencourt) het eiland Morimarisca noemen (de moerassen van de Morini), wat “d o d e ” betekent; de zee vandaar tot aan de hoge landtong heet Rusbeas (Roubaix). daar begint het duidelijker te worden bij het volk van de Ingaevonen (St. Inglevert), dat het eerste van Germania is. De grote berg Saevo, niet minder dan de Ripaeae (Rièzes, Ardennes), strekt zich uit tot aan het Promontorium van de Cimbri (Cap
Gris
Nezen Cap
Blanc
Nez) en vormt de zeebaai die Codanus wordt genoemd (Het Kanaal en de Noordzee), vol met eilanden, waarvan het grootste Scatinavia (Engeland of Schotland) van een ongekende grootte. Het Promontorium van de Cimbri, dat ver in de zee ligt, vormt een schiereiland, dat Tastris wordt genoemd (let op: de voorloper van Testerbant). Er zijn 23 eilanden, bekend aan de romeinse wapenen. Het voornaamste ervan is Burcana (Boursies, Nord), dat door de onzen (de Romeinen) Fabaria wordt genoemd vanwege zijn gelijkenis met die vrucht. Een ander heet Glaesaria n aar de barnsteen (glas) van de soldaten, dat door de barbaren Austeravia (Ostrevant bij Atrecht) wordt genoemd. Een volgend is Actania (Acquin).
Cimbri (Simencourt) Cimbri (Simencourt) 50,27-02,65
het eiland Morimarisca (de moerassen van het eiland Morimarisca (de moerassen van 50,75-02,25
WKI-44

Plinius beschrijft de Germaanse volken in het noorden van Frankrijk

De zijden van de Schelde (sic!) worden bewoond door de Texuandrii (omg. Rijssel), die onder verschillende namen voorkomen; dan de Menapii (Cassel), de Morini (Terwaan), w aaraan door de volksmond de Marsaci (Marchienne) worden toegevoegd, en de gouw die Gesoriacus (Boulogne) wordt genoemd, de Britanni (Berthen, Nord, of Brétigny, Aisne), de Ambiani (Amiens), de Bellovaci (Beauvais), de Bassi (Basseux, Pas
de
Calais of Bassu, Marne). Meer in het binnenland wonen de Catuslogi (Cattenières), de Atrebati (Atrecht), de vrije Nervii (Bavay), de Veromandui (Soissons), de Suaeuconi (Souchez), de vrije Suessones (Soissons), de vrije Silvanectes (Senlis), de Tungri (Doornik), de Sunuci (Somain), de Frisiavones (Vlaanderen), de Baetasi (Bettignies), de vrije Leuci (Toul), de voorheen vrije Treveri (Trier), en de federatieve Lingones (Langres), de federatieve Remi (Reims), de Mediomatrici (Metz), de Sequani (bovenloop van de Seine), de Raurici (Augst Zw.), de Helveti (Zw.), de kolonies Equestris (Noyon, Zw.)en Raurica (Augst, Zw.). Tegen de Renus (Schelde) aan wonen de volken van Germania in eenzelfde p ro vincie samen: de Nemeten (Atrecht), de Triboci (Troisvaux), de Vangiones (Wannehain); bij de Ubii (Aubigny) de kolonie van de Agrippinenses (Keulen), de Guberni (Gouves), de Batavi (Béthune) en die wij genoemd hebben in de eilanden van de Renus (Schelde).
de vrije Silvanectes (Senlis) Senlis 48,20-03,28
de Suessones (Soissons) Soissons 49,37-03,33
de Veromandui(Soissons) Soissons 49,37-03,33
de Bellovaci (Beauvais) Beauvais 49,43-02,08
Ambiani (Amiens) Ambiani (Amiens) 49,90-02,30
de Catuslogi (Cattenières) Cattenières 50,13-03,33
de Bassi (Basseux, Pas-de-Calais of Bassu, Marne) Basseux, Pas-de-Calais of Bassu, Marne 50,23-02,65
de Atrebati (Atrecht) Atrecht 50,28-02,78
de Nervii (Bavay) Bavay 50,30-03,78
de Sunuci (Somain) Somain 50,37-03,28
de Suaeuconi (Souchez) Souchez 50,38-02,75
de Marsaci (Marchienne) Marchienne 50,40-03,28
de Tungri (Doornik) Doornik 50,60-03,38
de Morini (Terwaan) Terwaan 50,63-02,25
Gesoriacus (Boulogne) Gesoriacus (Boulogne) 50,72-01,62
de Frisiavones (Vlaanderen) Vlaanderen 50,78-03,52
de Menapii (Cassel) Cassel 50,80-02,48
Texuandrii (omg. Rijssel) Texuandrii (omg. Rijssel) 51,18-03,93
de Britanni (Berthen, Nord, of Brétigny, Aisne Berthen, Nord, of Brétigny, Aisne
de Baetasi (Bettignies) Bettignies 50,33-03,97
WKI-46

Plinius beschrijft Ostrachia in Frankrijk

Barnsteen wordt gevonden op de eilanden van de noordelijke (lees: westelijke) Oceaan; door de Germanen wordt het “glaes” (glas) genoemd; daar wordt door de onzen een der eilanden Glaesaria genoemd. dat bij de barbaren Austeravia (Austrachia, Oostergo = Ostrevant bij Atrecht) heet. Het barnsteen vormt zich uit het sap van bomen.
Austeravia (Ostrevant) Austeravia (Ostrevant) 50,28-03,27
Glaesaria Glaesaria 50,60-03,38
WKI-47

Plinius nogmaals over Flevum en Helinium.

Wij hebben gezegd, dat in het oosten (lees: noorden) bij de Oceaan (Atlantische Oceaan) verschillende volkeren wonen. Maar in het noorden (lees: westen) wonen de Chauci (Chocques), die de Kleine en de Grote genoemd worden (nl. de Grote en de Kleine Frisiones). De Oceaan stroomt er met een uitgestrekte vloed tweemaal per dag en per nacht over een groot gebied op het land, en bewerkt er een eeuwige verandering van de natuur, en de twijfel wat land is of een deel van de zee. Een ander wonderbaar iets uit de wouden. Zij voeren over de gehele rest van Germania koude en wolken aan , de hevigste echter ver van de genoemde Chauci (Chocques), voornamelijk rond de twee meren (Flevum en Helinium). De kusten zelf zijn begroeid met eiken die er goed gedijen. Soms worden zij doo r de vloed en de wind meegevoerd als eilanden van takken, die op het w ater drijven en met hun takken dikwijls onze vloot schrik aanjagen, alsof zij ’s nachts d oor de werking van de stroom tegen de voorstevens van de schepen waren gezet en het leek alsof deze een vruchteloos zeegevecht tegen de bomen geleverd hadden.
de Chauci (Chocques) Chocques 50,53-02,57
WKI-48

Plinius over het weven van stoffen.

De Cadurci (Catheux, Oise), de Caleti (Cléty), de Ruteni (Ruitz), de Bituriges (Bettrechies) en de Morini (Terwaan), die als de laatste der mensen beschouwd worden, overigens ook alle gallische volken weven stoffen, zoals de vijanden aan de overzijde van de Renus (Schelde); hun vrouwen kennen geen schonere kleding.
de Bituriges (Bettrechies) Bettrechies 50,32-03,75
de Ruteni (Ruitz) Ruitz 50,47-02,58
de Morini (Terwaan) Terwaan 50,63-02,25
de Caleti (Cléty) Cléty 50,65-02,18
De Cadurci (Catheux, Oise) Catheux, Oise 49,65-02,12
WKI-50

Het midden en westen van gallisch Belgia.

Gallia Belgica
Gallisch België 26. 47. Avaricum
Bourges 20. 15. 46. 40 Sequanae fluvii ostia
de monden van de Seine 20. 51. 30 De oostelijke (lees: noordelijke) zijde (van Narbonesia) ligt bij de Seine tegen Belgica aan, van welke scheiding de graden zijn 24. 47. 20 Juliobona
Lillebonne 20. 15. 51. 20 Rotomagus
Rouaan 20. 10. 50. 20 Vindinum
Le Mans 20. 45. 49. 20 Condivicum
Nantes 21. 15. 50. Ingena
Avranches 21. 45. 50. Mediolanum
Evreux 20. 40. 48. Condate
Monterau
faut
Yonne 20. 40. 47. 20 Agedicum
Sens 21. 15. 47. 10 Autricum
Chartres 21. 40. 48. 15 Cenabum
Orléans 22. 47. 50 Parisiorum Lucotecia
Parijs 23. 30. 48. 10 Augustobona
Troyes 23. 15. 47. 45 Caesarodunum
Tours 25. 15. 46. 30 Rhodumna
Roannes 24. 45. 50 Forum Segusianorum
Fours 23. 30. 45. 30 Ja tin um
Meaux 23. 47. 30 Hierna tegen Belgica aan de Vadicassii en hun stad Noeomagus (onbekend; in geen geval Noyon) 24. 20. 46. 30 Augustodunum
Autun 23. 40. 46. 30 Caballium
Châlons
sur
Marne 23. 50. 45. 40
Rhodumna (Roannes) Rhodumna (Roannes) 44,85-02,40
Augustodunum (Autun) Augustodunum (Autun) 46,95-04,30
Avaricum (Bourges) Avaricum (Bourges) 47,08-02,40
Condivicum (Nantes) Condivicum (Nantes) 47,22--1,55
Caesarodunum (Tours) Caesarodunum (Tours) 47,38-00,68
Cenabum (Orléans) Cenabum (Orléans) 47,92-01,90
Vindinum (Le Mans) Vindinum (Le Mans) 48,00-00,20
Agedicum (Sens) Agedicum (Sens) 48,20-03,28
Augustobona (Troyes) Augustobona (Troyes) 48,30-04,08
Condate (Monterau-faut-Yonne) Condate (Monterau-faut-Yonne) 48,38-02,95
Autricum (Chartres) Autricum (Chartres) 48,45-01,50
Ingena (Avranches) Ingena (Avranches) 48,68--1,37
Parisiorum Lucotecia (Parijs) Parisiorum Lucotecia (Parijs) 48,87-02,33
Caballium (Châlons-sur-Marne) Caballium (Châlons-sur-Marne) 48,95-04,37
Ja tin um (Meaux) Ja tin um (Meaux) 48,95-02,87
Mediolanum (Evreux) Evreux 49,02-01,15
Forum Segusianorum (Fours) Forum Segusianorum (Fours) 49,18-01,60
Rotomagus (Rouaan) Rotomagus (Rouaan) 49,43-01,08
Sequanae fluvii ostia (de monden van de Seine) Sequanae fluvii ostia (de monden van de Seine) 49,43-01,08
Juliobona (Lillebonne) Juliobona (Lillebonne) 49,52-00,55
Noeomagus (onbekend Noeomagus (onbekend
WKI-51

Het noordwesten van Gallisch Belgia

tot hiertoe is gesproken over de westelijke (lees: zuidelijke) zijde van Gallisch Belgia dat aan Lugdunensis (Lyon) raakt; haar noordelijke (lees: westelijke) zijde en wat aan de Britse Oceaan raakt, bevat het volgende: De monden van de rivier Phrudis
de Somme 21. 45. 52. 30 Icium het Promontorium 22. 53. 30 Gesoriacus, de haven van de Morini
Boulogne 22. 45. 53. 30 De monden van de rivier Tabuda
de Authie 23. 30. 53. 30 De monden van de Mosa
Canche 24. 40. 53. 20 Lugodinum Batavorum
Leulinghen 26. 30. 53. 20 De westelijke (lees: zuidelijke) mond van de Renus (Schelde) 26. 45. 53. 20 De middelste mond van de Renus (Schelde) 27.
53. 10 De oostelijke (lees: noordelijke) mond van de Renus (Schelde) 28.
54.

Lugdunensis (Lyon) Lugdunensis (Lyon) 45,75-04,85
Gesoriacus (Boulogne) Gesoriacus (Boulogne) 50,72-01,62
Lugodinum Batavorum(Leulinghen) Lugodinum Batavorum(Leulinghen) 50,83-01,72
De monden van de Renus (Schelde) Schelde 50,90-02,08
De monden van de Mosa(Canche) Canche
de rivier Tabuda (de Authie) de Authie
De rivier Phrudis (de Somme) de Somme
WKI-52

De streek van Terwaan naar Toul.

De zijde echter (van Gallisch Belgica), die uitziet naar het opgaan van de zon (het oosten, desondanks bedoelt Ptolemeus het zuiden), wordt door de Renus (Schelde) bij het Grote Germania begrensd, wiens begin de graden heeft 29. 40. 46. De scheiding ligt echter bij de rivier de Obrinca (de Rijn) naar het westen (lees: zuiden) 28. 50. En ook de berg die het begin vormt van de Alpen en die de Adulas (Ortemont, Vogezen) wordt genoemd 29. 30. 45. 15 Het Jura
gebergte 26. 15. 46. Origiacum
Oiry 22. 30. 51. Caesaromagus
Beauvais 22. 51. 20 Samarobriva
Amiens 22.'■15. 52. 30 Naast die de Morini met hun stad Tervanna
Terwaan 23. 20. 52. 50 daarn a de rivier de Tabuda (de Authie), de Tungri (Tingry) en hun stad Atuacutum
Attin 24. 30. 52. 20 daarn a de rivier de Mosa (de Canche), de Menapii en hun stad Castellum
Cassel 25. 52. 15 Daa rn a de Nervii met hun stad Baganum
Bavay 25. 15. 51. 40 Rhotomagus
Senlis 22. 40. 50. Augusta Veromanduorum
Saint
Quentin 25. 30. 50. Augusta Suessonum
Soissons 23. 30. 48. 50 D u ro co tto rum
Reims 23. 45. 48. 30 Augusta Trevirorum
Trier 26. 48. 30 Dividurum
Metz 25. 30. 47. 20 Tullum
Toul 26. 30. 47. Nasium
Naiz
aux
Forges 24. 50. 46. 40
Caesaromagus (Beauvais) Caesaromagus (Beauvais) 49,43-02,08
de Renus (Schelde) Schelde 50,90-02,08
Het Jura-gebergte Het Jura-gebergte
Origiacum (Oiry) Origiacum (Oiry) 49,02-04,05
de Adulas (Ortemont, Vogezen) Ortemon (Vogezen)
rivier de Obrinca (de Rijn) rivier de Obrinca (de Rijn)
Samarobriva (Amiens) Samarobriva (Amiens) 49,90-02,30
WKI-53

Het noordelijk deel van Germania Inferior.

Het deel van de streek, die tegen de Renus (Schelde) aan ligt, van de zee tot aan de rivier de Obrinca (Rijn), wordt Germania Inferior genoemd, waarin aan de westzijde (lees: zuidzijde) kant van de Renus (Schelde) de volgende plaatsen liggen: Het land van de Bataven ligt in het midden: Batavodurum
Béthune 27. 15. 52. 20 Vetera
Verviers 27. 30. 51. 50 Agrippinenses
Keulen 27. 40. 51. 30 Bonna
Bonn 27. 40. 50. 50Trajana Legio
Treis Mocontiacum
Mainz 27. 30. 52. 45 27. 20. 50. 15
Mocontiacum (Mainz) Mainz 50,00-08,27
Batavodurum (Béthune) Batavodurum (Béthune) 50,53-02,63
Renus (Schelde) Renus (Schelde) 50,90-02,08
Agrippinenses ( Keulen) Agrippinenses ( Keulen) 50,93-06,95
Bonna (Bonn) Bonna (Bonn) 50,73-07,10
de rivier de Obrinca (Rijn) Rijn
Trajana Legio (Treis) Treis
Vetera (Verviers) Vetera (Verviers) 50,58-05,87
WKI-54

Naast de monden van de Renus (Schelde).

De monden van de Vidrus
de IJzer 27. 30. 54. 20 De haven van Mararmanis
Mannaricum
Merville 28.

. 54. 15 De monden van de Amisia
Hem 29.

. 55. de oorsprong van deze rivier 32.

. 55. De monden van de Wisurgis
Wimereux 31.

. 55. de oorsprong van deze rivier 34.

. 52. 30 Drie Saksische eilanden 31.

. 56. 15 De monden van de Albis r Aa 31.

. 56. 15 de oorsprong van deze rivier 39.

. 50.
de monden van de Wisurgis (Wimereux) Wimereux 50,77-01,62
de monden van de Amisia (Hem) Hem 50,80-02,05
de monden van de Albis (Aa) Aa 50,90-02,08
De monden van de Vidrus (de IJzer) de IJzer
Mararmanis (Mannaricum - Merville) Mararmanis (Mannaricum - Merville) 50,63-02,63
WKI-56

De volken van Germania, d.i. Noord-Frankrijk

In Germania bij de Renus, de Albis, de Amisia somt Ptolemeus de volgende volkeren op (alfabetisch gerangschikt). Hij noemt enige stammen, die men elders niet vermeld vindt. Zo bevestigt hij niet alleen Tacitus in diens opvatting van Germania, doch voegt er nog nieuwe bewijzen bij: Angrivarii
Angres. Bructeri
Broxeele. Calucones
Calonne. Caritami
Cartignies. Casuarii
Cattenières. Chaemae
Chemy. Chamavi
Camphin. Chatti
Katsbergs. Chauci
Chocques. Cherusci
Chérisy. Frisii
Vlaanderen. Helvetii
Helfaut. Incriones
Equires, Equirre. Intuergi
Ennetières .Landudi
Landas. Langobardi
Lompret. Marsigni
Marchiennes. Nerteriani
Niergnies. Saxones
zuid van Boulogne. Silingi
Solesmes. Suevi
omg. Kortrijk. Sygambri
Cambrin. Tencteri
Tingry of Tangry. Tubanti
Thun of Thuin. Turoni
Doornik. Usipii
Weppes. Vangiones
Wannehain.
Casuarii (Cattenières) Casuarii (Cattenières) 50,13-03,33
Cherusci (Chérisy) Cherusci (Chérisy) 50,23-02,92
Marsigni (Marchiennes) Marsigni (Marchiennes) 50,40-03,28
Angrivarii (Angres) Angrivarii (Angres) 50,42-02,75
Sygambri (Cambrin) Sygambri (Cambrin) 50,50-02,73
Chamavi (Camphin) Chamavi (Camphin) 50,52-02,98
Chauci (Chocques) Chauci (Chocques) 50,53-02,57
Calucones (Calonne) Calucones (Calonne) 50,57-03,43
Langobardi (Lompret) Langobardi (Lompret) 50,67-03,00
Helvetii (Helfaut) Helvetii (Helfaut) 50,70-02,25
Saxones (zuid van Boulogne) Saxones (zuid van Boulogne) 50,72-01,62
Chatti (Katsberg) Chatti (Katsberg) 50,80-02,48
Bructeri (Broxeele) Bructeri (Broxeele) 50,83-02,32
Suevi (omg. Kortrijk) Suevi (omg. Kortrijk) 50,83-03,27
Frisii (Vlaanderen) Frisii (Vlaanderen) 51,22-03,23
Caritami (Cartignies) Caritami (Cartignies)
Chaemae (Chemy) Chaemae (Chemy)
Incriones (Equires- Equirre) Incriones (Equires- Equirre) 50,47-02,23
Intuergi (Ennetières) Intuergi (Ennetières) 50,63-02,95
Landudi (Landas) Landudi (Landas) 50,48-03,30
Nerteriani (Niergnies) Nerteriani (Niergnies) 50,15-03,25
Silingi( Solesmes) Silingi( Solesmes)
WKI-57

Van Flevum naar Buduris.

Flevum (of Almere) 28. 45. 54. 45 Siatutanda
Sithiu, St. Omaars 29. 20. 54. 20 Texalia
Axles bij Calais, of Escalles 31. 55. Fabiranum
Favreuil 31. 30. 55. 20 Treva
Thièvres 31. 55. 20 Leufana, Levesano
Laventie 34. 15. 55. 40 Asciburgium
Aken of Auchy
au
Bois 27. 30. 52. 30 Navalia
de Nave (einde van de Opstand der Bataven) 27. 50. 53. 15 Mediolanum
Moignelée 28. 10. 53. 45 Teuderium
Douriez 30. 54. Bogadum
Bouchain 30. 15. 52. Stereontium
Estreux 31. 52. 20 Amisia
Ames 31. 30. 51. 30 Tropea Drusi (bij het Teutoburgerwoud) 33. 45. 52. 45 Alisum
Arleux 28. 51. 30 Buduris
Buire 28. 49.
Treva ( Thièvres) Treva ( Thièvres) 49,75-06,63
Fabiranum (Favreuil) Fabiranum (Favreuil) 50,12-02,85
Mediolanum (Moignelée) Moignelée 50,43-04,57
Flevum (of Almere) Flevum (of Almere) 50,90-02,08
Alisum (Arleux) Alisum (Arleux)
Amisia (Ames) Amisia (Ames)
Asciburgium (Aken of Auchy-au-Bois) Asciburgium (Aken of Auchy-au-Bois) 50,55-02,37
Bogadum (Bouchain) Bogadum (Bouchain)
Texalia (Axles bij Calais of Escalles) Calais 50,95-01,95
Texalia (Axles bij Calais of Escalles) Escalles 50,92-01,72
Leufana (Levesano - Laventie) Levesano ( Leventie)
Navalia (de Nave) Navalia (de Nave)
Siatutanda ( Sithiu, St. Omaars) Siatutanda ( Sithiu, St. Omaars)
Stereontium (Estreux) Stereontium (Estreux) 50,35-03,60
Teuderium (Douriez) Teuderium (Douriez)
Tropea Drusi (bij het Teutoburgerwoud) Tropea Drusi (bij het Teutoburgerwoud)
WKI-58

Van de Rijn naar het zuiden

De streek die zich van de rivier de Obrinca (Rijn) naar het zuiden (lees: oosten) uitstrekt, heet Germanica Superior, waarin te beginnen vanaf de rivier de Obrinca de volgende steden liggen: Noeomagus
Neumagen 27. 40. 49. 50 Rufiana
Rheingönheim 27. 40. 49. 10 Borbetomagus
Worms 27. 50. 49. Argentoratum
Straatsburg 27. 45. 48. 20 Breucomagus
Brumath (Fr.) 27. 50. 48. Elcebus
Elzach 28. 30. 47. Augusta Rauricorum
Augst (Zw.) 28. 47. 10 Argenturia
Horbourg 27. 50. 47. 10 Onder deze en de Leuci wonen de Lingones, wier stad Andomatunum
Langres is 26. 15. 46. 20
Augusta Rauricorum (Augst (Zw.)) Augusta Rauricorum (Augst (Zw.)) 47,53-07,72
Andomatunum (Langres) Andomatunum (Langres)
Argentoratum (Straatsburg) Argentoratum (Straatsburg)
Argenturia (Horbourg) Argenturia (Horbourg)
Borbetomagus (Worms) Borbetomagus (Worms)
Breucomagus (Brumath (Fr.)) Breucomagus (Brumath (Fr.))
Elcebus (Elzach) Elcebus (Elzach) 48,18-08,07
Noeomagus (Neumagen) Noeomagus (Neumagen)
de Obrinca (Rijn) Rijn
Rufiana (Rheingönheim) Rufiana (Rheingönheim) 49,44-08,42
WKI-59

Algemene beschrijving van Gallia met plaatsbepalingen

De derde tabel van Europa bevat Gallia in vier provincies met de eilanden die erbij horen. Haar middellijn verhoudt zich tot haar zuidelijke (lees: oostelijke) meridiaan als twee tot drie. Deze tabel is beschreven vanaf de oorsprong van Italia, Raetia en Germania, in het zuiden (lees: oosten) vanaf de Gallische Zee (Middellandse Zee); in het westen (lees: zuiden) vanaf de Pyreneeën en de zeebaai van Aquitanië; in het noorden (lees: westen) vanaf de Britse Oceaan (Het Kanaal). Van het Keltogallische Aquitaniè heeft Mediolanum
Saintes de langste dag van 15 uren en 45 minuten; het ligt van Alexandrië naar het westen (lees: zuiden) op 2 uren en 20 minuten. Burdigalia
Bordeaux heeft de langste dag van 15 uren en 30 m inuten; het ligt van Alexandrië naar het westen (lees: zuiden) op 2 uren en 50 minuten. Augustodonum
Autun heeft de langste dag van 15 uren en 45 minuten; het ligt van Alexandrië naar het westen (lees: zuiden) op 2 uren en 25 minuten. Lugdunum
Lyon heeft de langste dag van 15 uren en 30 minuten; het ligt van Alexandrië naar het westen (lees zuiden) op 2 uren en 30 minuten. Gessoriacum
Boulogne heeft de langste dag van 16 uren en 50 minuten; het ligt van Alexandrië naar het westen (lees: zuiden) op 2 uren en 52 minuten. Durocottorum
Reims heeft de langste dag van 16 uren; het ligt van Alexandrië naar het westen (lees: zuiden) op 2 uren en 35 minuten. Massilia
Marseille van keltogallisch Narbonesia heeft de langste dag van 15 uren en 15 minuten; het ligt van Alexandrië naar het westen (lees: zuiden) op 2 uren en 25 minuten. Narbo
Narbonne heeft de langste dag van 15 uren en 15 minuten; het ligt van Alexandrië naar het westen (lees: zuiden) op 2 uren en 35 minuten. Vienna
Vienne heeft de langste dag van 15 uren en 30 minuten; het ligt van Alexandrië naar het westen (lees: zuiden) op 2 uren en 30 minuten. Nemausus
Nîmes heeft de langste dag van 15 uren en 24 minuten; het ligt van Alexandrië n aar het westen (lees: zuiden) op 2 uren en 34 minuten. Aimisia
Ames heeft de langste dag van 16 uren en 30 minuten; het ligt van Alexandrië naar het westen (lees: zuiden) op 2 uren. Lupia
Louvignies bij Bavay of Louvignies bij Le Quesnoy, heeft de langste dag van 16 uren en 15 minuten; het ligt van Alexandrië naar het westen (lees: zuiden) op 1 uur en 40 minuten.
Narbo (Narbonne) Narbo (Narbonne) 43,18-03,00
Massilia (Marseille) Marseille 43,30-05,40
Burdigalia (Bordeaux) Burdigalia (Bordeaux) 44,83--0,57
Lugdunum ( Lyon) Lugdunum ( Lyon) 45,75-04,85
Mediolanum (Saintes) Saintes 45,75--0,63
Augustodonum (Autun) Augustodonum (Autun) 46,95-04,30
Durocottorum (Reims) Reims 49,25-04,03
Lupia (Louvignies bij Bavay of Louvignies bij Le Quesnoy) Lupia (Louvignies bij Bavay of Louvignies bij Le Quesnoy) 50,65-02,40
Gessoriacum (Boulogne) Gessoriacum (Boulogne) 50,72-01,62
Aimisia (Ames) Aimisia (Ames)
de Britse Oceaan (Het Kanaal) Het Kanaal
de Gallische Zee (Middellandse Zee) Middellandse Zee
Nemausus (Nîmes) Nîmes 43,83-04,35
Vienna (Vienne) Vienna (Vienne)
WKI-60

De ruiterij van de Bataven.

Zo goed was zijn (Hadrianus) leger geoefend, dat zelfs de ruiterij, die men van de Bataven (Béthune) noemt, met wapens en al de Istrus (Huistre) overzwom.
Bataven (Béthune) Bataven (Béthune) 50,53-02,63
de Istrus (Huistre) Huistre
WKI-60a

Albinus bedwingt de Frisii

Door Commodus werd hij (Albinus) naar Gallia gezonden, waar de Frisii (Vlaanderen) van over de Renus (Schelde) doorgedrongen waren; hij maakte zijn naam beroemd bij de Romeinen en de barbaren.
de Frisii (Vlaanderen) Vlaanderen 50,78-03,52
Julius Capitolinus, In Clodio Albino Julius Capitolinus, In Clodio Albino
WKI-60b

De Panegyricus over de Vahalis

Die landstreek, Caesar, is door uw goddelijke expedities veroverd en gezuiverd, waar de Vahalis (Oise) in meerdere stromen doorheen vloeit en dat de Renus (Schelde) met zijn aftakkingen omvat. Het gelijkt bijna niet op aarde, want dit woord past er nauwelijks. Het is immers zo met water d oordrenkt, omdat het niet alleen daar waar het duidelijk moeras is, in het niet verdwijnt en de voetstap weigert, maar ook waar het een beetje steviger lijkt wijkt het terug voor de voet en trekt het zich terug bij elke stap.
Vahalis (Oise) Vahalis (Oise) 49,00-02,07
WKI-61

Namen van volken en steden aan de Renus (Schelde).

Dit zijn de barbaarse volken, die voortwoekerden onder de keizers: Scoti (Ecottes), Picti (Pihen), Caledoni (Calonne), Rugi (Rougefay), Heruli (Héricourt), Saxones (zuid van Boulogne), Chamavi (Camphin), Frisiavi (Vlaanderen), Amsivarii (Ambrines), Angli (Englos), Angrivarii (Angres), Flevi (bij het Flevum), Bructeri (Broxeele), Chatti (Katsberg), Burgundiones (Marne), Allemanni (Rijssel), Suebi (omg. Kortrijk), Franci (Franken, omg. Doornik), Chattuari (Couthuin). De namen van de steden aan de overzijde van de Renus (Schelde) zijn: van de Usipii (Weppes), van de Tubanti (Thun bij Kamerijk), van de Nictrenses (lees: Victrenses, Vis
en
Artois), van de Novarii (Nouart, Ardennes), van de Casuarii (Cattenières). Al deze steden aan de overzijde van de Renus (Schelde) vormen Belgica Prima.
Rugi (Rougefay) Rugi (Rougefay) 50,27-02,17
Angrivarii Angrivarii 50,42-02,75
Chamavi (Camphin) Chamavi (Camphin) 50,52-02,98
Angli (Englos) Angli (Englos) 50,63-02,97
Saxones (zuid van Boulogne) Saxones (zuid van Boulogne) 50,72-01,62
Frisiavi (Vlaanderen) Frisiavi (Vlaanderen) 51,22-03,23
Amsivarii (Ambrines) Amsivarii (Ambrines)
Caledoni (Calonne) Caledoni (Calonne)
Heruli (Héricourt) Heruli (Héricourt) 50,35-02,25
Picti (Pihen) Picti (Pihen)
Scoti (Ecottes) Scoti (Ecottes)
WKI-62

Zozimus over de Batavia en de Renus (Schelde).

De Saksen dreven de Quadi (Quaëdypre), een deel van hun volk, naar het land dat door de Romeinen bezet was, terwijl de Franken hen de d o orto ch t weigerden. Van hun kant namen de Romeinen maatregelen, om de zaak van Caesar te verdedigen en niet overlopen te worden. Zij bouwden schepen, voeren de Renus (Schelde) op langs het rijk van de Franken en legden met hun schepen aan in de Batavia, dat de gedeelde Renus (Schelde) tot een eiland maakt, het grootste van deze rivier
eilanden. Het volk van de Saliërs, dat deels uit dat van de Franken, deels uit d at van de Saksen was voortgekomen, dat dit eiland bezette nadat het door de zijnen verdreven was, werd door de Romeinen eruit gedreven. Dit eiland was voorheen volledig in het bezit van de Romeinen, en werd toen door de Saliërs bezet.
de Quadi (Quaëdypre) Quaëdypre 50,93-02,47
WKI-63

Valentinianus in konflikt met de Bataven

Keizer Valentinianus verbleef bij de Germanen aan de overzijde van de Renus (Schelde) en ondervond daar grote en onverwachte moeilijkheden. Het hele volk van de Germanen namelijk had zijn vroegere stoutmoedigheid weer opgenomen en was de plaatsen binnengetrokken die aan het romeinse rijk onderworpen waren. De keizer tro k hen tegemoet. Er ontstond een hevige strijd, waarin de barbaren de Romeinen overwonnen en achtervolgden. Valentinianus wilde het gevaar niet ontgaan door de vlucht. Hij liet onderzoeken wat de oorzaak was en bevond dat het legioen van de Bataven (Béthune) schuldig was. en hij beval de Bataven (Béthune) de wapens neer te leggen, een boete te betalen en als vluchtende slaven naar elders te gaan. Deze wierpen zich ter aarde en smeekten hem het leger die smaad niet aan te doen, en beloofden al hun krachten in te spannen om de Romeinen te dienen. toen gedroegen zij zich zofel in de oorlog dat van de onafzienbare menigte barbaren slechts weinigen zonder letsel naar huis terugkeerden.
de Bataven (Béthune) Béthune 50,53-02,63
Zozimus, IV. Zozimus, IV.
WKI-64

De Bataven bij de Lys in Frankrijk

Er is een landstreek tussen de Legia (Lys) en de kuststreken van Vlaanderen, Menapia (Cassel) geheten. welke naam vanaf het begin in Caleten (Cléty) en Batavi (Béthune) verdeeld was.
Batavi (Béthune) Batavi (Béthune) 50,53-02,63
Caleten (Cléty) Caleten (Cléty) 50,65-02,18
Menapia (Cassel) Menapia (Cassel) 50,80-02,48
Legia (Lys) Legia (Lys)
WKI-65

Marcianus beschrijft Gallia Belgica en Germania Magna

Belgica met de twee Germaniae wordt in het noorden (lees: westen) begrensd door de Noordelijke Oceaan (lees: westelijke
Atlantische Oceaan), die zich langs Brittannia uitstrekt; in het oosten (lees: noorden) door de Renus (Schelde), langs het Grote Germania tot de bro n van de rivier, en nog door de berg v an af zijn b ron in de (franse) Alpen, die Adoulis w ordt genoemd; en in het westen (lees: zuiden) door de provincie Lugdunensis (Lyon) en door de bovengenoemde rivier Seine; in het zuiden (lees: oosten) d oor het overige deel van Narbonesia. Het gedeelte dus vanaf de zee tot de rivier O brinka (verm. de Rijn) wordt genoemd Germania Inferior; het gedeelte vanaf de Obrinka (verm. de Rijn) wordt genoemd Germania Superior. Belgica met de twee Germaniae bevat 24 volken, 38 beroemde steden, 2 beroemde bergen, 7 beroemde rivieren en een beroemd voorgebergte.
Lugdunensis (Lyon) Lugdunensis (Lyon) 45,75-04,85
Marcianus, Periples maris exteri, II. Marcianus, Periples maris exteri, II.
WKI-66

Hieronymus over de Morini en de Renus Bicornis

Deze waren senatoren, die een plaats voor het bestuur verkregen hadden over de Britanni (Engeland), de Hispani (Spanje), de Gallii en de laatste der mensen de Morini (Terwaan), waar de Renus Bicornis (Schelde, de tweehoornige) stroomt.
Gallii Gallii 48,87-02,33
Morini (Terwaan) Morini (Terwaan) 50,63-02,25
Britanni (Engeland) Britanni (Engeland) 51,13-01,30
Hispani (Spanje) Hispani (Spanje)
WKI-67

Hieronymus over de Germanen in Frankrijk

Ontelbare wilde volken overstroomden geheel Gallia. Wat tussen de Alpen (franse Alpen) en de Pyreneeën ligt en door de Oceaan (Atlantische Oceaan) en de Renus (Schelde) wordt omsloten werd tot smart van de publieke zaak door de vijandige Pannoni (Germanen) verwoest, namelijk de Quadi (Quaëdypre), de Vandali (Waudignies), de Sarmati (Sermaise), de Halani (Halluin), de Gypedes (Guemps), de Heruli (Héricourt), de Saxones (zuid van Boulogne), de Bourgondiones (Bourgondië) en de Alemanni (Allemont). Mogontiacus (Maing), eens een edele stad , werd veroverd en verwoest en in de kerk werden vele duizenden gedood. Vangiones (Wannehain) werd na een lange belegering verslagen. De machtige stad van de Remi (Reims), de Ambiani (Amiens), Atrebatae (Atrecht) en de laatste der mensen de Morini (Terwaan), Tornacus, (Doornik), Nemetae (Atrecht), Argentoratus (Straatsburg) werden door Germanen ingenomen. De provincies Aquitania, Novempopulorum (deel van Aquitanië), Lyon en N arbonne werden, met uitzondering van enige steden, geheel verwoest.
de Bourgondiones (Bourgondië) Bourgondië 47,32-05,02
de Sarmati (Sermaise) Sermaise 47,52--0,22
de Remi (Reims) Reims 49,25-04,03
de Alemanni (Allemont) Allemont 49,47-03,45
de Ambiani (Amiens) Amiens 49,90-02,30
Atrebatae (Atrecht) Atrebatae (Atrecht) 50,28-02,78
Mogontiacus (Maing) Maing 50,30-03,48
Vangiones (Wannehain) Vangiones (Wannehain) 50,57-03,27
Tornacus (Doornik) Doornik 50,60-03,38
de Morini (Terwaan) Terwaan 50,63-02,25
de Halani (Halluin) Halluin 50,78-03,13
de Quadi (Quaëdypre) Quaëdypre 50,93-02,47
de Gypedes (Guemps) Guemps
de Heruli (Héricourt) Héricourt 50,35-02,25
de Vandali (Waudignies) Waudignies 50,57-03,80
de Saxones (zuid van Boulogne) zuid van Boulogne
WKI-68

De bovenste weg in de Patavia noemt van links naar rechts

Lugdunum (Batavorum)
Leulinghen. Praetorium Agrippinae
Elinghen. Matilone
Le Mat. Albanianis
Alembon. Nigropullo
Noires Terres. Lauri
Lumbres. Fletione
Fléchin. Levesano
Leventie. Carvone
Carvin. Castra Herculis
Roye. Noviomagus
Noyon.
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Carvone (Carvin) Carvone (Carvin) 50,48-02,97
Fletione (Fléchin) Fletione (Fléchin) 50,55-02,28
Lauri (Lumbres) Lumbres 50,70-02,13
Albanianis (Alembon) Albanianis (Alembon) 50,78-01,88
Lugdunum Batavorum (Leulinghen) Lugdunum Batavorum (Leulinghen) 50,83-01,72
Praetorium Agrippinae (Elinghen) Elinghen 50,87-01,87
Castra Herculis (Roye) Castra Herculis (Roye) 49,70-02,80
Levesano ( Leventie) Levesano ( Leventie)
Matilone ( Le Mat) Matilone ( Le Mat) 50,80-01,85
Nigropullo (Noires Terres) Nigropullo (Noires Terres)
WKI-69

De onderste weg in de Patavia noemt van links naar rechts

Lugdunum
Leulinghen. Caspingio
Campagne. Foro Adriani
Hardinghen. Grinnibus
Grivesnes. Flenio
Fiennes. Ad duodecimum
Montdidier. Tablis
Etaples. Noviomagus
Noyon.
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Lugdunum (Leulinghen) Lugdunum (Leulinghen) 50,83-01,72
Ad duodecimum (Montdidier) Ad duodecimum (Montdidier)
Caspingio (Campagne) Caspingio (Campagne)
Flenio (Fiennes) Flenio (Fiennes) 50,83-01,83
Foro Adriani (Hardinghen) Foro Adriani (Hardinghen) 50,80-01,82
Grinnibus (Grivesnes) Grinnibus (Grivesnes) 49,68-02,48
Tablis (Etaples) Tablis (Etaples) 50,52-01,65
WKI-70

De bovenste weg rechts van Noviomagus noemt

Noviomagus
Noyon. Veteribus
Verviers (B.). Arenatio
Annois. Asciburgia
Aken (DL). Burginatio
Bohain. Novesio
Neuss (Dl.). Colonia Traiana
Trazegnies (B.) Agrippina
Keulen (DL).
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Agrippina (Keulen (DL)) Agrippina (Keulen (DL)) 50,93-06,95
Arenatio (Annois) Arenatio (Annois)
Asciburgia (Aken (DL)) Asciburgia (Aken (DL))
Burginatio (Bohain) Burginatio (Bohain)
Colonia Traiana (Trazegnies (B.)) Colonia Traiana (Trazegnies (B.))
Novesio (Neuss (Dl.)) Novesio (Neuss (Dl.)) 51,20-06,68
Veteribus (Verviers (B.)) Veteribus (Verviers (B.)) 50,58-05,87
WKI-71

De onderste weg rechts van Noviomagus noemt

Noviomagus
Noyon. Atuaca
Tongeren (B.). Cevelum
Chevilly. Coriovallo
Heerlen. Blariaco
Berlancourt. Juliaco
Jülich. Catualium
Couthuin (B.). Agrippina
Keulen. Feresne
Waremme (B.).
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Agrippina (Keulen) Agrippina (Keulen) 50,93-06,95
Juliaco (Jülich) Juliaco (Jülich) 50,93-06,37
Atuaca (Tongeren (B.)) Atuaca (Tongeren (B.))
Blariaco (Berlancourt) Blariaco (Berlancourt)
Catualium (Couthuin (B.)) Catualium (Couthuin (B.))
Cevelum (Chevilly) Cevelum (Chevilly)
Coriovallo (Heerlen) Coriovallo (Heerlen) 50,90-05,98
Feresne (Waremme (B.)) Feresne (Waremme (B.)) 50,68-05,25
WKI-72

Links van Noviomagus worden in Frankrijk genoemd

Bononia
Boulogne. Turnaco
Doornik. Cast. Menapiorum
Cassel. Pontes Scaldis
Escautpont. Virovino
Wervicq. Camaraco
Kamerijk, Tervanna
Terwaan. Hermomacum
Bermerain. Nemetaco
Atrecht . Baca Conervio
Bavay. Teucera
Thièvres.
Camaraco (Kamerijk) Camaraco (Kamerijk) 50,17-03,23
Pontes Scaldis (Escautpont) Escautpont 50,42-03,57
Turnaco (Doornik) Turnaco (Doornik) 50,60-03,38
Bononia (Boulogne) Bononia (Boulogne) 50,72-01,62
Virovino (Wervicq) Wervicq 50,78-03,03
Cast. Menapiorum (Cassel) Cast. Menapiorum (Cassel) 50,80-02,48
WKI-73

Rechts van Noviomagus worden in Frankrijk, België en Duitsland genoemd

Vogo Dorgiaco
Waudrez. Durocortoro
Reims. Duconum
Dourlers. Noviomagus
Novion
Procien. Geminiaco vico
Gembloux (B.). Mosa
Maas. Vironum
Vervins. Meduanto
Moyen. Pernaco
Berneau (B.). Merica
Mechernich (DL). Ninttaci
Noizy
le
Comte. Agrippina
Keulen. Auxenna
Evergnicourt.
Durocortoro (Reims) Reims 49,25-04,03
Mosa (Maas) Mosa (Maas) 51,72-04,83
Duconum (Dourlers) Duconum (Dourlers)
Geminiaco vico (Gembloux (B.)) Geminiaco vico (Gembloux (B.)) 50,57-04,68
Merica (Mechernich (DL)) Mechernich (DL)
Meduanto (Moyen) Moyen
Noviomagus (Novion-Procien) Noviomagus (Novion-Procien)
Pernaco (Berneau (B.)) Pernaco (Berneau (B.)) 50,75-05,73
Vironum (Vervins) Vervins
Vogo Dorgiaco (Waudrez) Waudrez 50,42-04,13
WKI-74

Boven Gallia staat het opschrift: Francia.

Het doet niet eens terzake of dit van de eerste tekena ar dan wel van de kopiist is, daar geen van beide bedoeld kan hebben dat onder deze titel een landschap uit Nederland staat. Boven de Patavia staan enkele namen door elkaar heen, die niet gemakkelijk te lezen zijn. Na enige moeite ontwaart men: Flumen Renus
de rivier de Renus (Schelde). Chamavi qui et Franci
de Chamaven (Camphin) die ook Franken zijn. Cherustini
van Chérisy. Ampsivarii
van Ambrines. Hael(usii)
van Halluin. Dit opschrift met de namen van stammen, die inderdaad ten noorden van de Batavia (Béthune) in Frankrijk woonden, maakt een definitief einde aan elke poging om dit stuk van de ka a rt nog als nederlands grondgebied te eschouwen. Zowel van beneden als van boven wordt het door franse plaatsen en stammen afgegrendeld.
Cherustini (van Chérisy) Cherustini (van Chérisy) 50,23-02,92
de Chamaven (Camphin) Camphin 50,52-02,98
de Batavia (Béthune) Béthune 50,53-02,63
Hael(usii) (van Halluin) Hael(usii) (van Halluin) 50,78-03,13
Ampsivarii (van Ambrines) Ampsivarii (van Ambrines)
WKI-75

De weg van Lugdunum (Leulinghen) naar Agrippina (Keulen) loopt

Lugduno
Leulinghen. Burginatio
Bohain. Albanianis
Alembon. Colonia Traiana (Trazegnies (B.). Traiecto
Tournehem. Veteribus
Verviers (B.). Mannaricio
Merville. Calone
Aken. Carvone
Carvin. Novesio
Neuss. Harenatio
Annois. Col. Agrippina
Keulen.
Albanianis (Alembon) Albanianis (Alembon) 50,78-01,88
Traiecto (Tournehem) Traiecto (Tournehem) 50,80-02,05
Lugduno (Leulinghen) Lugduno (Leulinghen) 50,83-01,72
Burginatio (Bohain) Burginatio (Bohain)
Colonia Traiana (Trazegnies (B.)) Colonia Traiana (Trazegnies (B.))
Veteribus (Verviers (B.)) Veteribus (Verviers (B.)) 50,58-05,87
WKI-76

Weg van Castello - Cassel over Compendium - Compiègne n aar Turnacum - Doornik

Castello
Cassel. Turnacum
Doornik. Minaricium
Merville.
Turnacum (Doornik) Turnacum (Doornik) 50,60-03,38
Minaricium (Merville) Merville 50,63-02,63
Castello (Cassel) Castello (Cassel) 50,80-02,48
WKI-77

Weg van Castello - Cassel naar Colonia - Keulen:

Castello
Cassel. Geminiacum
Gembloux (B.). Minariacum
Merville. Perniciacum
Berneau (B.). Nemetacum
Atrecht. Aduaca Tungrorum
Tongeren. Camaracum
Kamerijk. Coriovallum
Heerlen. Bagacum
Bavay. Juliacum
Jülich. Vodgoriacum
Waudrez (B.). Colonia
Keulen.
Camaracum (Kamerijk) Camaracum (Kamerijk) 50,17-03,23
Nemetacum (Atrecht) Atrecht 50,28-02,78
Bagacum (Bavay) Bagacum (Bavay) 50,30-03,78
Minariacum (Merville) Merville 50,63-02,63
Castello (Cassel) Castello (Cassel) 50,80-02,48
Colonia (Keulen) Colonia (Keulen) 50,93-06,95
Juliacum (Jülich) Juliacum (Jülich) 50,93-06,37
Aduaca Tungrorum (Tongeren) Aduaca Tungrorum (Tongeren)
Coriovallum (Heerlen) Coriovallum (Heerlen) 50,90-05,98
Geminiacum (Gembloux (B.)) Geminiacum (Gembloux (B.)) 50,57-04,68
Perniciacum (Berneau (B.)) Perniciacum (Berneau (B.)) 50,75-05,73
Vodgoriacum (Waudrez (B.)) Waudrez (B.) 50,42-04,13
WKI-78

Weg van Colonia Agrippina - Keulen naar Harenatio - Annois

Colonia Agrippina
Keulen. Calone
Aken. Durnomago
Düren. Veteris
Verviers. Novesio
Neuss. Burginatio
Bohain. Gelduba
Gulpen (Ned. Limb.). Harenatio
Annois.
Calone (Aken) Calone (Aken) 50,57-03,43
Colonia Agrippina (Keulen) Colonia Agrippina (Keulen) 50,93-06,95
Burginatio (Bohain) Burginatio (Bohain)
Durnomago (Düren) Düren
Gelduba (Gulpen (Ned. Limb.)) Gelduba (Gulpen (Ned. Limb.)) 50,80-05,89
Harenatio (Annois) Harenatio (Annois)
Novesio (Neuss) Novesio (Neuss) 51,20-06,68
Veteris (Verviers) Veteris (Verviers) 50,58-05,87
WKI-79

Weg van Colonia Traiana - Trazegnies naar Colonia Agrippina - Keulen:

Colonia Traiana
Trazegnies. Coriovallum
Heerlen. Mediolano
Moignelée (B.). Juliaco
Jülich. Sablonibus
St. Servais (B.). Tiberiacum
Türnich. Mederiacum
Marneffe (B.). Colonia Agrippina
Keulen. Teudurum
Theux (B.).
Colonia Agrippina (Keulen) Colonia Agrippina (Keulen) 50,93-06,95
Juliaco (Jülich) Juliaco (Jülich) 50,93-06,37
Colonia Traiana (Trazegnies) Colonia Traiana (Trazegnies)
Coriovallum (Heerlen) Coriovallum (Heerlen) 50,90-05,98
Mederiacum (Marneffe (B.)) Marneffe (B.) 50,58-05,15
Mediolano (Moignelée (B.)) Moignelée (B.) 50,43-04,57
Sablonibus (St. Servais (B.)) Sablonibus (St. Servais (B.))
Teudurum (Theux (B.)) Teudurum (Theux (B.)) 45,33-03,90
Tiberiacum (Türnich) Tiberiacum (Türnich)
WKI-80

Weg van Portus Gessoriacus - Boulogne naar Bagacum - Bavay:

Portus Gessoriacus
Boulogne. Turnacum
Doornik. Tarvanna
Terwaan. Ponte Scaldis
Escautpont. Castello
Cassel. Bagacum
Bavay. Viroviacum
Wervicq.
Bagacum (Bavay) Bagacum (Bavay) 50,30-03,78
Ponte Scaldis (Escautpont) Escautpont 50,42-03,57
Turnacum (Doornik) Turnacum (Doornik) 50,60-03,38
Tarvanna (Terwaan) Tarvanna (Terwaan) 50,63-02,25
Portus Gessoriacus (Boulogne) Boulogne 50,72-01,62
Viroviacum (Wervicq) Wervicq 50,78-03,03
Castello (Cassel) Castello (Cassel) 50,80-02,48
WKI-81

Weg van Durocortorum - Reims naar Gessoriacum - Boulogne:

Durocortorum
Reims. Ambianos
Amiens. Suessones
Soissons. Pontes (Scaldis)
Escautpont. Noviomagus
Noyon. Gessoriacum
Boulogne.
Durocortorum (Reims) Reims 49,25-04,03
Suessones (Soissons) Suessones (Soissons) 49,37-03,33
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Ambianos (Amiens) Ambianos (Amiens) 49,90-02,30
Pontes Scaldis (Escautpont) Escautpont 50,42-03,57
Gessoriacum (Boulogne) Gessoriacum (Boulogne) 50,72-01,62
WKI-82

Bataven in Gallia in het romeinse leger

In Gallia staan onder de magister van de ruiterij der Galliërs de volgende afdelingen: Mattiaci juniores
van Watten (of Mastaing?). Leones seniores
de senioren van Langres. Brachati seniores
de senioren van Braine, Aisne. Salii seniores
de senioren van de Salia (Selle, zijrivier van de Schelde). Bructeri
van Broxeele. Ampsivarii
van Ambrin. Valentianes
van Valenciennes. Batavi
van Béthune. Batavi juniores
de junioren van Béthune. Britones
van Brétigny. Honoriani seniores
de senioren van Hornaing. Sagittarii Nervii Gallicani
de gallische boogschutters van Bavay. Mattiaci juniores Gallicani
de gallische junioren van Watten (of Mastaing?). Atecotti juniores Gallicani
de gallische junioren van Attin. Lancearii Sabarienses
de lanciers bij de Sabis, verm. de Sambre. Menapii seniores
de senioren van Cassel. Cortoriacenses
die van Kortijk. Tricesimani
die van Troisvaux. Equites Batavi seniores
de senioren ruiters van Béthune. Equites Cornuti seniores
de senioren ruiters van Chartres. Equites Batavi juniores
de jonge ruiters van Béthune. Equites Brachati juniores
de jonge ruiters van Braine, Aisne. Laeti (romeinse kolonisten of veteranen) worden genoemd met hun woonplaats: De Laeti van de Bataven en de vrijen van de Suevi (omg. Kortrijk) te Bayeux en te Constantin in Lugdunensis Secunda. De vrije Laeti van de Suevi (omg. Kortrijk) te Le Mans in Lugdunensis Tertia. De Laeti van de Batavi (Béthune) te Atrecht van Belgica Secunda. De Laeti van de Batavi (Béthune) te Condren (Aisne) en te Noviomagus (Noyon) van Belgica Secunda. De vrije Laeti van de Suevi (omg. Kortrijk) te Clermont
Ferrand in Aquitanië Prima. De Laeti van de Teutoniciani (Doudeauville) te Chartres en Sens in Lugdunensis.
Mattiaci juniores - van Watten (of Mastaing?). Mattiaci juniores - van Watten (of Mastaing?). 50,83-02,22
WKI-83

Orosius over Europa

Europa begint aan de Riphaeisehe Alpen, de stroom Tanais en de moerassen van Maacotidis, die in het oosten zijn. Het gaat verder langs de kust van de noordelijke (lees: westelijke) Oceaan tot aan Gallia Belgica en de stroom van de Renus (Schelde), die in het westen ligt, vandaar tot aan de Danuvius (Aisne), die men ook Histris (Huistre) noemt, die in het zuiden stroomt en in het oosten (lees: noorden) Ponto (Ponthieu) raakt. In het oosten ligt Almania, in het midden Dacia (Dagny) waar ook Gothia ligt; dan komt Germania, waar het grootste deel van de Suevi (omg. Kortrijk) woont.
de Suevi (omg. Kortrijk) omg. Kortrijk 52,15-04,98
WKI-85

Orosius over de Bataven

Het eiland Engeland strekt zich in de Oceaan in de lengte naar het noorden uit. In het zuiden (lees: oosten) ligt het tegenover Gallië. Voor hen die oversteken verschijnt als eerste en dichtst bij zijnde kust de stad, die Rutupi Portus (Richborough) w ordt genoemd. Vandaar heeft men het zicht op de Menapii (Cassel) en de Batavi (Béthune), niet ver van de Morini (Terwaan) die meer naar het zuiden wonen.
de Batavi (Béthune) Béthune 50,53-02,63
de Morini (Terwaan) Terwaan 50,63-02,25
de Menapii (Cassel) Cassel 50,80-02,48
Rutupi Portus (Richborough) Richborough 51,28-01,33
WKI-86

Frisones en Batavi in Engeland

Het bestuur van Engeland. De tribuun van het eerste kohort der Frixagoren (Frisones) te Waaslsend. de tribuun van het eerste koh o rt Batavi (Béthune) te Carrawburg. de tribuun van het eerste kohort der Tungri (Doornik) te Housesteads. de tribuun van het eerste kohort der Morini (Terwaan) te Bowness; de tribuun van het derde kohort der Nervii (Bavay) te hitleycastle. de tribuun van het zesde kohort der Nervii (Bavay) te Bainbridge.
Nervii (Bavay) Nervii (Bavay) 50,30-03,78
Nervii (Bavay) Nervii (Bavay) 50,30-03,78
Batavi (Béthune) Batavi (Béthune) 50,53-02,63
Tungri (Doornik) Doornik 50,60-03,38
Morini (Terwaan) Morini (Terwaan) 50,63-02,25
de Frixagoren (Frisones) (Waaslsend) Frisones 51,22-03,23
Bainbridge Bainbridge
Bowness Bowness
Carrawburg Carrawburg
Housesteads Housesteads
Whitleycastle Whitleycastle
WKI-87

Aetius verdedigt het romeins gezag.

De patriciër Aetius stond toen aan het hoofd van de militairen. Hij was uit het sterke volk van de Moesi (prov. van Perzië), geboren te “ Dorostorena civitate” (Dorestadum
Audruicq) uit zijn vader G audentius, geoefend in de krijgskunde en de romeinse zaak bijzonder toegewijd. Hij bedwong de hoogmoed van de Suevi (omg. Kortrijk) en de barbaarsheid van de Franken (doornik) met sterke hand om Rome te blijven dienen.
de Franken (doornik) doornik 50,60-03,38
Dorostorena civitate-(Dorestadum - Audruicq) Dorostorena civitate-(Dorestadum - Audruicq) 50,88-02,08
Julianus, Getica, 34, 176 Julianus, Getica, 34, 176
de Suevi (omg. Kortrijk) omg. Kortrijk 52,15-04,98
WKI-88

De provincies van Gallia in de vijfde eeuw

Gallia heeft 17 provincies: 1. Vienne. 2. Narbonensis Prima. 3. Narbonensis Secunda. 4. Aquitania Prima. 5. Aquitania Secunda. 6. Novempopulana (Occitanië). 7. De Maritieme Alpen. 8. Belgica Prima, waarin Trier ligt. 9. Belgica Secunda w aar de oversteekplaats is naar Engeland. 10. Germania Prima op de Renus (Schelde). 11. Germanica Secunda op de Renus (Schelde) tegen Engeland aan. 12. Lugdunensis Prima. 13. Lugdunensis Secunda aan de Oceaan, de noordelijke (lees: westelijke) zee. 14. Lugdunensis Tertia aan de Oceaan, tegen Engeland aan. 15. Sens. 16. Van de Sequani
bovenloop van de Seine. 17. De Alpen Grées.
Narbonensis Prima Narbonensis Prima 43,18-03,00
Narbonensis Secunda Narbonensis Secunda 43,18-03,00
Aquitania Secunda Aquitania Secunda 44,83--0,57
Lugdunensis Prima Lugdunensis Prima 45,75-04,85
Aquitania Prima Aquitania Prima 47,08-02,40
Sens Sens 48,20-03,28
Belgica Secunda(oversteekplaats is naar Engeland) Belgica Secunda(oversteekplaats is naar Engeland) 49,37-03,33
Belgica Prima, waarin Trier ligt Belgica Prima, waarin Trier ligt 49,75-06,63
De Alpen Grées. Alpen Grées.
De Maritieme Alpen De Maritieme Alpen
Germania Prima op de Renus (Schelde) Germania Prima op de Renus (Schelde)
Germanica Secunda (op de Renus(Schelde) tegen Engeland aan) Germanica Secunda (op de Renus(Schelde) tegen Engeland aan)
Lugdunensis Secunda aan de Oceaan Lugdunensis Secunda aan de Oceaan
Lugdunensis Tertia aan de Oceaan, tegen Engeland aan Lugdunensis Tertia aan de Oceaan, tegen Engeland aan
Novempopulana (Occitanië) Novempopulana (Occitanië)
Vienne Vienne
WKI-89

Avitus, keizer van het West-Romeinse rijk.

Gij zijt Tuncrum (Doornik) en de Vahalis (Oise), de Wisurgis (Wimereux), de Albis (Aa) en de dichte moerassen van de Franken binnengetreden, terwijl alleen de Sigambri (Cambrin) u eerden; met uw wapens was u veilig
de Vahalis (Oise) Oise 49,00-02,07
de Sigambri (Cambrin) Cambrin 50,50-02,73
Tuncrum (Doornik) Doornik 50,60-03,38
de Wisurgis (Wimereux) Wimereux 50,77-01,62
de Albis (Aa) Aa 50,90-02,08
WKI-90

Keizer Maiorianus in Gallia.

Gallia looft hem met alles wat in Europa is. daar stromen met sterke golven: de Renus (Schelde), de Saöne, de Rhöne, de Maas, de Marne, de Seine, de Ledus (Lys), de Clitis (Clignon), de Claris (Claire), de Atax (Aude) en de Vacalis(Oise),de Loire. Hij verdedigt de Turones (Doornik), die de oorlog vrezen, en het land van Atrecht dat de Frank Clovis overlopen had.
de Rhöne Rhone 45,75-04,85
de Vacalis(Oise) Oise 49,00-02,07
de Seine Seine 49,43-00,43
de Turones (Doornik) Doornik 50,60-03,38
de Renus (Schelde) Schelde 50,90-02,08
Appollinaris Sidonius, Carmen V. Appollinaris Sidonius, Carmen V.
de Atax (Aude) Aude
de Claris (Claire) Claire
de Clitis (Clignon) Clignon 49,12-03,07
de Loire de Loire
de Maas de Maas
de Marne de Marne
de Ledus (Lys) Lys
de Saöne Saone
WKI-91

De bisschop van Clermont-Ferrand over Vahalis, Wisurgis en Albis.

Gij (Consentius, aan wie het gedicht is opgedragen) hebt de Thunerus (Thon), de Vahalis (Oise), de Wisurgis (Wimereux) en de Albis (Aa) bezocht, en de verste moerassen in het land van de Franken, veilig tussen uw wapens, terwijl alleen de Sigambri (Cambrin) u vereerden.
de Vahalis (Oise) Oise 49,00-02,07
Sigambri (Cambrin) Sigambri (Cambrin) 50,50-02,73
de Wisurgis (Wimereux) Wimereux 50,77-01,62
de Albis (Aa) Aa 50,90-02,08
de Thunerus (Thon) Thon
WKI-93

Beschrijving van Germania in het noorden van Frankrijk.

Germania, Raetia (Ressons) en de landstreek Noricus (Neustrië) raken in het oosten (lees: noorden) aan de rivier Vistula (Vesle) en het Hercynisch Woud (Katsberg); in het westen (lees: zuiden) aan de rivier de Renus (Schelde); in het noorden (lees: westen) aan de Oceaan (Atlantische Oceaan); in het zuiden (lees: oosten) aan de bergketen van de (franse) Alpen en de rivier Danubius (Aisne). Germania en Gothia. Zij grenzen in het oosten (lees: noorden) aan de rivier Vistla (Vesle); in het westen (lees: noorden) aan de Renus (Schelde); in het noorden (lees: westen) aan de Oceaan (Atlantische Oceaan); in het zuiden (lees: oosten) aan de rivier Danuvius (Aisne).
Raetia (Ressons) Raetia (Ressons) 49,55-02,75
het Hercynisch Woud (Katsberg) het Hercynisch Woud (Katsberg) 50,80-02,48
Noricus (Neustrië) Noricus (Neustrië)
Vistla (Vesle) Vistla (Vesle)
Vistula (Vesle) Vistula (Vesle)
WKI-94

Beschrijving van de Rhône en de Renus (Schelde).

De rivier de Rhône ontspringt in het midden van Gallia. haar stroomt de Bicornis tegemoet, die Saône wordt genoemd. Maar de Renus (Schelde) wordt ook Bicornis (tweehoornig) genoemd.. deze heeft zijn oorspring in het land van Germania en stroomt naar de Patavia (Béthune).
de Patavia (Béthune) Béthune 50,53-02,63
WKI-95

Volken in het westen van Germania.

Deze volken wonen in de provincie bij de oostelijke (lees: noordelijke; versta: westelijke) Oceaan (Atlantische Oceaan); de Chatti (Katsberg), de Chauci (Chocques), de Cherusci (Chérisy), de Usipii (Weppes), de Quadi (Quaëdypre), de Vaccaci (Vacquerie
le
Boucq, Pas
de
Calais), de Verdaci (Verton, Pas
de
Calais), de Frisiones (Vlaanderen) en de Canninefaten (Genech).
de Cherusci (Chérisy) Chérisy 50,23-02,92
de Chauci (Chocques Chocques 50,53-02,57
de Chatti (Katsberg) Katsberg 50,80-02,48
WKI-96

Zozimus beschrijft Germania Inferior

. toen hij aankwam in Bononia (Boulogne
sur
Mer); deze stad ligt als eerste aan de zee, en zij is de hoofdstad van Germania Inferior.
Bononia (Boulogne-sur-Mer) Bononia (Boulogne-sur-Mer) 50,72-01,62
WKI-98

De Ravennas beschrijft Francia Rinensis (aan de Renus)

Recht tegenover datzelfde vaderland van de Fresones (Vlaanderen) ligt het land dat Francia Rinensis (aan de Renus (Schelde) heet, dat voorheen Gallia Belgia Alobrites werd genoemd. De oude schrijvers. hebben het niet altijd met dezelfde naam aangeduid, daar de een dit, de ander iets anders zegt. Maar ik heb in overeenstemming met de geleerde Anaridus van de Gothen de beneden genoemde steden in het land van de Franken opgesomd. In dit land, zo lezen wij, waren verschillende steden, waarvan wij er enkele willen noemen, namelijk naast de stroom van de Renus (Schelde) de stad die heet Maguntia (Mainz), Bingum (Bingen), Boderecas (Boppard), Bosalvia (Oberwesel), Confluentes (Koblenz), Anternacha (Andernach), Rigomagus (Remagen), Bonnae (Bonn), Colonia Agrippina (Keulen), Rungon (Bürgel), Serima (Dormagen), Novesio (Neuss), Trepitia (Drept), Asciburgio (Aken), Beurtina (Bertincourt), Troia, (Troisvaux), Noita (Noeux
les
Mines), Coadulfaveris (zie nota), Evitano (Evin
Malmaison), Fletione (Fléchin), Matellionem (le Mat). Nog veel andere steden zijn er vóór het genoemde Maguntia (Mainz) naast de stroom van de Renus (Schelde) gelegen, maar omdat de Renus daar door het gebied van de Alemanni (omg. Rijssel) stroomt, heb ik die streek niet het vaderland van de Franken genoefnd. Er stromen meerdere rivieren, waaronder als grootste de Renus (Schelde), die ontspringt bij de plaats Rausa Confitio (zie nota). Deze Renus (Schelde) stroomt onder D orestate (Audruicq), het vaderland van de Fresones (Vlaanderen) in de zee van de Oceaan (Atlantische Oceaan).
Maguntia (Mainz) Mainz 50,00-08,27
Bingum (Bingen) Bingum (Bingen)
Boderecas (Boppard) Boderecas (Boppard)
WKI-99

De Ravennas beschrijft de Frisones en Saxones in Frankrijk

Laten we nogmaals beginnen aan het noordelijk (lees: westelijk) strand. Nabij de Oceaan (Atlantische Oceaan) ligt het land dat van de Frisones (Vlaanderen) wordt genoemd; het ligt op de kust van de Oceaan (Atlantische Oceaan) tegen het land aan, dat wij boven Saxonia (zuid van Boulogne) hebben genoemd. Dit vaderland van de Frisones (Vlaanderen) hebben de voornoemde geleerden, die over Saxonia en het vaderland van de Dani geschreven hebben, al als het vaderland van de Frisones (Vlaanderen) aangeduid. in het land van de Frisones (Vlaanderen) hebben wij geen andere steden aangetroffen dan die van oudsher Bordonchar en Nocdac (zie nota) genoemd worden. Wij hebben gelezen, dat door dit land de stroom loopt die. wordt genoemd. Het is hetzelfde land dat voorheen Francia Rinensis (Francië aan de Renus, Schelde) heette, en dat vanouds Gallia Belgica Alobrites werd genoemd.
Bordonchar Bordonchar
Nocdac Nocdac
WKI-102

De Ravennas beschrijft Saxonia in Frankrijk

Het naburig gebied van de genoemde Dani (Normandië) is het vaderland d at Saxonia heet (zuid van Boulogne), dat gezegd wordt voorheen ook tot Dania behoord te hebben. Dit land. brengt geleerde en stoutmoedige mannen voort, die toch niet zo vlug van geest zijn als de Dani, die bij de rivier de Dina (lees: Diva = Dives) verblijven. door dat land Saxonia stromen nog andere rivieren, waaronder worden genoemd: de Lamizon (Laize), de Ipada (Epte), de Lippa (Lys) en de Linac (Liane).
de Ipada (Epte) Epte 50,45-02,30
Dina (lees: Diva = Dives) Dina (lees: Diva = Dives)
de Lamizon (Laize) Laize
de Lippa (Lys) Lys
WKI-104

De Ravennas noemt Dorestadum op de franse kust

.hoe op de kust van de wijde Oceaan (Atlantische Oceaan) de noordelijke (lees: westelijke) gebieden liggen: Op het eerste uur van de nacht is het vaderland van de Germanen, dat nu door de Franken wordt beheerst. achter zijn rug in de Oceaan ligt het eiland van Britannia (Engeland) w aar dit het breedst is. Op het tweede uur van de nacht uit dat deel van Germania of van de Frisones (Vlaanderen) ligt het land van Dorestate (Audruicq), waarachter in de Oceaan (Atlantische Oceaan) eilanden gevonden worden. Op het derde uur van de nacht ligt het deel van de Saksen (zuid van Boulogne); achter zijn rug liggen ook eilanden in de Oceaan (Atlantische Oceaan). Het vierde uur van de nacht is het vaderland van de Noormannen, dat door de ouden ook Dania wordt genoemd. Recht tegenover d it land aan de Albis (Aa) liggen de (franse) Alpen; het werd d oor de ouden Maurungani (toespeling op de Morini) genoemd. In dit land van de Albis (Aa) heeft vele jaren de grens van de Franken gelegen.
Dorestate (Audruicq) Dorestate (Audruicq) 50,88-02,08
WKI-105

Een mooi voorbeeld van de west-oriëntatie

Gallia Comata met de Britannische eilanden (Bretagne) eindigt in het oosten (lees: noorden) bij de rivier de Renus (Schelde); in het westen (lees: zuiden) bij de Pyreneeën; in het noorden (lees: westen) bij de Oceaan (Atlantische Oceaan); in het zuiden (lees: oosten) bij de Rhöne en de Cevennen. In de lengte meet het 928 mijlen (2041 km), in de breedte 383 mijlen (726 km). Germania in zijn geheel en Gothia eindigen in het oosten (lees: zuiden) aan de rivier de Hiusta (Huistre); in het westen (lees: zuiden) aan de rivier Renus (Schelde); in het noorden (lees: westen) aan de Oceaan (Atlantische Oceaan), in het zuiden (lees: oosten) aan de rivier de Danuvius (Aisne). Het heeft als lengte ongeveer 800 mijlen (1760 km), als breedte 383 mijlen (842 km).
Dicuil, De mensura orbis terrae. Dicuil, De mensura orbis terrae.
WKI-106

Aimoinus van Saint-Benoït-sur-Loire over de Bataven

De Belgae wonen aan de uiterste gebieden van Gallia. Zij behoren aan het benedendeel van de rivier Renus (Schelde). De rivieren van hun provincie zijn: de Schelde (Sic!), de Marne en de Maas. Deze ontspringt in de berg van de Vogezen, die in het gebied van de Lingonen ligt, en n adat zij een deel van de Renus (Schelde) ontvangen heeft, dat Vaculus (Oise) wordt genoemd, vormt zij het Eiland van de Bataven (Béthune), dat de volksmond met de naam van Battua aan duidt. Een andere stroom bij de Belgae is de Aisne, die langs de uiterste gebieden van de Remi loopt. daar ligt ook het Ardennerwoud, dat het grootste van Gallia is, en vanaf de oevers van de Renus (Schelde) tot aan de gebieden van de Treveri (Trier) meer dan 500 mijlen lang is. Hiermede is genoeg over de Belgae gezegd.
de Treveri (Trier) Trier 49,75-06,63
WKI-108

De kroniek van Watten over de Bataven

ik denk dat de oude Bataven (Béthune) zich vermengd hebben (of verward zijn) met de bewoners van Watten, want wij bezetten nu hun plaats, wij hebben herbouwd wat verwoest was, en wij dragen zelfs hun naam, al is die in een p a a r lettertjes veranderd, maar wij bezitten hem volgens erfrecht. Dat Guatinas of Guatinum (Watten) eens een oude stad van de Menapii (Cassel) was, is in het geheel niet onbekend aan hen die iets van de geschiedenis van deze streek en haar omgeving weten. Zij worden door de kenners van de historie ook Bataven (Béthune) genoemd, al weet ik niet hoe dit gekomen is. Immers, Orosius spreekt al over hen, wanneer hij in zijn annalen deze streken en de plaats van de diverse eilanden beschrijft.(Hier citeert de schrijver de tekst van Orosius in zijn geheel, zie n r 85, en vervolgt dan:) Vandaar, dat wij weten dat Rutupi Portus (Richborough) zich bevindt in het zuiden van het genoemde eiland (Engeland), en de Menapii (Cassel) en de Batavi (Béthune) ten noorden van de Morini (Terwaan) wonen langs dezelfde zee, en zij die op beide kusten verblijven het zicht hebben op de tegenovergestelde kust, bestaat er geen twijfel dat de vroegere inwoners van Watten d oor de schrijvers Bataven zijn genoemd. Zij worden door de schrijvers beschreven als een volk, dat zich door een zekere wildheid van de andere volken onderscheidt, doch dat moeten wij beschouwen als voortgekomen te zijn uit hun verzet tegen de Romeinen.
de Batavi (Béthune Béthune 50,53-02,63
Morini (Terwaan) Morini (Terwaan) 50,63-02,25
de Menapii(Cassel) Cassel 50,80-02,48
Menapii (Cassel) Menapii (Cassel) 50,80-02,48
Rutupi Portus(Richborough) Richborough 51,28-01,33
WKI-108b

De kroniek van Watten over de Bataven

ik denk dat de oude Bataven (Béthune) zich vermengd hebben (of verward zijn) met de bewoners van Watten, want wij bezetten nu hun plaats, wij hebben herbouwd wat verwoest was, en wij dragen zelfs hun naam, al is die in een p a a r lettertjes veranderd, maar wij bezitten hem volgens erfrecht. Dat Guatinas of Guatinum (Watten) eens een oude stad van de Menapii (Cassel) was, is in het geheel niet onbekend aan hen die iets van de geschiedenis van deze streek en haar omgeving weten. Zij worden door de kenners van de historie ook Bataven (Béthune) genoemd, al weet ik niet hoe dit gekomen is. Immers, Orosius spreekt al over hen, wanneer hij in zijn annalen deze streken en de plaats van de diverse eilanden beschrijft.(Hier citeert de schrijver de tekst van Orosius in zijn geheel, zie n r 85, en vervolgt dan:) Vandaar, dat wij weten dat Rutupi Portus (Richborough) zich bevindt in het zuiden van het genoemde eiland (Engeland), en de Menapii (Cassel) en de Batavi (Béthune) ten noorden van de Morini (Terwaan) wonen langs dezelfde zee, en zij die op beide kusten verblijven het zicht hebben op de tegenovergestelde kust, bestaat er geen twijfel dat de vroegere inwoners van Watten d oor de schrijvers Bataven zijn genoemd. Zij worden door de schrijvers beschreven als een volk, dat zich door een zekere wildheid van de andere volken onderscheidt, doch dat moeten wij beschouwen als voortgekomen te zijn uit hun verzet tegen de Romeinen.
de Batavi (Béthune Béthune 50,53-02,63
Morini (Terwaan) Morini (Terwaan) 50,63-02,25
de Menapii(Cassel) Cassel 50,80-02,48
Menapii (Cassel) Menapii (Cassel) 50,80-02,48
Rutupi Portus(Richborough) Richborough 51,28-01,33
WKI-109

Ermenricus over de Renus (Schelde) en de Bicornis

De Renus (Schelde) stroomt door een gebied dat door Francia, de Chamavi (Camphin) en Germania wordt beheerst. Hij stroomt her en der door het land en wordt ook Bicornis (tweehoornig) genoemd. daar wordt de rivier ook Wandalus (Vahalis, Oise) genoemd. De Renus (Schelde), die door Francia stroomt, wordt in de Oceaan (Atlantische Oceaan) opgenomen, en waar de rivier de Wandalus (Oise) hem ontmoet, wordt hij Bicornis (tweehoornig) genoemd, omdat hij daar in twee stromen vloeit.
de Chamavi (Camphin) Camphin 50,52-02,98
Wandalus (Vahalis, Oise) Wandalus (Vahalis, Oise)
WKI-110

De Renus (Schelde) nog in de 12e eeuw!

Boudewijn van Béthune begaf zich (van Béthune waar hij resideerde) per schip over de Rhin (Schelde) naar de zee en over de zee voer hij binnen in een rivier, die de Schelde w ordt genoemd; zo kwam hij bij een kasteel van de hertog van Leuven (Brabant), dat Antwerpen heet.
Antwerpen Antwerpen 51,22-04,42
WKI-111

En we eindigen met het Raetia van Tacitus!

Germania, dat aan de rivier de Renus (Schelde) begint en zich vandaar omhoog (sursum) naar het noordelijk (lees: westelijk) einde van de aarde uitstrekt, wordt door meerdere volken bewoond, die zeer wild en van gemengd ras zijn. Ond e rh en munt er één door wreedheid uit, d at in het verste deel van het Tweede Retia verblijf houdt. Want het Eerste Retia, schoon de beide landstreken naar de Renus (Schelde) zijn genoemd, valt samen met het westelijk (lees: zuidelijk) deel van dezelfde Renus (Schelde). Het wordt in de volksmond, doch niet geheel juist, het rijk van Lotharius genoemd. In het andere (het Tweede Retia) woont, zoals gezegd, het volk der Leutici (Toul), dat zeer wild en wreed is.
de Leutici(Toul) Toul 48,68-05,90
WKI-113

Historiae Tacitus

Kort na het begin van de burgeroorlog bracht de vloot van Otho een nederlaag toe aan de Treveri (Trier) en de Tungri (Doornik). In het noorden van Italië waren verschillende kohorten Bataven in de strijd gemengd. Zij hadden grote onenighid met het veertiende legioen; in Turijn dreigde het tot een gewapend gevecht te komen, wat verhinderd werd d oor de Pretorianen (een soort militaire politie). Het veertiende legioen werd over zee naar Engeland gevoerd; de Bataven werden naar Gallië gedirigeerd, waar Valens ze aan zijn leger toevoegde. Maar zij waren vol hoogmoed; zij drongen door tot in de tenten van elk legioen om te bluffen, dat zij het veertiende legioen bedwongen en Italië aan Nero ontrukt hadden, en dat het lot van de oorlog in hun handen lag. Het was een belediging voor de soldaten en een kaakslag voor de veldheer. Dit ondermijnde de krijgstucht en Valens vreesde dat de opgeschroefde opschepperij op verraad zou uitdraaien. Civilis, die zijn rankune over de gevangenschap nog niet kwijt was, riep zijn landgenoten bijeen en wist hen te bewegen de wapenen tegen de Romeinen op te nemen. Aanvankelijk deed hij het voorkomen dat hij partij koos voor Vespasianus, maar spoedig bleek zijn opzet: zijn land en dat van anderen vrij te maken van de romeinse heerschappij. Hij zond een boodschap naar de Canninefaten (Gennech), het volk, zegt Tacitus, dat een deel van hun eiland bewoonde en in afkomst en taal gelijk was aan de Bataven. Ook stuurde hij bericht aan de kohorten Bataven, die in Engeland gestreden hadden en nu in Mainz in garnizoen lagen. Brinno, de aanvoerder van de Canninefaten (Gennech), riep de Frisones (Vlaanderen) op; samen vielen zij enige romeinse winterkwartieren aan bij de Oceaan (Atlantische Oceaan). Vitellius had een slecht georganiseerd en ontevreden leger bijeengebracht bij de Nervii (Bavay) en de Tungri (Doornik). Het lijdt geen twijfel, waar het begin van de militaire akties heeft plaats gevonden.
Treveri (Trier) Treveri (Trier) 49,75-06,63
Mainz Mainz 50,00-08,27
de Nervii (Bavay) Bavay 50,30-03,78
de Canninefaten (Gennech) Gennech 50,53-03,22
de Tungri (Doornik) Doornik 50,60-03,38
de Frisones (Vlaanderen) Vlaanderen 50,78-03,52
Turijn Turijn
WKI-114

Historiae Tacitus

Hierna moest Civilis zich wel blootgeven; hij vormde een krijgsmacht van Bataven (Béthune), Canninefaten (Gennech) en Frisones (Vlaanderen) en tro k tegen Vitellius op. Na een kort gevecht liep een kohort Tungri (Doornik) naar hem over. Op de Renus (Schelde) werd een deel van de romeinse vloot veroverd. Bataven onder de bemanningen hadden de schepen in een hinderlaag gemanoeuvreerd. Te land werden de Romeinen verslagen; zij trokken zich terug uit het Eiland van de Bataven (Béthune). Deze gebeurtenissen vonden plaats tegen het einde van augustus De Bataven kregen meer aanvoer van manschappen; nu hadden zij ook schepen. De roem van Civilis verspreidde zich over Germanië en Gallië. Hij zond de gallische krijgsgevangenen naar hun woonsteden terug; die vertrokken kregen buit van de Romeinen mee; zij die in dienst wilden blijven kregen eervolle funkties. Civilis trachtte hen in gesprekken tot de opstand over te halen. De Bataven, zei hij, ofschoon vrij van belasting, hebben toch de wapens opgenomen tegen de verdrukker. Wat zou er gebeuren, indien ook de andere G alliërs het gehate juk wilden afschudden. De Bataafse kavalerie had hetjaar tevoren de Aedui (Autun) en de Averni (Clermont
Ferrand) verslagen. Het was toch te gek, dat Gallië door zijn eigen mannen overwonnen werd! Slavernij was misschien iets voor Azië, Syrië en het Verre Oosten, maar niet voor de mannen van Gallië, die vrij geboren waren. De vrijheid, het voorrecht van de dieren die niet eens kunnen spreken, hadden de góden toch zeker aan de mensen geschonken.
de Aedui (Autun) Autun 46,95-04,30
Bataven (Béthune) Bataven (Béthune) 50,53-02,63
Canninefaten (Gennech) Canninefaten (Gennech) 50,53-03,22
Tungri (Doornik) Doornik 50,60-03,38
Frisones (Vlaanderen) Frisones (Vlaanderen) 51,22-03,23
de Averni (Clermont-Ferrand) Clermont-Ferrand 45,78-03,08
WKI-114b

Historiae Tacitus

Hierna moest Civilis zich wel blootgeven; hij vormde een krijgsmacht van Bataven (Béthune), Canninefaten (Gennech) en Frisones (Vlaanderen) en tro k tegen Vitellius op. Na een kort gevecht liep een kohort Tungri (Doornik) naar hem over. Op de Renus (Schelde) werd een deel van de romeinse vloot veroverd. Bataven onder de bemanningen hadden de schepen in een hinderlaag gemanoeuvreerd. Te land werden de Romeinen verslagen; zij trokken zich terug uit het Eiland van de Bataven (Béthune). Deze gebeurtenissen vonden plaats tegen het einde van augustus De Bataven kregen meer aanvoer van manschappen; nu hadden zij ook schepen. De roem van Civilis verspreidde zich over Germanië en Gallië. Hij zond de gallische krijgsgevangenen naar hun woonsteden terug; die vertrokken kregen buit van de Romeinen mee; zij die in dienst wilden blijven kregen eervolle funkties. Civilis trachtte hen in gesprekken tot de opstand over te halen. De Bataven, zei hij, ofschoon vrij van belasting, hebben toch de wapens opgenomen tegen de verdrukker. Wat zou er gebeuren, indien ook de andere G alliërs het gehate juk wilden afschudden. De Bataafse kavalerie had hetjaar tevoren de Aedui (Autun) en de Averni (Clermont
Ferrand) verslagen. Het was toch te gek, dat Gallië door zijn eigen mannen overwonnen werd! Slavernij was misschien iets voor Azië, Syrië en het Verre Oosten, maar niet voor de mannen van Gallië, die vrij geboren waren. De vrijheid, het voorrecht van de dieren die niet eens kunnen spreken, hadden de góden toch zeker aan de mensen geschonken.
de Aedui (Autun) Autun 46,95-04,30
Bataven (Béthune) Bataven (Béthune) 50,53-02,63
Canninefaten (Gennech) Canninefaten (Gennech) 50,53-03,22
Tungri (Doornik) Doornik 50,60-03,38
Frisones (Vlaanderen) Frisones (Vlaanderen) 51,22-03,23
de Averni (Clermont-Ferrand) Clermont-Ferrand 45,78-03,08
WKI-115

Historiae Tacitus

Flaccus Hordeonius, de romeinse bevelhebber in Germanië, deed alsof de overwinning van Civilis van geen belang was. Toen boden hem berichtten, dat de naam van de Romeinen uit het Eiland van de Bataven (Béthune) was weggevaagd, gaf hij aan de legaat Lupercus opdracht om met twee legioenen tegen de vijand op te trekken. Deze legioenen waren gevormd door de Ubii (Keulen), de Treveri (Trier) en een afdeling bataafse kavalerie, die van meet a f aan van plan was hem te verraden. Met deze troepen trok hij het Eiland van de Bataven (Béthune) binnen. Reeds bij het begin van de strijd sloegen de Ubii (Keulen) en de Treveri (Trier) op de vlucht. De Germanen achtervolgden hen, wat Lupercus de kans gaf met de rest van zijn leger terug te trekken naar Vetera (Verviers). Een aanvoerder van de Bataven, die zich tegen Civilis verklaard had, werd gevangen genomen en naar de Frisones (Vlaanderen) verbannen. Tezelfdertijd maakten enige kohorten Bataven (Béthune) en Canninefaten (Gennech), die door Vitellius naar Rome gezonden waren, onderweg rechtsomkeert om zich bij Civilis te voegen. Hordeonius poogde hen in Bonn op te vangen. De bevelhebber aldaa r had 3000 legionairen ter beschikking, inderhaast aangevuld met ongeoefende Belgae. De Bataven (Béthune), allen veteranen gehard in de strijd, versloegen de tegenstander met gemak. Zij excuseerden zich dat zij de strijd niet hadden gewild of uitgelokt, trokken verder en lieten met opzet Keulen links liggen, d.w.z. rechts.
de Treveri (Trier) Trier 49,75-06,63
Bataven (Béthune) Bataven (Béthune) 50,53-02,63
Canninefaten (Gennech) Canninefaten (Gennech) 50,53-03,22
de Frisones (Vlaanderen) Vlaanderen 50,78-03,52
de Ubii (Keulen) Keulen 50,93-06,95
Keulen Keulen 50,93-06,95
Bonn Bonn 50,73-07,10
Vetera (Verviers) Vetera (Verviers) 50,58-05,87
WKI-116

Historiae Tacitus

Civilis liet zijn troepen een eed van trouw aan Vespasianus afleggen, mede om nog de indruk in stand te houden dat hij voor de romeinse zaak streed. Hij zond een uitnodiging naar de verslagen legioenen, die zich te Vetera (Verviers) hadden teruggetrokken, om ook deze eed te zweren. Zij lieten antwoorden dat zij geen raad nodig hadden van een verrader en een vijand, en dat een bataafse overloper geen rol had te spelen in de zaken van Rome. Hierop mobiliseerde Civilis het gehele volk van de Bataven (Béthune). De Bructeri (Broxeele) en de Tencteri (Tangry) voegden zich aan zijn zijde, evenals andere stammen uit Germania (let op: bij Tacitus is dit het noorden van Frankrijk!), die hij buit en glorie in het vooruitzicht stelde. Ondertussen hadden de Romeinen Vetera (Verviers) versterkt; de burgerlijke plaats nabij het kamp hadden zij laten afbreken om te voorkomen dat de vijand zich daarin zou verschansen. Civilis trok in het centrum op met de keurtroepen van de Bataven. Langs de oevers van de Renus (lees: Maas) liet hij germaanse troepen oprukken, terwijl zijn kavalerie breed over de streek uitzwermde. Tezelfder tijd voer zijn vloot de rivier op. Na de eerste hevige aanval, w aarbij het niet tot een beslissing kwam, sloeg Civilis het beleg om Vetera (Verviers), dat lange tijd werd voortgezet. Bij de germaanse legioenen en hulptroepen te Bonn en Keulen waren incidenten en ongeregeldheden uitgebroken; verschillende germaanse stammen wilden zich ook van Rome losmaken. In enkele gevallen van muiterij greep de romeinse opperbevelhebber streng in met doodvonnissen, zodat hij de troepen weer in de hand kreeg. Vocula werd belast met de herschikking van de krijgsmacht en de tegenaanval. Hij tro k de troepen samen te Neuss. daarn a wilde hij Civilis aanvallen, maar omdat de Bataven het beleg van Vetera (Verviers) voortzetten, sloeg hij een kamp op te Gelduba (Gulpen, Ned. Zuid
Limburg). Hij liet zijn troepen de naburige streek van de Cugerni (Luik of Maastricht) plunderen, die de partij van Civilis gekozen hadden (nota: de Cugerni zijn een andere stam dan de Guberni, die Plinius noemt).
de Tencteri (Tangry) Tangry 50,47-02,35
de Bataven (Béthune)de Bructeri (Broxeele) Béthune 50,53-02,63
de Cugerni (Luik of Maastricht) Luik 50,63-05,57
de Cugerni (Luik of Maastricht) Maastricht 50,85-05,68
Keulen Keulen 50,93-06,95
Bonn Bonn 50,73-07,10
Gelduba (Gulpen,Ned. Zuid-Limburg) Gelduba (Gulpen,Ned. Zuid-Limburg) 50,80-05,89
Vetera (Verviers) Vetera (Verviers) 50,58-05,87
WKI-117

Historiae Tacitus

Bij het beleg van Vetera (Verviers) deed zich een incident voor. Een met graan beladen boot raakte aan de grond; de Germanen poogden die naar hun oever te trekken. Het kwam tot een gevecht, dat door de G ermanen gewonnen werd met de graanboot als prijs. De legionairs waren furieus en verweten hun mislukking aan de kommandant van de legaat Gallus, die in de ijzers werd geslagen maar de schuld op Hordeonius wierp, en dank zij de tussenkomst van Vocula aan de doo d ontsnapte. Met de doodstra f van de hoofdschuldigen van deze muiterij wist Vocula de troepen weer in de hand te krijgen, wat Tacitus de verzuchting ontlokt, dat het droevig gesteld was met de zaak van Rome, als de trouw van de officieren en soldaten op deze manier gewaarborgd moest worden.
Vetera (Verviers) Vetera (Verviers) 50,58-05,87
WKI-118

Historiae Tacitus

Civilis zag met vreugde dat hoe langer hoe m eer Germanen hem bijvielen. Hij gaf bevel het land van de Ubii (Keulen) en van de Treveri (Trier) te plunderen. Een andere legerafdeling liet hij de Maas oversteken om de Menapii (Cassel) en de Morini (Terwaan) op te jagen. Hij had het voornamelijk gemunt op de Ubii (Keulen), die zich in de vesting Marcodurum (Düren) verschanst hadden. Zijn troepen versloegen hen daar zo grondig, dat de Ubii later geen rol van betekenis meer in de oorlog speelden. Civilis verscherpte het beleg van Vetera (Verviers), zodat er zelfs geen boodschapper meer kon doorkomen met enig bericht over komende hulp. Op een nacht viel hij de versterking aan, eerst onder het licht van fakkels, wat verkeerd uitpakte daar de aanvallers verlichte schietschijven vormden. Toen g a f hij bevel in volslagen donker te strijden. Het licht van de morgen, zegt Tacitus, gaf een vreemd en nooit gekend terrein van de slag te zien. Nu liet Civilis de poort van de Pretorianen aanvallen, die het zwakste p u n t was, maar de belegerden wisten de aanval a f te slaan. Een nieuwe machine bracht grote vrees teweeg bij de aanvallers. Het was een grote grijper die plotseling neerdaalde, een of meer aanvallers greep en die dan met een draai binnen het kamp neerkwakte. Na de aanvallen zette Civilis het beleg voort. In het romeinse leger heersten onzekerheid en wantrouwen. Gallische hulptroepen legden wel de eed af, maar Tacitus zegt dat men aan hun gezichten kon zien dat zij het niet meenden; de meesten van hen kregen de naam van Vespasianus nauwelijks over de lippen.
de Treveri (Trier) Trier 49,75-06,63
de Morini (Terwaan) Terwaan 50,63-02,25
de Menapii (Cassel) Cassel 50,80-02,48
de Ubii (Keulen) Keulen 50,93-06,95
Marcodurum (Düren) Marcodurum (Düren) 51,47-07,35
Vetera (Verviers) Vetera (Verviers) 50,58-05,87
WKI-119

Historiae Tacitus

De bezetting van het kamp te Gelduba (Gulpen) raakte ook in verwarring. Civilis blies het wantrouwen nog aan door tegen de Treviër (Trier) Montanus, die naar hem gezonden was om te onderhandelen een gloedvolle toespraak te houden met de bedoeling hem aan zijn zijde te krijgen: “ Het is nogal wat fraais” , riep hij uit, “wat ik voor al mijn moeite heb gekregen: de moord op mijn broer, mijn gevangenschap, en wilde kreten die om mijn dood roepen. Gij Treveri (Trier) en alle andere slavenzielen, wat verwacht gij te krijgen van de Romeinen voor uw bloed, uw belastingen en vernederingen? Ik, prefekt van een kohort, heb met de Bataven (Béthune) en de Canninefaten (Gennech), klein onderdeel van Gallië, de strijd aangebonden, en wij zullen hem v oortzetten.” Daa rn a liet hij enige k ohorten veteranen de winterkwartieren van Asciburgium (Aken) aanvallen. D it gebeurde zo plotseling, dat Vocula zijn krijgsmacht niet eens kon on tplooien. De Nervii (Bavay), die de flanken hadden moeten dekken, sloegen al bij het eerste treffen op de vlucht. Er ontstond een hevige strijd, maar de fortuin keerde om in het voordeel van de Romeinen, toen op het heetst van het gevecht troepen uit Neuss en Mainz arriveerden en de Bataven tot de aftocht werden gedwongen. Bij de onzen, zegt Tacitus, waren veel doden, doch bij de Bataven sneuvelden de beste krijgers. Vocula maakte geen gebruik van de overwinning, zodat de legioenen van Vetera (Verviers) ingesloten bleven, waar Civilis zelf het kommando voerde over het beleg. Enkele dagen later trok Vocula naar Vetera (Verviers); de branden van dorpen en hoeven kondigden de komst van het leger aan. Op zijn beurt legde hij een ring rondom de belegerende Bataven. Voordat deze voltooid was, b rak een algemeen gevecht uit. Civilis viel van zijn p a a rd , waardoor het gerucht o ntstond dat hij gewond of gedood was en de Bataven op de vlucht sloegen. Weer liet Vocula na hen te achtervolgen. Hij gaf bevel Vetera (Verviers) nog verder te versterken en zond een deel van de bezetting naar Neuss om er proviand te halen.
de Treviër (Trier) Trier 49,75-06,63
de Nervii (Bavay) Bavay 50,30-03,78
de Bataven (Béthune) Béthune 50,53-02,63
de Canninefaten (Gennech) Gennech 50,53-03,22
Asciburgium(Aken) Asciburgium(Aken) 51,85-12,05
Gelduba (Gulpen) Gelduba (Gulpen) 50,80-05,89
Vetera (Verviers) Vetera (Verviers) 50,58-05,87
WKI-120

Historiae Tacitus

Het eerste konvooi werd door Civilis met rust gelaten; het volgende viel hij aan. Toen de kohorten over Gelduba (Gulpen) terugkeerden, vonden zij er de Bataven in hinderlaag. De strijd bleef onbeslist, al wisten de Romeinen het kamp te bereiken. Vocula nam het besluit naar de winterkwartieren van Neuss te vertrekken. Buiten zijn eigen troepen nam hij 1000 manschappen van het eerste en vijftiende legioen mee en liet de rest in Vetera (Verviers) achter. Onder deze bezetting, die zich als prijsgegeven beschouwde, laaide de ontevredenheid hoog op. Civilis sloeg opnieuw het beleg om Vetera (Verviers), achtervolgde Vocula, nam onderweg Gelduba (Gulpen) in, en hield pas halt op korte afstand van Neuss. De romeinse troepen in Neuss eisten geld, en nadat dit gegeven was b rak een bachanaal uit en werd Hordeonius in de nacht vermoord. Vocula wist vermomd als slaaf te ontkomen. N adat de rust was teruggekeerd, nam onder de bezetting de vrees toe en zond zij boden uit naar de steden van Gallië met verzoeken om hulp. De manschappen van de eerste, vierde en achttiende legioenen lieten zich door Vocula overreden en trokken met hem naar Mainz, dat door Chatti (Katsberg), Usipeti (Weppes) en Wattiaci (Watten) belegerd werd. De Treveri (Trier) hadden hun land met een lange wal versterkt. Aanvankelijk streden zij tegen de Germanen ma a r uiteindelijk kozen ook zij de zijde van de opstand. (In de hoofdstukken 38 t/m 53 verhaalt Tacitus gebeurtenissen in Italië en elders.)
de Treveri (Trier) Trier 49,75-06,63
Mainz Mainz 50,00-08,27
Usipeti (Weppes Usipeti (Weppes 50,58-02,88
Chatti (Katsberg) Chatti (Katsberg) 50,80-02,48
Wattiaci (Watten) Wattiaci (Watten) 50,83-02,22
Gelduba (Gulpen) Gelduba (Gulpen) 50,80-05,89
Vetera (Verviers) Vetera (Verviers) 50,58-05,87
WKI-121

Historiae Tacitus

N adat Vespasianus weer vaster in het zadel zat, begon men zich in Rome beter te realiseren dat de oorlog in Germanië en Gallië tegen het romeinse volk gericht was en dat de legioenen aldaar niet meer te vertrouwen waren. De brand van het Capitool werd als een slecht voorteken uitgelegd; algemeen vreesde men dat de volken van Gallië en Germanië de wereldheerschappij zouden overnemen. Reeds lang was er k ontakt tussen Civilis en enkele voorname Galliërs. De belangrijkste van hen was Classicus, de prefekt van de kavalerie der Treveri (Trier), die zich met de Treviër Tutoren de Lingoon (Langres) bij Civilis aansloot. Zij vergaderden te Keulen, waar de magistraat van de stad zich afzijdig hield; wel waren er Ubii (Keulen) en Tungri (Doornik) aanwezig. De Treveri (Trier) en de Lingones (Langres) drongen op de openlijke opstand aan. Boden werden naar Gallië gezonden om de andere stammen tot de oorlog aan te sporen. Vocula werd gewaarschuwd over de samenzwering. Hij kon niets ondernemen omdat hij zijn troepen niet vertrouwde, maar hij begaf zich in januari 70 naar Keulen. daar kwam Brinno hem bezoeken, die uit zijn ballingschap bij de Frisones (Vlaanderen) had weten te ontsnappen. Deze pochte dat hij de Bataven onder het juk van Rome zou terugbrengen. Vocula vertrouwde hem een kleine krijgsmacht van Nervii (Bavay) en Baetasi (Bettignies) toe, doch Brinno speelde niets anders klaar dan de Canninefaten (Gennech) en de Marsaci (Marchiennes) wat te treiteren
de Lingoon (Langres) Langres 47,87-05,33
Treveri (Trier) Treveri (Trier) 49,75-06,63
Nervii (Bavay) Nervii (Bavay) 50,30-03,78
Baetasi (Bettignies) Baetasi (Bettignies) 50,33-03,97
Marsaci (Marchiennes) Marsaci (Marchiennes) 50,40-03,28
Canninefaten (Gennech) Canninefaten (Gennech) 50,53-03,22
Tungri (Doornik) Doornik 50,60-03,38
Keulen Keulen 50,93-06,95
Ubii (Keulen) Ubii (Keulen)
WKI-122

Historiae Tacitus

Vocula liet zich door de Galliërs misleiden en besloot het beleg van V etera (Verviers) te breken. Bijna daar aangekomen, liepen Classicus en T u to r naar Civilis over en versterkten zij zich in een eigen kamp. Hierop tro k Vocula terug naar Neuss; de G alliërs achtervolgden hem op de voet en betrokken een kamp op twee mijlen afstand van Neuss. Vocula, aan wie eenieder de raad gaf te vluchten, riep integendeel een vergadering bijeen en hield daar een felle redevoering tegen de afvalligen, alsof hij nog de illusie had hen van hun revolte af te houden. Het pakte totaal anders uit; de troepen waren d oor de harde woorden van Vocula dodelijk beledigd. Hij werd de nacht daarn a door een deserteur van het tiende legioen vermoord. Classicus en Tutor namen het kommando over van de troepen, die zij een eed van trouw lieten zweren aan het rijk van Gallië. Tutor bezette met een grote troepenmacht Keulen, dat hij dezelfde eed liet afleggen. Te Mainz werden de tribunen gedood en de prefekt van het legerkamp verjaagd, die weigerden de eed af te leggen. In Vetera (Verviers) stond de zaak van de belegerden er slecht voor. Zij waren totaal uitgehongerd, daar zij het laatste gras tussen de stenen opgegeten hadden. Na onderhandelingen met Civilis zwoeren zij trouw aan de Gallische zaak en gaven zij zich over. Ofschoon hun vrije aftocht was beloofd en Civilis de buit van het kamp voor zich had opgeëist, werden de belegerden bij hun uittocht door de Germanen in een hinderlaag overvallen, waar velen van hen gedood werden. Het kamp werd in brand gestoken mét de legionairs die weer terug gevlucht waren.
Mainz Mainz 50,00-08,27
Keulen Keulen 50,93-06,95
V etera (Verviers) Verviers 50,58-05,87
WKI-123

Historiae Tacitus

Bij het begin van de opstand had Civilis zijn rood geverfde haren laten groeien; na de moord op de legionairs van Vetera (Verviers) liet hij ze uit protest tegen die daad afknippen. Noch hij noch een ander Bataaf hebben de eed afgelegd op het rijk van Gallië; hij vertrouwde erop dat de geestkracht van de Germanen nooit de suprematie aan de Galliërs zou laten. Immers, de profetes Valeda uit de stam van de Bructeri (Broxeele) had de overwinning van de Germanen voorspeld. Verschillende winterkwartieren van de Romeinen werden verwoest; men liet slechts die van Mainz en Windisch bestaan, die niet als een direkt gevaar werden beschouwd. Het zestiende legioen werd van Neuss naar Trier gedirigeerd; het begaf zich met vrees in het hart op weg, bang dat er eenzelfde massamoord als te Vetera (Verviers) beraamd was. Onderweg werd het aangevuld met een legioen uit Bonn, wat het denkbeeld versterkte dat zij als krijgsgevangenen werden beschouwd. Een afdeling Italianen keerde terug naar Mainz; deze kwamen toevallig de moordenaar van Vocula tegen en maakten hem af. De andere legioenen zetten hun reis voort en sloegen een kamp op vlakbij Trier. Civilis en Classicus aarzelden, of zij Keulen zouden verwoesten en de Ubii (Keulen) verjagen, of de stad dwingen de zijde van de Germanen te kiezen. Op dit laatste drongen de Tencteri (Tangry) sterk aan; zij zonden boodschappers naar de Keulenaren, die zich tenslotte voor de zaak van de opstand verklaarden, ma a r enige slagen om de arm hielden in verband met de handelsblelangen van de stad. Civilis en de priesteres Valeda keurden deze overeenkomst goed.
Trier Trier 49,75-06,63
Trier Trier 49,75-06,63
Mainz Mainz 50,00-08,27
de Tencteri (Tangry) Tangry 50,47-02,35
de Bructeri (Broxeele) Broxeele 50,83-02,32
Keulen Keulen 50,93-06,95
Neuss Neuss 51,17-06,70
Bonn Bonn 50,73-07,10
Vetera (Verviers) Vetera (Verviers) 50,58-05,87
Windisch Windisch
WKI-124

Historiae Tacitus

Civilis voelde zich gesterkt door de steun van Keulen en besloot de naburige stammen mee te krijgen of hen de oorlog te verklaren. Na het land van de Sunuci (Somain, Somaing) veroverd te hebben, stootte hij op een bende onder Brinno van Baetasi (Bettignies), Tungri (Doornik) en Nervii (Bavay), die een brug over de Maas bezet hield. De Germanen zwommen de rivier over en vielen Brinno in de rug aan. De Tungri (Doornik) sloten zich het eerst bij Civilis aan; spoedig daarn a volgden de Baetasi (Bettignies) en de Nervii (Bavay). De Lingoon (Langres) Julius Sabinus liet zich tot keizer uitroepen en viel de Sequani (Besançon) aan doch werd smadelijk verslagen. Een en ander had tot gevolg, dat de steden (stammen) van Gallië zich begonnen af te vragen waartoe dat alles zou leiden. De Remi (Reims) riepen de gallische stammen bijeen om te beraadslagen waarvoor zij zouden kiezen; voor onafhankelijkheid of voor de vrede. In Rome brachten deze berichten, die nog aangedikt w erden, een grote verwarring teweeg, temeer omdat er weer een hevige machtsstrijd aan de gang was tussen verschillende generaals, die elkaar het licht in de ogen niet gunden. Eindelijk kwam het bevel af, dat acht veteranen
legioenen naar het strijdtoneel dirigeerde. O Betuwe. o Betuwe! Nu kwamen de gallische stammen weer bijeen te Reims, waar de Treveri (Trier) en de Lingonen (Langres) met vuur pleitten voor de uitbreiding van de opstand. De andere gallische stammen die, zegt Tacitus, d oor oude tegenstellingen en jaloezie zeer verdeeld waren, waarschuwden echter dat een grote troepenmacht op komst was. De Remi (Reims) zeiden ronduit dat zij geen heil meer zagen in de bevrijding van Gallië. Tutor, die eigenlijk de noordflank van de Alpen had moeten afgrendelen, dwaalde wat rond tussen Mainz, Bonn en Bingen, waar zijn leger door verse troepen uit Italië verslagen werd. Zijn troepenmacht had bestaan uit Treveri (Trier), Triboei (Troisvaux), Caeracates (Carency) en Vangiones (Wannehain). De Treveri (Trier) trokken zich helemaal uit de strijd terug.
de Sequani (Besançon) Besançon 47,25-06,03
de Lingonen (Langres Langres 47,87-05,33
de Lingoon (Langres) Langres 47,87-05,33
de Remi (Reims) Reims 49,25-04,03
de Treveri (Trier Trier 49,75-06,63
Mainz Mainz 50,00-08,27
Nervii (Bavay) Nervii (Bavay) 50,30-03,78
de Sunuci (Somain, Somaing) Somain, Somaing 50,37-03,28
Triboei (Troisvaux) Triboei (Troisvaux) 50,40-02,35
Vangiones (Wannehain) Vangiones (Wannehain) 50,57-03,27
Tungri (Doornik) Doornik 50,60-03,38
Keulen Keulen 50,93-06,95
Bingen Bingen
Bonn Bonn 50,73-07,10
Brinno van Baetasi (Bettignies) Brinno van Baetasi (Bettignies)
Caeracates (Carency) Caeracates (Carency)
WKI-125

Historiae Tacitus

De romeinse legioenen uit Neus, Bonn en Trier werden samengetrokken in het gebied van Mainz, dat trouw aan Rome gebleven was. Tu to r wist de Treveri (Trier) toch weer aan zijn zijde te krijgen. De nieuwe romeinse opperbevelhebber Cerialis arriveerde te Mainz; hij zond de la a tste lichtingen van Galliërs naar huis, wat de gallische stammen zeer behaagde, omdat hij meende met de staande legioenen de strijd aan te kunnen. Hij trok met zijn troepen op naar Rigodulum (Rio op 10 km van Trier), waar hij een deel van de Treveri (Trier) versloeg. De volgende dag trad hij Trier binnen. Zijn soldaten wilden de stad verwoesten. De gedecimeerde legioenen van Metz voegden zich hier bij hem; deze waren zo gedeprimeerd dat Cerialis met een beroep op hun toestand zijn leger van de plundering a f wist te houden. Hij riep de Treveri (Trier) en de Lingonen (Langres) voor zich. In zijn redevoering speelde hij handig in op de oude tegenstellingen tussen Germanen en G alliërs en hield hij hen voor, dat zij oneindig beter a f waren met het gezag van de Romeinen dan met de onderdrukking d oor de Germanen. Civilis en Classicus deden Ceriales het voorstel dat zij hem als keizer van Gallië zouden erkennen, indien hij hen in hun eigen land de vrijheid gaf. Cerialis antwoordde niet eens op de brief.
de Lingonen (Langres) Langres 47,87-05,33
Metz Metz 49,13-06,17
de Treveri (Trier) Trier 49,75-06,63
Trier Trier 49,75-06,63
Mainz Mainz 50,00-08,27
Neus Neus 51,17-06,70
Bonn Bonn 50,73-07,10
Rigodulum(Rio op 10 km van Trier) Rigodulum(Rio op 10 km van Trier)
WKI-126

Historiae Tacitus

Onder de Germanen begon grote oneinigheid te heersen over de te volgen taktiek. Civilis wilde op aansluiting van andere stammen wachten, T u to r meende dat een uitstel de Romeinen de kans zou geven zich te hergroeperen en te wachten op nieuwe legioenen. Classicus dreef tenslotte door, dat een aanval op Trier zou worden gedaan, wat in de tweede helft van juni 70 gebeurde. Deze verliep aanvankelijk gunstig voor de Bataven en hun geallieerden. Zij hadden het kamp onverhoeds overvallen en een brug over de Moezel bezet. Het eenentwintigste legioen hield echter stand en begon de vijand terug te dringen. De krijgskans sloeg helemaal om, toen het leger van Civilis, dat reeds zeker van zijn zaak meende te zijn, aan het plunderen sloeg. Cerialis behaalde de overwinning, ofschoon velen meenden dat hij geen goed leiderschap had getoond. Na de nederlaag vielen die van Keulen het eerst Civilis af, temeer omdat deze met een troepenmacht van Chauci (Chocques) en Frisones (Vlaanderen) naar Zülpich was getrokken, waarheen Cerialis zich ook met spoed haastte. Ook vanuit het westen dreigde gevaar voor de Bataven. Het veertiende legioen kwam uit Engeland en vormde met de Britannische vloot Boulogne) een ernstige bedreiging. Civilis vreesde een aanval op het Eiland van de Bataven (Béthune). Da t legioen trok op tegen de Nervii (Bavay) en de Tungri (Doornik), die zich overgaven. De vloot werd met enig sukses d oor de Canninefaten (Genech) aangevallen, die tevens een deel van de Nervii (Bavay) versloegen, dat naar de kust gezonden was. Bij Neuss versloeg Classicus een deel van de romeinse kavalerie, wat niet verhinderde d at de Romeinen Neuss toch in handen bleven houden. Keizer Domitianus was inmiddels in het zuiden van Frankrijk aangekomen. Hij wilde aan de strijd deelnemen. Doch zijn gevolg hield hem voor, dat het een keizer niet paste zich in een strijd te storten die bijna beëindigd was. Hij moest de Bataven en Canninefaten maar aan de lagere bevelhebbers overlaten. Daarom bleef Domitianus te Lyon. (Hiermee besluit Tacitus voorlopig zijn verhaal over de opstand, om het te vervolgen v an a f hoofdstuk 14 van boek V.)
Lyon Lyon 45,75-04,85
Trier Trier 49,75-06,63
de Nervii (Bavay) Bavay 50,30-03,78
de Nervii (Bavay) Bavay 50,30-03,78
Chauci (Chocques) Chauci (Chocques) 50,53-02,57
de Canninefaten (Genech) Genech 50,53-03,22
de Tungri (Doornik) Doornik 50,60-03,38
Keulen Keulen 50,93-06,95
Neuss Neuss 51,17-06,70
Frisones (Vlaanderen) Frisones (Vlaanderen) 51,22-03,23
Zülpich Zülpich 50,70-06,65
WKI-127

Historiae Tacitus

Na de nederlaag bij Trier trok Civilis zijn troepen samen in de bu u rt van Vetera (Verviers). Cerialis achtervolgde hem; hij had versterking gekregen van de legioenen twee, dertien en veertien. Civilis had dwars in de Renus (lees: Maas) een dijk laten leggen, w aardoor een groot gebied overstroomd was, wat voor de Romeinen met hun zware wapenrusting een ernstige hindernis vormde. In het begin verliep de strijd slecht voor de Romeinen. De volgende dag werd hij hervat, waarbij de Germanen vooral probeerden de Romeinen in het moeras te lokken. Een verrader nder de Bataven had Cerialis oeen weg gewezen om m et de kavalerie de G ermanen in de rug aan te vallen. Die plaats werd bezet door Cugerni (Luik of Maastricht). Dit gelukte en bracht zo’nverwarring teweeg dat de Bataven op de vlucht sloegen. De dag erna vertrok het veertiende legioen naar elders; het werd afgelost door een legioen dat uit Spanje gearriveerd was. Civilis kreeg nog enige versterking van de Chauci (Chocques). Hij durfde het Oppidum Batavorum (Béthune) niet verdedigen en trok zich verder terug in het E iland van de Bataven, verbrak daar de dam die Drusus eertijds in de Renus (Schelde) had gelegd (verm. verband houdend met de Deüle), wetend dat de Romeinen geen schepen hadden om een brug te slaan. Nog was de oorlog niet afgelopen. Civilis liet vier kolonnes oprukken: een tegen het tiende legioen te Arenacum (Annois),een tweede tegen het tweede legioen te Batavodurum (Béthune), de andere twee tegen Grinnes (Grivesnes) en Vada (Vadencourt, op 33 km zuid
west van Amiens), waar hulptroepen van infanterie en kavalerie lagen. Civilis meende nog iets te kunnen bereiken met aanvallen op verschillende punten. Cerialis had het er even moeilijk mee, doch op alle fronten hielden de Romeinen stand. Een bende Germanen deed even later nog een aanval op Batavordurum (Béthune), waar de Romeinen een nieuwe brug aan het slaan waren.
Trier Trier 49,75-06,63
Vada (Vadencourt, op 33 km zuid-west van Amiens) Vada (Vadencourt, op 33 km zuid-west van Amiens) 49,93-03,57
Batavodurum (Béthune) Batavodurum (Béthune) 50,53-02,63
Chauci (Chocques) Chauci (Chocques) 50,53-02,57
Arenacum (Annois) Arenacum (Annois)
Cugerni (Luik of Maastricht) Cugerni (Luik of Maastricht)
Grinnes (Grivesnes) Grinnes (Grivesnes) 49,68-02,48
Vetera (Verviers) Vetera (Verviers) 50,58-05,87
WKI-128

Historiae Tacitus

Te Grinnes (Grivesnes) en Vada (Vaudancourt) was de situatie voor de Romeinen kritiek geweest. Civilis viel Vada (Vaudancourt) aan. Cerialis arriveerde evenwel op tijd met de keur van zijn kavalerie, die de Bataven uit elkaar sloeg. Civilis kon zich met achterlating van zijn paard slechts zwemmend het leven redden. T u to r en Classicus ontkwamen met een boot. De romeinse vloot liet verstek gaan, meer door gebrek aan organisatie en discipline. Cerialis was overigens bekend als een man van snelle beslissingen; hij wachtte niet op uitvoering van zijn bevelen m aar greep zelf in. Enige dagen later vertrok hij om de kampen van Neuss en Bonn te inspekteren. Hij keerde terug over water, derhalve over Rijn en Moezel. (Hiermede is ook de hardnekkige drogreden weerlegd, die een reis van keizer Karel de Grote van Thionville over de Moezel en de Renus naar Noviomagus per sé naar Nijmegen wil laten lopen. Al eeuwen tevoren reisde Cerialis over water via de Rijn en de Moezel naar het noorden van Frankrijk!) Tijdens zijn reis werd hij op een nacht door Germanen overvallen, die zijn kamp uitmoordden. Cerialis ontsnapte aan de dood omdat hij niet in het kamp was maar de nacht d oorbracht bij een “ belle de Cologne” , wier naam Claudia Sacrata, de geheiligde Claudia, Tacitus aan de vergetelheid heeft ontrukt. Zonder de minste twijfel hebben de Germanen die naam vertaald als “ die sakkerse Claudia” ! Zelfs een groot veldheer moet a f en toe wat geluk hebben. De Bataven veroverden wel zijn admiraalschip, dat zij over de Lupia (Lys) wegvoerden om het aan de priesteres Valeda te schenken. (Weer een bewijs, dat de rivieren van Frankrijk onderling verbonden waren met de Moezel en de Rijn.) Civilis hield een vlootshow, meer om de Romeinen te treiteren dan met een konkreet doel. Hij liet alle op de Romeinen veroverde schepen verzamelen in een zeebaai “waar de mond van de Mosa de Renus ontvangt en die in de O ceaan sto rt” . Deze intrigerende tekst, eeuwenlang ten onrechte in Nederland gelegd, levert na de vorige hoofdstukken geen moeilijkheden meer op. Bedoeld is de plaats van het Flevum of Almere tussen Calais en Winnoksbergen. Cerialis geraakte niet onder de indruk. Hij zond de romeinse vloot, die minder in aantal maar wel geoefender was; bovendien had zij het voordeel van de stroom. De zeeslag bleef onbeslist. Civilis durfde niets meer ondernemen en tro k zich terug naar de overzijde van de Renus (Schelde). Cerialis zette zich aan een systematische vernieling van het Eiland van de Bataven (Béthune), ma a r hij ontzag met opzet de bezittingen van Civilis. Ondertussen was het herfst geworden en werd het land door regens en overstromingen in een moeras veranderd.
Vada (Vaudancourt) Vada (Vaudancourt) 49,93-03,57
Calais Calais 50,95-01,83
Winnoksbergen Winnoksbergen 50,97-02,43
Neuss Neuss 51,17-06,70
Bonn Bonn 50,73-07,10
Grinnes (Grivesnes) Grinnes (Grivesnes) 49,68-02,48
de Lupia (Lys) Lys
WKI-129

Historiae Tacitus

Op dit ogenblik, meent Tacitus, hadden de Germanen nog de overwinning kunnen behalen, ma a r Cerialis wist hen handig te leiden. Hij zond in het geheim gezanten naar de Bataven, die hen de vrede en pardon door Civilis voorhielden. De priesteres Valeda liet hij bewerken om een andere verklaring voor de onfortuin van de oorlog te geven. De Treveri (Trier) waren in stukken gehakt, de Ubii (Keulen) door de Romeinen herwonnen; hun vriendschap met de Bataven had hen enkel slagen, verbanning en rouw gebracht. Aan bedreigingen liet hij beloften toevoegen: wanneer zij dan door Vespasianus de oorlog waren begonnen, wel, nu was Vespasianus meester van de wereld. Zij konden beter onderworpen zijn aan romeinse prinsen dan aan germaanse vrouwen. Dit sloeg aan bij de Bataven, waar de voornaamsten van het volk zich helemaal van Civilis afkeerden. Deze drong aan op een ontmoeting met Cerialis. Op de twee stukken van een in het midden vernielde brug over de rivier de Navalia (de Nave bij Lillers in de omgeving van Béthune) spraken de twee generaals met elkaar en onderwierp Civilis zich weer aan het romeins gezag. Hij greep handig de uitweg aan, die Cerialis hem geboden had, en verklaarde dat hij in feite voor Vespasianus de strijd had begonnen, maar dat een en ander uit de hand gelopen was, niet in het minst door de uitdaging van sommige romeinse bevelhebbers, die evenmin de zaak van Rome op het oog hadden gehad. Midden in zijn redevoering breekt het verhaal af, daar de rest van Tacitus’ “Historiae” verloren is gegaan.
de Treveri (Trier) de Ubii (Keulen) Trier 49,75-06,63
de Navalia (de Nave bij Lillers in de omgeving van Béthune) de Nave bij Lillers in de omgeving van Béthune
WKI-130

DE BRONNEN VAN NOYON

De provincie Belgica Secunda bevat de steden: de hoofdstad Reims, Soissons, Châlons
sur
Marne, de stad van de Veromandui die nu Noviomagus heet, Atrecht, Kamerijk, Doornik, Senlis, Bavay, Amiens, die van de Morini in Ponthieu (Terwaan) en Boulogne.
Senlis Senlis 48,20-03,28
Châlons-sur-Marne Châlons-sur-Marne 48,95-04,37
Reims Reims 49,25-04,03
Soissons Soissons 49,37-03,33
de Veromandui (Noviomagus) Noviomagus 49,58-03,00
Amiens Amiens 49,90-02,30
Kamerijk Kamerijk 50,17-03,23
Atrecht Atrecht 50,28-02,78
Bavay Bavay 50,30-03,78
Doornik Doornik 50,60-03,38
de Morini - in Ponthieu (Terwaan) Terwaan 50,63-02,25
Boulogne Boulogne 50,72-01,62
WKI-131

DE BRONNEN VAN NOYON

Op het concilie van Orléans is aanwezig: ” Ik Suffronius, bisschop van de kerk van Noviomagus (Noyon) heb dit ondertekend”
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-132

DE BRONNEN VAN NOYON

. die te Novionius (Noyon), dat toen een burcht of versterking had, als de glorieuze bisschop Medardus na zijn wijding de bisschopszetel bekleed heeft.
Novionius (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-133

DE BRONNEN VAN NOYON

De zalige man (Medardus) zag met leedwezen, dat de stad van de V eromandui (St. Quentin), die hij te besturen had gekregen, verlaten was, en ook omdat hij een inval van de heidenen vreesde, vestigde na rijp beraad zijn bisschopszetel te Noviomus (Noyon), waarvan wij al gezegd hebben dat dit een versterkte stad was.
Noviomus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
de V eromandui (St. Quentin) St. Quentin 49,85-03,28
WKI-134

DE BRONNEN VAN NOYON

Toen hij (Medardus) enige tijd de kerk van Noviomus (Noyon) gelukkig bestuurd had overleed St. Eleutherius, de bisschop van Doornik., eenstemmig werd Medardus tot bisschop gekozen. De geestelijkheid en het volk riepen hem als zodanig uit; de koning zelf en de voornaamsten van het paleis stemden toe evenals de andere bisschoppen van de provincie.
Noviomus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-135

DE BRONNEN VAN NOYON

Eens was koning Chlotharius met een leger in de omgeving en stak hij de rivier de Somme over gekomen bij het kasteel, dat Noviomagus (Noyon) heet en de rivier de Isara (Oise) kon niemand van hen zich meer bewegen wat drie dagen duurde. Zij begaven zich naar het dorp van St. Medardus, dat Salency heet, en na zijn gebed konden zij verder trekken.
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Salency Salency 49,58-03,05
WKI-135b

DE BRONNEN VAN NOYON

Eens was koning Chlotharius met een leger in de omgeving en stak hij de rivier de Somme over gekomen bij het kasteel, dat Noviomagus (Noyon) heet en de rivier de Isara (Oise) kon niemand van hen zich meer bewegen wat drie dagen duurde. Zij begaven zich naar het dorp van St. Medardus, dat Salency heet, en na zijn gebed konden zij verder trekken.
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Salency Salency 49,58-03,05
WKI-135c

DE BRONNEN VAN NOYON

Eens was koning Chlotharius met een leger in de omgeving en stak hij de rivier de Somme over gekomen bij het kasteel, dat Noviomagus (Noyon) heet en de rivier de Isara (Oise) kon niemand van hen zich meer bewegen wat drie dagen duurde. Zij begaven zich naar het dorp van St. Medardus, dat Salency heet, en na zijn gebed konden zij verder trekken.
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Salency Salency 49,58-03,05
WKI-136

DE BRONNEN VAN NOYON

Toen de glorierijke Chlotarius, koning van de Franken, uit Bretagne terugkeerde had M edardus de roemvolle belijder van de Heer, omdat de genade van de Heer hem riep, zijn hoofd reeds te ruste gelegd bij de burcht van Noviomagus (Noyon).
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-137

DE BRONNEN VAN NOYON

Koning Chilperic I geeft aan Chrasmarus, bisschop van Noyon en Doornik, de tol van de schepen op de Schelde in zoverre die toebehoort aan het koninklijk domein van Doornik: “ Aan de apostolische man heer Chrasmarus, bisschop van Noviomagus (Noyon) en Doornik.
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Doornik Doornik 50,60-03,38
WKI-138

DE BRONNEN VAN NOYON

. de eerbiedwaardige Hermenlandus, gesproten uit een edel geslacht van inwoners van Noviomagus (Noyon) (abt van Indre, Loire
Atl.).
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-138b

DE BRONNEN VAN NOYON

. de eerbiedwaardige Hermenlandus, gesproten uit een edel geslacht van inwoners van Noviomagus (Noyon) (abt van Indre, Loire
Atl.).
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-139

DE BRONNEN VAN NOYON

Op het concilie van Parijs is bisschop Berthmundus van Noviomo (Noyon) aanwezig.
Noviomo (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-140

DE BRONNEN VAN NOYON

De zalige Eligius, een befaamd goudsmid, verliet zijn land van Limoges en begaf zich naar de koning (Chlotharius) (hij diende hem trouw en eerlijk). Daarom prees de koning hem en om hem te belonen beval hij dat hij in het paleis zou komen wonen.
Limoges Limoges 45,85-01,25
WKI-143

DE BRONNEN VAN NOYON

Vandaar kozen zij. de H. Eligius, die reeds roem verworven had, om aan het hoofd te staan der kerk van Noviomagus (Noyon). Immers, in d atjaar was Ascharius, de bisschop van de stad overleden. Zij kozen ook met hem Andoëus, die meestal Dodo werd genoemd, als bisschop van Rouaan. Zo stelden zij de goudsmid tegen zijn wil tot bewaker aan van de steden en plaatsen, namelijk van de Vermandois (St, Quentin) die de zetel is, van Doornik, dat voorheen een koninklijke stad was, van Noviomagus (Noyon) en Vlaanderen, van Gent en Kortrijk. (na de wijding van de twee bisschoppen). begaf ik mij naar Rouaan; hij ging naar Noviomus (Noyon). Bron:
Rouaan Rouaan 49,43-01,08
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
de Vermandois (St, Quentin) St, Quentin 49,85-03,28
Doornik Doornik 50,60-03,38
Kortrijk Kortrijk 50,83-03,27
Gent Gent 51,05-03,72
WKI-143b

DE BRONNEN VAN NOYON

Vandaar kozen zij. de H. Eligius, die reeds roem verworven had, om aan het hoofd te staan der kerk van Noviomagus (Noyon). Immers, in d atjaar was Ascharius, de bisschop van de stad overleden. Zij kozen ook met hem Andoëus, die meestal Dodo werd genoemd, als bisschop van Rouaan. Zo stelden zij de goudsmid tegen zijn wil tot bewaker aan van de steden en plaatsen, namelijk van de Vermandois (St, Quentin) die de zetel is, van Doornik, dat voorheen een koninklijke stad was, van Noviomagus (Noyon) en Vlaanderen, van Gent en Kortrijk. (na de wijding van de twee bisschoppen). begaf ik mij naar Rouaan; hij ging naar Noviomus (Noyon). Bron:
Rouaan Rouaan 49,43-01,08
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
de Vermandois (St, Quentin) St, Quentin 49,85-03,28
Doornik Doornik 50,60-03,38
Kortrijk Kortrijk 50,83-03,27
Gent Gent 51,05-03,72
WKI-144

DE BRONNEN VAN NOYON

Bovendien stichtte hij (St. Eligius) in de stad Noviomagus (Noyon) een klooster van dienaressen van Christus, waar hij voor de vele zusters een regel opstelde.
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-145

DE BRONNEN VAN NOYON

Eligius, bisschop van Noviomagus (Noyon) tekent met verschillende andere bisschoppen de o o rkonde van koning Clovis II, waarin deze de abdij van St. Denis bij Parijs in haar bezittingen bevestigt.
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-146

DE BRONNEN VAN NOYON

Koning Chlotharius gaf haar (S. Godeberta)zijn kapel van St. Georgedie hij had in zijn paleis in Noviomus (Noyon), en twee villas met 12 vrouwen uit het koninklijk domein. Zij verenigden zich in het suburbium (de benedenstad) van de stad Noviomica (Noyon), in het bedehuis dat zij van de koning ontvangen hadden, en wijdden zich onvermoeid dag en nacht aan de dienst van God. De maagd werd d oor de H. Eligius onderwezen.
Noviomica (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Noviomus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-146b

DE BRONNEN VAN NOYON

Koning Chlotharius gaf haar (S. Godeberta)zijn kapel van St. Georgedie hij had in zijn paleis in Noviomus (Noyon), en twee villas met 12 vrouwen uit het koninklijk domein. Zij verenigden zich in het suburbium (de benedenstad) van de stad Noviomica (Noyon), in het bedehuis dat zij van de koning ontvangen hadden, en wijdden zich onvermoeid dag en nacht aan de dienst van God. De maagd werd d oor de H. Eligius onderwezen.
Noviomica (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Noviomus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-147

DE BRONNEN VAN NOYON

In een oorkonde van de bisschop van Sens ten gunste van de abdij van Ste. Colombe wordt Eligius,bisschop van Noyon, onder de getuigen genoemd.
Sens Sens 48,20-03,28
Noyon Noyon 49,58-03,00
WKI-148

DE BRONNEN VAN NOYON

Koning Chlotarius III bevestigt een ruil van goederen tussen de abdij van St. Bertijns te St. Omaars en het bisdom Noyon “ in het distrikt van Coutance en in Noviomaginse(Noyon). Noviomense (Noyon).
Noviomaginse(Noyon Noviomaginse(Noyon 49,58-03,00
Noviomense (Noyon) Noyon 49,58-03,00
St. Omaars St. Omaars 50,75-02,25
WKI-148b

DE BRONNEN VAN NOYON

Koning Chlotarius III bevestigt een ruil van goederen tussen de abdij van St. Bertijns te St. Omaars en het bisdom Noyon “ in het distrikt van Coutance en in Noviomaginse(Noyon). Noviomense (Noyon).
Noviomaginse(Noyon Noviomaginse(Noyon 49,58-03,00
Noviomense (Noyon) Noyon 49,58-03,00
St. Omaars St. Omaars 50,75-02,25
WKI-148c

DE BRONNEN VAN NOYON

Koning Chlotarius III bevestigt een ruil van goederen tussen de abdij van St. Bertijns te St. Omaars en het bisdom Noyon “ in het distrikt van Coutance en in Noviomaginse(Noyon). Noviomense (Noyon).
Noviomaginse(Noyon Noviomaginse(Noyon 49,58-03,00
Noviomense (Noyon) Noyon 49,58-03,00
St. Omaars St. Omaars 50,75-02,25
WKI-149

DE BRONNEN VAN NOYON

Koning Chlotarius III schenkt aan de abdij van St. Medardus te Soissons de villa Berny in hetdistrikt van Noviomo (Noyon) aan de rivier de Aisne.
Soissons Soissons 49,37-03,33
Noviomo (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-150

DE BRONNEN VAN NOYON

Theoderich, koning van Neustrië en Bourgondië, bevestigt de bezittingen van de abdij van St. Vaast te Atrecht. Een deel van deze goederen was gelegen: in Atrecht. in het land van Vermandois. In de Batua Rexna, Wulfara met de kapel, Rothem en het andere Rothem; in de pagus Hasbania en Ribuario.
Atrecht Atrecht 50,28-02,78
Batua Rexna Batua Rexna 50,53-02,63
Guesnon, Cartulaire de l’abbaye St. Vaast d ’Arras. Guesnon, Cartulaire de l’abbaye St. Vaast d ’Arras. 50,28-02,78
Hasbania Hasbania
Ribuario Ribuario
Rothem Rothem
Wulfara Wulfara
WKI-151

DE BRONNEN VAN NOYON

Een zekere Darmond verkoopt aan de abdij van St. Bertijns te St. Omaars goederen te Apilly op de Oise, in het land van Noviomus (Noyon).
Noviomus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
St. Omaars St. Omaars 50,75-02,25
WKI-152

DE BRONNEN VAN NOYON

Deze Chilperic. bleef niet lang aan de regering. Hij is daarn a gestorven en te Noviomus (Noyon) begraven.
Noviomus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-152b

DE BRONNEN VAN NOYON

Deze Chilperic. bleef niet lang aan de regering. Hij is daarn a gestorven en te Noviomus (Noyon) begraven.
Noviomus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-152c

DE BRONNEN VAN NOYON

Deze Chilperic. bleef niet lang aan de regering. Hij is daarn a gestorven en te Noviomus (Noyon) begraven.
Noviomus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-152d

DE BRONNEN VAN NOYON

Deze Chilperic. bleef niet lang aan de regering. Hij is daarn a gestorven en te Noviomus (Noyon) begraven.
Noviomus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-152e

DE BRONNEN VAN NOYON

Deze Chilperic. bleef niet lang aan de regering. Hij is daarn a gestorven en te Noviomus (Noyon) begraven.
Noviomus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-152f

DE BRONNEN VAN NOYON

Deze Chilperic. bleef niet lang aan de regering. Hij is daarn a gestorven en te Noviomus (Noyon) begraven.
Noviomus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-152g

DE BRONNEN VAN NOYON

Deze Chilperic. bleef niet lang aan de regering. Hij is daarn a gestorven en te Noviomus (Noyon) begraven.
Noviomus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-153

DE BRONNEN VAN NOYON

Een concilie wordt gehouden te Noviomagus (Noyon), waar o.a. de klacht van de bisschop van Beauvais behandeld wordt, die meende door de koning benadeeld te zijn.
Beauvais Beauvais 49,43-02,08
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-155

DE BRONNEN VAN NOYON

Op de rijksvergadering te Attigny gehouden, tekent Athilfridus, bisschop van Noviomus (Noyon) de akten.
Attigny Attigny 49,48-04,58
Noviomus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-156

DE BRONNEN VAN NOYON

Nadat dit afgehandeld was (nl. de verkiezing van nieuwe koningen na de dood van Pepijn), zijnde genoemde koningen Karel en K arloman met hun aanhangers naar hun zetel gekomen, en zijnzij in de maand oktober op zondag de 14e der Kalenden tot koning verheven, Karel in de stad Noviomus (Noyon), Karloman in Soissons, door de wijding van de priesters en de verkiezing van alle voornamen.
Soissons Soissons 49,37-03,33
Noviomus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-156b

DE BRONNEN VAN NOYON

Nadat dit afgehandeld was (nl. de verkiezing van nieuwe koningen na de dood van Pepijn), zijnde genoemde koningen Karel en K arloman met hun aanhangers naar hun zetel gekomen, en zijnzij in de maand oktober op zondag de 14e der Kalenden tot koning verheven, Karel in de stad Noviomus (Noyon), Karloman in Soissons, door de wijding van de priesters en de verkiezing van alle voornamen.
Soissons Soissons 49,37-03,33
Noviomus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-156c

DE BRONNEN VAN NOYON

Nadat dit afgehandeld was (nl. de verkiezing van nieuwe koningen na de dood van Pepijn), zijnde genoemde koningen Karel en K arloman met hun aanhangers naar hun zetel gekomen, en zijnzij in de maand oktober op zondag de 14e der Kalenden tot koning verheven, Karel in de stad Noviomus (Noyon), Karloman in Soissons, door de wijding van de priesters en de verkiezing van alle voornamen.
Soissons Soissons 49,37-03,33
Noviomus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-156d

DE BRONNEN VAN NOYON

Nadat dit afgehandeld was (nl. de verkiezing van nieuwe koningen na de dood van Pepijn), zijnde genoemde koningen Karel en K arloman met hun aanhangers naar hun zetel gekomen, en zijnzij in de maand oktober op zondag de 14e der Kalenden tot koning verheven, Karel in de stad Noviomus (Noyon), Karloman in Soissons, door de wijding van de priesters en de verkiezing van alle voornamen.
Soissons Soissons 49,37-03,33
Noviomus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-156e

DE BRONNEN VAN NOYON

Nadat dit afgehandeld was (nl. de verkiezing van nieuwe koningen na de dood van Pepijn), zijnde genoemde koningen Karel en K arloman met hun aanhangers naar hun zetel gekomen, en zijnzij in de maand oktober op zondag de 14e der Kalenden tot koning verheven, Karel in de stad Noviomus (Noyon), Karloman in Soissons, door de wijding van de priesters en de verkiezing van alle voornamen.
Soissons Soissons 49,37-03,33
Noviomus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-156f

DE BRONNEN VAN NOYON

Nadat dit afgehandeld was (nl. de verkiezing van nieuwe koningen na de dood van Pepijn), zijnde genoemde koningen Karel en K arloman met hun aanhangers naar hun zetel gekomen, en zijnzij in de maand oktober op zondag de 14e der Kalenden tot koning verheven, Karel in de stad Noviomus (Noyon), Karloman in Soissons, door de wijding van de priesters en de verkiezing van alle voornamen.
Soissons Soissons 49,37-03,33
Noviomus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-156g

DE BRONNEN VAN NOYON

Nadat dit afgehandeld was (nl. de verkiezing van nieuwe koningen na de dood van Pepijn), zijnde genoemde koningen Karel en K arloman met hun aanhangers naar hun zetel gekomen, en zijnzij in de maand oktober op zondag de 14e der Kalenden tot koning verheven, Karel in de stad Noviomus (Noyon), Karloman in Soissons, door de wijding van de priesters en de verkiezing van alle voornamen.
Soissons Soissons 49,37-03,33
Noviomus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-156h

DE BRONNEN VAN NOYON

Nadat dit afgehandeld was (nl. de verkiezing van nieuwe koningen na de dood van Pepijn), zijnde genoemde koningen Karel en K arloman met hun aanhangers naar hun zetel gekomen, en zijnzij in de maand oktober op zondag de 14e der Kalenden tot koning verheven, Karel in de stad Noviomus (Noyon), Karloman in Soissons, door de wijding van de priesters en de verkiezing van alle voornamen.
Soissons Soissons 49,37-03,33
Noviomus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-158

DE BRONNEN VAN NOYON

Karloman, koning van de Franken, bevestigt de abdij van Novalaise in de exemptie, de vrije verkiezing en de immuniteit: “Actum Neumago in palatio publico”
gegeven te Noyon in het openbaar paleis.
Noyon Noyon 49,58-03,00
Neumago Neumago
de abdij van Novalaise Novalaise
WKI-158b

DE BRONNEN VAN NOYON

Karloman, koning van de Franken, bevestigt de abdij van Novalaise in de exemptie, de vrije verkiezing en de immuniteit: “Actum Neumago in palatio publico”
gegeven te Noyon in het openbaar paleis.
Noyon Noyon 49,58-03,00
Neumago Neumago
de abdij van Novalaise Novalaise
WKI-159

DE BRONNEN VAN NOYON

Hij (Karel de Grote) begon aan paleizen van grote p racht, één niet ver van de stad M ainz bij de villa die Ingelenheim heet, het andere te Noviomagus (Noyon) aan de rivier de Vahalis (Oise), die het Eiland van de Bataven (Béthune) in het zuiden voorbijstroomt.
de rivier de Vahalis (Oise) Oise 49,00-02,07
Ingelenheim Ingelenheim 49,58-03,00
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
M ainz M ainz 50,00-08,27
Eiland van de Bataven (Béthune) Eiland van de Bataven (Béthune) 50,53-02,63
WKI-160

DE BRONNEN VAN NOYON

Na de versterkingen georganiseerd en wachten aangesteld te hebben, keerde koning Karel in Francia terug, en vierde hij het Kerstfeest te Herstal, het Paasfeest in Niumaga (Noyon).
Niumaga (Noyon). Noyon 49,58-03,00
Herstal Herstal 50,67-05,63
WKI-160b

DE BRONNEN VAN NOYON

Na de versterkingen georganiseerd en wachten aangesteld te hebben, keerde koning Karel in Francia terug, en vierde hij het Kerstfeest te Herstal, het Paasfeest in Niumaga (Noyon).
Niumaga (Noyon). Noyon 49,58-03,00
Herstal Herstal 50,67-05,63
WKI-161

DE BRONNEN VAN NOYON

De abdij van Lorsch (Dl.) kreeg v an af 776 veel schenkingen van de Karolingers, later van d eO ttonen, in de Batua. De oorkonden bevatten 130 plaatsnamen, waarvan geen enkele in de nederlandse Betuwe ligt doch die alle in Frankrijk kunnen worden aangewezen. Omdat deze lijst samen met de plaatsnamen uit de oorkonden van Eperlecques samenhangt en een overvloedig historisch
geografisch materiaal vormt, heb ik die bij elkaar gerangschikt in dit deel. De andere namenlijsten staan bij hun teksten.
Lorsch (Dl.) Lorsch (Dl.) 49,80-06,80
Batua Batua 50,53-02,63
Eperlecques Eperlecques 50,80-02,15
WKI-161b

DE BRONNEN VAN NOYON

De abdij van Lorsch (Dl.) kreeg v an af 776 veel schenkingen van de Karolingers, later van d eO ttonen, in de Batua. De oorkonden bevatten 130 plaatsnamen, waarvan geen enkele in de nederlandse Betuwe ligt doch die alle in Frankrijk kunnen worden aangewezen. Omdat deze lijst samen met de plaatsnamen uit de oorkonden van Eperlecques samenhangt en een overvloedig historisch
geografisch materiaal vormt, heb ik die bij elkaar gerangschikt in dit deel. De andere namenlijsten staan bij hun teksten.
Lorsch (Dl.) Lorsch (Dl.) 49,80-06,80
Batua Batua 50,53-02,63
Eperlecques Eperlecques 50,80-02,15
Lacomblet, Urkundenbuch des Niederrheins, passim. Lacomblet, Urkundenbuch des Niederrheins, passim.
WKI-162

DE BRONNEN VAN NOYON

Op een der eerste dagen van de lente vertrok de koning naar Noviomagus (Noyon), waar hij de plechtigheid van het Paasfeest vierde. Wegens de valse beloften van de Saksen, wier trouw hij niet kon winnen, riep hij een algemene vergadering van zijn volk bijeen op de plaats die Padrabrunna (Pierrefonds) heet; daarna is hij met een groot leger naar Saxonia vertrokken.
Padrabrunna (Pierrefonds) Pierrefonds 49,35-02,98
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-162b

DE BRONNEN VAN NOYON

Op een der eerste dagen van de lente vertrok de koning naar Noviomagus (Noyon), waar hij de plechtigheid van het Paasfeest vierde. Wegens de valse beloften van de Saksen, wier trouw hij niet kon winnen, riep hij een algemene vergadering van zijn volk bijeen op de plaats die Padrabrunna (Pierrefonds) heet; daarna is hij met een groot leger naar Saxonia vertrokken.
Padrabrunna (Pierrefonds) Pierrefonds 49,35-02,98
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-163

DE BRONNEN VAN NOYON

Hij vierde het Kerstfeest te Herstal en het Paasfeest in de villa die Niumaga (Noyon) heet. En het getal van de jaren veranderde in 777.
Niumaga (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Herstal Herstal 50,67-05,63
WKI-164

DE BRONNEN VAN NOYON

Karel de Grote schenkt aan de St. Martinus
kerk van Trajectum (Tournéhem) verschillende goederen. Gegeven te Niumaga (Noyon) in het koninklijk paleis.
Niumaga (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Trajectum (Tournéhem) Trajectum (Tournéhem) 50,80-02,05
WKI-165

DE BRONNEN VAN NOYON

Hij genoot ook van de dampen van het water dat er (te Aken) van nature warm stroomt, en oefende zijn lichaam met zwemmen, waarin hij zelfs zo bedreven was dat niemand het tegen hem kon opnemen. Om deze reden liet hij te Aken een residentie bouwen, waar hij de laatste jaren. De plaatsen en rivieren, genoemd in de oorkonde van 777 over Traiectum, Dorestadum, Hem, Lockia en Ubchirica. De kaart is aangevuld met enige plaatsnamen uit de levens van Willibrord, Bonifatius, Lebuinus en Ludger. Bij de rivier de Bourre, de plaats van de moord op St. Bonifatius, staat een kruisje. De namen uit de akte zijn: Hem
Hem. Hengestschote
Ecottes. Lockia
Loquin. Widoch
Wissocq. Ubchirica
Nortkerque. Dorestadum
Audruicq. Fornhese
Yeuse. Traiectum
Tournehem. Mocoroth
Mottehault. Lisiduna
Licques. Vlak hierbij ligt het Adrichaim van Willibrord, het Attingahem van Bonifatius, het Marklo van Lebuinus, de twee plaatsen Suabsna en Werethina van Ludger, en het Nifterlaca van de abdij van Eperlecques. Het is de normale taktiek van het Bronnenboek, te schermen met een paar plaatsnamen en de andere, die zijn opvatting radikaal tegenspreken, straal te negeren, van zijn leven tot aan zijn dood voortdurend verbleef.
Attingahem Attingahem 50,48-01,75
Marklo Marklo 50,62-02,12
Lisiduna (Licques) Lisiduna (Licques) 50,78-01,93
Mocoroth (Mottehault) Mocoroth (Mottehault) 50,78-01,98
Widoch (Wissocq) Widoch (Wissocq) 50,78-01,98
Eperlecques Eperlecques 50,80-02,15
Hem Hem 50,80-02,05
Hem (Hem) Hem (Hem) 50,80-02,05
Nifterlaca Nifterlaca 50,80-02,15
Traiectum Traiectum 50,80-02,05
Traiectum (Tournehem) Traiectum (Tournehem) 50,80-02,05
Suabsna Suabsna 50,82-02,05
Dorestadum Dorestadum 50,88-02,08
Dorestadum (Audruicq) Dorestadum (Audruicq) 50,88-02,08
Fornhese (Yeuse) Fornhese (Yeuse) 50,88-02,03
Werethina Werethina 50,92-01,82
Aken Aken 50,77-06,08
Adrichaim Adrichaim
Hengestschote (Ecottes) Hengestschote (Ecottes) 50,82-01,93
Lockia Lockia
Lockia (Loquin) Lockia (Loquin)
Ubchirica Ubchirica
Ubchirica (Nortkerque) Ubchirica (Nortkerque)
WKI-166

DE BRONNEN VAN NOYON

Onder zijn werken mag terecht als een van de voornaamste gerekend worden de basiliek van de H. Maagd te Aken, van wonderlijke konstruktie. die hij tot meerdere schoonheid te Aken stichtte en versierde met goud en zilver, met lampen en sterke ijzeren balustrades en deuren. Toen hij voor de bouw de kolommen en het marmer nergens kon vinden, liet hij ze uit Rome en Ravenna aanvoeren.
Aken Aken 50,77-06,08
WKI-167

DE BRONNEN VAN NOYON

Karel (de Grote) schonk aan het klooster van St. Bertijns te St. Omaars de villa Chaumont (Aisne), waarvan de oorkonde bewaard wordt bij de bisschop van Noviomus (Noyon).
Chaumont (Aisne) Chaumont (Aisne) 49,27-01,88
Noviomus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
St. Omaars St. Omaars 50,75-02,25
WKI-168

DE BRONNEN VAN NOYON

Karel de Grote bevestigt de rechten en bezittingen van de kerk van Le Mans, o.a. in Noviomo (Noyon).
Le Mans Le Mans 48,00-00,20
Noviomo (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-169

DE BRONNEN VAN NOYON

De keizer bracht de winter door te Aken en van Aken vertrekkend kwam hij naar zijn paleis dat Niumagun (Noyon) genoemd wordt. daar bracht hij de lente door en vierde hij het Paasfeest. In het begin van de zomer keerde hij naar het paleis van Aken terug, zond een leger naar Saxonia, en na de Renus (Schelde) overgestoken te hebben, hield hij een algemene vergadering van de Franken bij de bronnen van de Lippia (Lys of Leie).
Niumagun (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Aken Aken 50,77-06,08
Lippia (Lys of Leie) Lippia (Lys of Leie)
WKI-170

DE BRONNEN VAN NOYON

De keizer vertrok van Aken en ging naar Niiimagum (Noyon), waar hij Pasen vierde. Op de Kalenden van september keerde hij v andaar naar het paleis van Aken terug, waar hij het Kerstfeest en Pasen vierde.
Niiimagum (Noyon) Niiimagum (Noyon) 49,58-03,00
Aken Aken 50,77-06,08
WKI-171

DE BRONNEN VAN NOYON

In hetjaar ons Heren 804 vertrok de keizer van Aken en ging hij naar zijn paleis dat Niumagun (Noyon) heet. daar verbleef hij de hele lente en vierde er onder andere goddelijke diensten en het Paasfeest. In het begin van de zomer keerde hij naar naar zijn paleis te Aken terug en beval een leger naar Saxonia te vertrekken.
Niumagun (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Saxonia Saxonia 50,92-01,82
Aken Aken 50,77-06,08
WKI-172

DE BRONNEN VAN NOYON

De keizer. begaf zich van het paleis van Thionville en de Renus (Schelde) over water naar Noviomagus (Noyon) en vierde daar het heilig feest van Pasen. Na korte tijd vertrok hij vandaar naar Aken.
Thionville Thionville 49,37-06,17
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Aken Aken 50,77-06,08
WKI-173

DE BRONNEN VAN NOYON

Hierna vertrok de keizer. van Thionville, ging per schip over de Moezel naar de Renus (Schelde) en kwam te Niumaga (Noyon) in de Batua; hier bleef hij de hele Vastentijd en vierde hij het Paasfeest. Daarna keerde hij terug naar Aken.
Thionville Thionville 49,37-06,17
Niumaga (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Aken Aken 50,77-06,08
WKI-174

DE BRONNEN VAN NOYON

Keizer Karel vierde het Paasfeest te Neumaga (Noyon) en zond zijn zoon Karel over de Duringa (de rivier Durtain) naar de plaats Walada (Wallers
Trélon), en hield daar een grote bijeenkomst. Vandaar zond hij een afdeling (van het leger) naar de overzijde van de Albis (Aa). Zelf voerde hij zijn leger over de Sala (Selle) naar Huerenaveldo (Heuringhem, op 6 km zuid van St. Omaars, of Hurionville, óp 3 km zuid
west van Lillers). Koning Karel beval hen twee steden te bouwen, de ene aan de noordelijke (lees: westelijke) zijde van de Albis (Aa) tegenover Magedaburg (Macquinghen), de andere in het oostelijk (lees: noordelijk) deel van de Sala (Selle) bij de plaats Halla (Halle, zuid van Brussel).
Neumaga (Noyon) Neumaga (Noyon) 49,58-03,00
de Duringa (de rivier Durtain) de rivier Durtain
Walada (Wallers-Trélon) Wallers-Trélon 50,07-04,17
WKI-174b

DE BRONNEN VAN NOYON

Keizer Karel vierde het Paasfeest te Neumaga (Noyon) en zond zijn zoon Karel over de Duringa (de rivier Durtain) naar de plaats Walada (Wallers
Trélon), en hield daar een grote bijeenkomst. Vandaar zond hij een afdeling (van het leger) naar de overzijde van de Albis (Aa). Zelf voerde hij zijn leger over de Sala (Selle) naar Huerenaveldo (Heuringhem, op 6 km zuid van St. Omaars, of Hurionville, óp 3 km zuid
west van Lillers). Koning Karel beval hen twee steden te bouwen, de ene aan de noordelijke (lees: westelijke) zijde van de Albis (Aa) tegenover Magedaburg (Macquinghen), de andere in het oostelijk (lees: noordelijk) deel van de Sala (Selle) bij de plaats Halla (Halle, zuid van Brussel).
Neumaga (Noyon) Neumaga (Noyon) 49,58-03,00
de Duringa (de rivier Durtain) de rivier Durtain
Walada (Wallers-Trélon) Wallers-Trélon 50,07-04,17
WKI-175

DE BRONNEN VAN NOYON

De capitularia die te Niumaga (Noyon) in de Vasten van het zesdejaar van de regering (als keizer) gegeven zijn.
Niumaga (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-176

DE BRONNEN VAN NOYON

Tegen het begin van de lente vertrok de keizer naar Noviomagus (Noyon), waar hij de Vastentijd d oorbracht en het heilig Paasfeest vierde; daarn a keerde hij naar Aken terug.
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-177

DE BRONNEN VAN NOYON

Karel de Grote geeft een capitulare uit, bekend geworden als het “ capitulare Noviomagense (Noyon).
Noviomagense (Noyon) Noviomagense (Noyon) 49,58-03,00
WKI-178

DE BRONNEN VAN NOYON

In het begin van de lente was de keizer in Niumaga (Noyon). daar werd hem bericht dat G o d fried, de koning van de Noormannen, met troepen de Abroditi (Hébuterne bij Atrecht) had aangevallen. Hij zond zijn zoon Karel met een leger met bevel de onwijze koning te weerstaan indien hij de gebieden van Saxonia wilde aanvallen. Nadat Godfried enkele versterkingen van de Sclavi (Ecaibles, Nord) veroverd had, keerde hij met groot verlies van troepen naar zijn vaderland terug.
Niumaga (Noyon) Noyon 49,58-03,00
de Abroditi (Hébuterne bij Atrecht) Atrecht 50,28-02,78
de Sclavi (Ecaibles, Nord) Ecaibles, Nord
WKI-179

DE BRONNEN VAN NOYON

Eardulf, de koning van de Northumbiërs, die uit Engeland verdreven was, kwam naar de keizer te Noviomagus (Noyon). Vandaar vertrok hij naar Rome. Nadien is hij met legaten van de keizer en de paus naar zijn rijk teruggebracht.
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Rome Rome
WKI-180

DE BRONNEN VAN NOYON

Ondertussen kwam de koning van de Northumbiërs, Eardulf genaamd, die uit zijn rijk en vaderland verdreven was, van het eiland Engeland bij de keizer aan, toen die nog in Noviomagus (Noyon) verbleef. Na het doel van zijn reis bekend gemaakt te hebben, vertrok hij naar Rome.
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Rome Rome
WKI-181

DE BRONNEN VAN NOYON

Inmiddels was de koning van de Northumbiërs, E a rd u lf genaamd, die uit zijn rijk en vaderland gestoten was, vanaf het eiland van Engeland bij de keizer aangekomen die nog in Niumaga (Noyon) verbleef. Hij maakte de reden van zijn komst bekend en vertrok toen naar Rome. Van Rome teruggekeerd, werd hij door de gezanten van de paus van Rome en vap de keizer n aar zijn rijk teruggebracht. De legaat van de paus was Adulphus, diaken van Engeland, een Saks van geboorte. Met hem werden door de keizer twee abten mee gezonden, de notaris Rotfridus (abt van Corbie) en Nantherius van St. Omaars.
Niumaga (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-181b

DE BRONNEN VAN NOYON

Inmiddels was de koning van de Northumbiërs, E a rd u lf genaamd, die uit zijn rijk en vaderland gestoten was, vanaf het eiland van Engeland bij de keizer aangekomen die nog in Niumaga (Noyon) verbleef. Hij maakte de reden van zijn komst bekend en vertrok toen naar Rome. Van Rome teruggekeerd, werd hij door de gezanten van de paus van Rome en vap de keizer n aar zijn rijk teruggebracht. De legaat van de paus was Adulphus, diaken van Engeland, een Saks van geboorte. Met hem werden door de keizer twee abten mee gezonden, de notaris Rotfridus (abt van Corbie) en Nantherius van St. Omaars.
Niumaga (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-182

DE BRONNEN VAN NOYON

St. Anselmus, aartsbisschop van Canterbury (Eng.), die door koning Willem werd tegengewerkt, begaf zich naar Rome. Hij landde te Wissant (ten zuiden van Calais), werd door de abdij van St. Bertijns te St. Omaars eervol ontvangen en reisde verder over Lyon. Hij keerde over dezelfde weg terug maar bezocht toen de abdij van Cluny (Dit was voor een Engelsman de normale route naar Rome; laat men derhalve niet beweren dat koning Eardulf in 808 over het niet bestaande Nijmegen reisde).
Lyon Lyon 45,75-04,85
St. Omaars St. Omaars 50,75-02,25
Wissant (ten zuiden van Calais) Wissant (ten zuiden van Calais) 50,88-01,67
Canterbury (Eng.) Canterbury (Eng.) 51,27-01,08
Cluny Cluny 46,43-04,65
WKI-183

DE BRONNEN VAN NOYON

De laatste oorlog voerde hij (Karel de Grote) tegen de Noormannen, die ook Dani werden genoemd, toen zij voor het eerst de zeeroverij bedreven en m et een grote vloot de kusten van Galiië en Germanië verwoestten. Hun koning G odfried had zich zo met valse hoop gevoed dat hij zichzelf de macht over heel Germanië beloofd had. Frisia (Vlaanderen) en Saxonia (noord
westen van Frankrijk) beschouwde hij al als zijn provincies. Zijn buren de Abroditi (Hébuterne bij Atrecht) had hij al onder zijn zeggenschap gebracht, die hem voeding moesten verschaffen. Hij pochte eveneens dat hij binnenkort met een groot leger naar Aken zou komen, waar het hof van de koning was. Aan zijn woorden, ofschoon die ijdel waren, kon toch niet alle geloof ontzegd worden; integendeel, men vreesde dat er iets zou gebeuren als hij niet d oor een snelle dood weerhouden zou worden. Immers, hij is d oor een eigen aanhanger gedood, wat het einde van zijn leven en van de door hem begonnen oorlog verhaastte. .
de Abroditi (Hébuterne bij Atrecht) Atrecht 50,28-02,78
WKI-184

DE BRONNEN VAN NOYON

N adat hij zijn zoon naar Aquitanië gezonden had, ging hij, zoals zijn gewoonte was, ofschoon d oor ouderdom geplaagd, niet ver van de residentie van Aken op jacht. Hiermee bracht hij de rest van de herfst door en rond de Kalenden van november keerde hij naar Aken terug. Toen hij hier de winter doorbracht, werd hij in de maand jan u a ri door een zware koorts aangegrepen. Volgens zijn gewoonte, als hij koorts had, onthield hij zich van voedsel, in de mening dat het vasten de ziekte kon genezen of minstens doen verminderen. Maar bij zijn koorts kreeg hij pijn in de zijde, wat de Grieken pleuris noemen, en omdat hij het vasten voortzette en zijn lichaam enkel met een weinig drank voedde, is hij op de zevende dag van zijn bedlegerigheid, na de H. Communie ontvangen te hebben, gestorven in zijn 72ejaar en het 47ejaar van zijn regering, op de 5e der Kalenden van februari (28 januari), op het derde uur van de dag (9 uu r ’s m orgens).
Aken Aken 50,77-06,08
WKI-185

DE BRONNEN VAN NOYON

Zijn lichaam is volgens de voorschriften gewassen en verzorgd, en naar de kerk gebracht en daar begraven met droefenis van het gehele volk. Eerst had men geaarzeld waar men hem zou begraven, want tijdens zijn leven had hij hierover niets geregeld. Tenslotte was men het erover eens, dat geen plaats beter geschikt was voor zijn g ra f d an de basiliek, die hijzelf uit liefde tot God, Onze Heer Jezus Christus en zijn moeder de H. Maagd op zijn kosten te Aken had laten bouwen. Hij werd er begraven op de dag van zijn dood; zijn graf werd geplaatst onder een vergulde boog met een portret en een inscriptie met deze tekst: Onder deze tombe rust het lichaam van Karel, groot en rechtzinnig keizer, die op edele wijze het rijk van de Franken uitbreidde, en het gedurende 47 jaren gelukkig bestuurde. Hij stierf in de ouderdom van 70 ja ren in hetjaar Ons Heren 814, indictie 7, op de 5e der Kalenden van februari.
Aken Aken 50,77-06,08
WKI-186

DE BRONNEN VAN NOYON

Hij (Karel de Grote) had testamenten laten maken. De namen van de metropolen (aartsbisdommen), waaraan hij aalmoezen of een schenking toegewezen had, zijn: Rome, Ravenna, Milaan, Cividale, Grado, Keulen, Mainz, Salzburg, Trier, Sens, Besançon, Lyon, Rouaan, Reims, Arles, Vienne, Tarantaise, Embrun, Bordeaux, Tours en Bourges.
Arles Arles 43,67-04,63
Bordeaux Bordeaux 44,83--0,57
Lyon Lyon 45,75-04,85
Bourges Bourges 47,08-02,40
Besançon Besançon 47,25-06,03
Tours Tours 47,38-00,68
Salzburg Salzburg 47,50-13,03
Sens Sens 48,20-03,28
Reims Reims 49,25-04,03
Rouaan Rouaan 49,43-01,08
Trier Trier 49,75-06,63
Mainz Mainz 50,00-08,27
Keulen Keulen 50,93-06,95
Cividale Cividale
Embrun Embrun 44,57-06,50
Grado Grado
Milaan Milaan
Ravenna Ravenna
Rome Rome
Tarantaise Tarantaise
Vienne Vienne
WKI-187

DE BRONNEN VAN NOYON

Hier wordt gevonden dat een synode heeft plaats gehad in hetjaar 814 door Vulfarus,de a a rtsbisschop van Reims, in de kerk van Noviomus (Noyon) met andere bisschoppen georganiseerd, waar een geschil geregeld werd tussen de bisschoppen W andilmarus (van N oyon) en Rothardus (van Soissons) over de grenzen van hun parochies, d.w.z. bisdommen.
Reims Reims 49,25-04,03
Noviomus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-188

DE BRONNEN VAN NOYON

Hij (Vulfarius) hield een synode. in de kerk van Noviomus (Noyon). waar geëist en bepaald werd dat deze plaatsen aan de overzijde van de rivier de Isara (Oise) in het distrikt van Noviomus (Noyon)
. de andere plaatsen. zouden behoren aan het bisdom Soissons.
de Isara (Oise) Oise 49,00-02,07
Soissons Soissons 49,37-03,33
Noviomus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-189

DE BRONNEN VAN NOYON

Keizer Lodewijk de Vrome bevestigt het klooster van Neustadt in het bezit van de immuniteit en de koninklijke bescherming, eertijds door Karel de Grote verleend. Actum Noviomago palatio regio”
gegeven te Noyon in het koninklijk paleis.
Noyon Noyon 49,58-03,00
Neustadt Neustadt
WKI-190

DE BRONNEN VAN NOYON

Keizer Lodewijk de Vrome bevestigt de abdij van Saint
Wandrille te Fontenelle bij Rouaan in de immuniteit, eertijds door Karel de Grote verleend. “Actum Niumaga in palatio regio”
gegeven te Noyon in het koninklijk paleis.
Noyon Noyon 49,58-03,00
de abdij van Saint-Wandrille te Fontenelle bij Rouaan Fontenelle (bij Rouaan) 49,97-04,95
WKI-190b

DE BRONNEN VAN NOYON

Keizer Lodewijk de Vrome bevestigt de abdij van Saint
Wandrille te Fontenelle bij Rouaan in de immuniteit, eertijds door Karel de Grote verleend. “Actum Niumaga in palatio regio”
gegeven te Noyon in het koninklijk paleis.
Noyon Noyon 49,58-03,00
de abdij van Saint-Wandrille te Fontenelle bij Rouaan Fontenelle (bij Rouaan) 49,97-04,95
WKI-191

DE BRONNEN VAN NOYON

Op de twintigste dag nadat dit gebeurd was (nl. een ongeluk in de palts van Aken). is hij (Lodewijk de Vrome) naar Noviomagus (Noyon) vertrokken om er de jacht te beoefenen. Vandaar naar Aken teruggekeerd, hield hij er naar gewoonte een algemene vergadering van zijn volk.
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Aken Aken 50,77-06,08
WKI-191b

DE BRONNEN VAN NOYON

Op de twintigste dag nadat dit gebeurd was (nl. een ongeluk in de palts van Aken). is hij (Lodewijk de Vrome) naar Noviomagus (Noyon) vertrokken om er de jacht te beoefenen. Vandaar naar Aken teruggekeerd, hield hij er naar gewoonte een algemene vergadering van zijn volk.
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Aken Aken 50,77-06,08
WKI-192

DE BRONNEN VAN NOYON

Keizer Lodewijk de Vrome neemt de kerk van Lodève (Hérault) in bescherming en bevestigt haar rechten, “Noviomagum palatio regio”
te Noyon in het koninklijk paleis.
Noyon Noyon 49,58-03,00
Lodève (Hérault) Lodève (Hérault) 43,28-03,43
WKI-193

DE BRONNEN VAN NOYON

.dertig schepen met zeerovers vertrokken uit Nordmannia en vielen het eerst al rovend de kust van “ Flandrensi” (Vlaanderen) aan, maar zij werden verdreven door hen die daar met het bestuur belast waren. Toch zijn er vanwege de laksheid van de bewakers enkele kleine huizen vernield en werd een klein aantal vee afgevoerd.
Flandrensi” (Vlaanderen) Flandrensi” (Vlaanderen) 51,22-03,23
WKI-195

DE BRONNEN VAN NOYON

Een rijksvergadering is in de maand februari in Aken gehouden. Een volgende vergadering zou in de maand mei te Noviomagus (Noyon) gehouden w orden w aar de graven ontboden waren die daar bijeen moesten komen. Daarom reisde de keizer na het feest van Pasen over de Maas (naar Noyon). Daar werd opnieuw beraadslaagd over de verdeling, die werd vastgesteld en die hij de voorafgaande jaren had gemaakt; zij werd onder ede bevestigd door de rijksgroten die daar aanwezig waren. Hij ontving er ook de gezanten van Paschalis, de paus van Rome, namelijk Petrus, bisschop van Civita Vecchia en de nomenclator Leo, werkte de zaken met hen snel af, wees ook onder de aanwezige graven hen aan die bestemd waren voor een veldtocht in Pannonia (Duitsland), bleef nog een tijdje daar en keerde toen naar Aken terug.
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Aken Aken 50,77-06,08
WKI-196

DE BRONNEN VAN NOYON

Toen het tegen de Kalenden van mei liep, verzamelde de keizer het parlement (de rijksdag) in de stad Noyon. van Noyon vertrok hij en begaf zich naar Es
en
Chapelle (Aken) om er de winter d oor te brengen.
Noyon Noyon 49,58-03,00
Es-en-Chapelle (Aken) Es-en-Chapelle (Aken) 51,85-12,05
WKI-196b

DE BRONNEN VAN NOYON

Toen het tegen de Kalenden van mei liep, verzamelde de keizer het parlement (de rijksdag) in de stad Noyon. van Noyon vertrok hij en begaf zich naar Es
en
Chapelle (Aken) om er de winter d oor te brengen.
Noyon Noyon 49,58-03,00
Es-en-Chapelle (Aken) Es-en-Chapelle (Aken) 51,85-12,05
WKI-197

DE BRONNEN VAN NOYON

Keizer Lodewijk de Vrome zendt vanuit Noviomagi (Noyon) een brief aan de aartsbisschop van Besançon over de vrijlating van onvrijen die priester willen worden.
Besançon Besançon 47,25-06,03
Noviomagi (Noyon) Noviomagi (Noyon) 49,58-03,00
WKI-198

DE BRONNEN VAN NOYON

Keizer Lodewijk de Vrome bevestigt het klooster van Saint
Mesmin bij Orléans in zijn rechten. “Actum Niumaga palatio publico”
gegeven te Noyon in het openbaar paleis.
Noyon Noyon 49,58-03,00
Saint-Mesmin (bij Orléans) Saint-Mesmin (bij Orléans)
WKI-199

DE BRONNEN VAN NOYON

In het midden van oktober werd in Thionville een grote vergadering van de Franken gehouden. Nadat alles geregeld was wat hij tot nut van het rijk begonnen was, en nadat de eed, die een deel van de rijksgroten te Noviomagus (Noyon) gezworen hadden, door allen was aanvaard, keerde hij zelf naar Aken terug.
Thionville Thionville 49,37-06,17
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Aken Aken 50,77-06,08
WKI-200

DE BRONNEN VAN NOYON

Keizer Lodewijk regelde te Noviomagus (Noyon) de verdeling van het rijk tussen zijn zonen.Daarna riep hij in Thionville allen samen, die in zijn tijd in ballingschap gezonden waren.
Thionville Thionville 49,37-06,17
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-201

DE BRONNEN VAN NOYON

De instruktie voor de “missi dominici” . Voor de vier bisdommen, die tot hetzelfde bisdom (aartsbisdom) behoren, te weten Noviomacensis (Noyon), Amiens, Terwaan en Kamerijk: bisschop Ragenarius (van Noyon) en graaf Berengarius.
Noviomacensis (Noyon) Noviomacensis (Noyon) 49,58-03,00
Amiens Amiens 49,90-02,30
Kamerijk Kamerijk 50,17-03,23
Terwaan Terwaan 50,63-02,25
WKI-201b

DE BRONNEN VAN NOYON

De instruktie voor de “missi dominici” . Voor de vier bisdommen, die tot hetzelfde bisdom (aartsbisdom) behoren, te weten Noviomacensis (Noyon), Amiens, Terwaan en Kamerijk: bisschop Ragenarius (van Noyon) en graaf Berengarius.
Noviomacensis (Noyon) Noviomacensis (Noyon) 49,58-03,00
Amiens Amiens 49,90-02,30
Kamerijk Kamerijk 50,17-03,23
Terwaan Terwaan 50,63-02,25
WKI-202

DE BRONNEN VAN NOYON

Bertha, dochter van Karel de Grote, schenkt de villa Berneuil
sur
Aishe “ in het land van Noviomus” (Noyon) aan de abdij van St. Médard te Soissons.
Soissons Soissons 49,37-03,33
Noviomus(Noyon) Noyon 49,58-03,00
villa Berneuil-sur-Aishe villa Berneuil-sur-Aisne 49,42-03,02
WKI-203

DE BRONNEN VAN NOYON

Na te Aken het heilig Paasfeest gevierd te hebben vertrok de keizer tegen het begin van de lente n aar Noviomagus (Noyon) om er te jagen. Aan de gezanten van de Bulgaren g af hij opdracht om tegen het midden van mei naar Aken te komen. Na de beëindiging van de jacht ontving hij het gezelschap van de Bulgaren.
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Aken Aken 50,77-06,08
WKI-204

DE BRONNEN VAN NOYON

Na deze rijksvergadering zond Lodewijk (de Vrome) de jongste van zijn zonen naar Beieren, en bleef hij te Noion in gezelschap van zijn andere zoon Lotharius. De hele m aand september hield hij zich onledig met de jacht.
Noion Noion 49,58-03,00
WKI-205

DE BRONNEN VAN NOYON

. na de rijksvergadering is hij naar Aken teruggekeerd. In deze tijd gebood hij dat de vrede, die hij van de Noormannen gekregen had, in de maand o k to b e r bevestigd moest worden, en nadat alles afgehandeld was wat op de rijksvergadering besloten moest worden, begaf hij zich met zijn zoon Lotharius naar Noviomagus (Noyon), na zijn zoon Lodewijk naar Beieren gezonden te hebben. Na de herfst met de jacht doorgebracht te hebben, keerde hij in het begin van de winter naar het paleis van Aken terug.
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Aken Aken 50,77-06,08
WKI-205b

DE BRONNEN VAN NOYON

. na de rijksvergadering is hij naar Aken teruggekeerd. In deze tijd gebood hij dat de vrede, die hij van de Noormannen gekregen had, in de maand o k to b e r bevestigd moest worden, en nadat alles afgehandeld was wat op de rijksvergadering besloten moest worden, begaf hij zich met zijn zoon Lotharius naar Noviomagus (Noyon), na zijn zoon Lodewijk naar Beieren gezonden te hebben. Na de herfst met de jacht doorgebracht te hebben, keerde hij in het begin van de winter naar het paleis van Aken terug.
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Aken Aken 50,77-06,08
WKI-205c

DE BRONNEN VAN NOYON

. na de rijksvergadering is hij naar Aken teruggekeerd. In deze tijd gebood hij dat de vrede, die hij van de Noormannen gekregen had, in de maand o k to b e r bevestigd moest worden, en nadat alles afgehandeld was wat op de rijksvergadering besloten moest worden, begaf hij zich met zijn zoon Lotharius naar Noviomagus (Noyon), na zijn zoon Lodewijk naar Beieren gezonden te hebben. Na de herfst met de jacht doorgebracht te hebben, keerde hij in het begin van de winter naar het paleis van Aken terug.
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Aken Aken 50,77-06,08
WKI-206

DE BRONNEN VAN NOYON

Keizer Lodewijk de Vrome geeft aan Boso enig goed in het graafschap Vercellibij P a rm a (It.)in ruil voor 8 mansi en een kapel in Bechi naast het domein van het rijk dat Niumaga heet.
Niumaga Niumaga 51,83-05,87
Bechi Bechi
Vercelli (bij Parma (It.)) Vercelli (bij Parma (It.))
WKI-207

DE BRONNEN VAN NOYON

De keizer hield twee rijksvergaderingen, de ene te Noviomagus (Noyon) wegens de valse beloften van Rorik, de zoon van koning Godfried van de Noormannen, die beloofd had voor de keizer te zullen verschijnen. De andere werd gehouden te Compiègne, .(hier stopt het Bronnenboek. De tekst gaat verder): waar hij de jaarlijkse geschenken ontving en hij instrukties gaf aan hen, die naar de mark van Spanje gezonden werden. Zelf hield hij zich tot aan het begin van de winter op in Compiègne en Quierzy en de andere naburige paleizen.
Compiègne Compiègne 49,42-02,83
Quierzy Quierzy 49,57-03,13
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-208

DE BRONNEN VAN NOYON

Keizer Lodewijk de Vrome geeft aan de abdij van St. Médard te Soissons het klooster van St. Stephanus te Choisy
en
Bac in het distrikt van Noviomus (Noyon) aan de rivier de Aisne.
Soissons Soissons 49,37-03,33
Noviomus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Acta Sanctorum Boll. part. 1. Acta Sanctorum Boll. part. 1.
de rivier de Aisne Aisne 49,43-02,83
klooster van St. Stephanus (te Choisy-en-Bac) Choisy-en-Bac 49,43-02,88
WKI-209

DE BRONNEN VAN NOYON

Er is een koninklijk domein in de Maasgouw, ongeveer 8 gallische mijlen van de stad A ken verwijderd, dat de inwoners Gangludem (Gingelom) noemen. Gerwardus de bibliothecaris van het paleis, die toen tevens door de koning belast was met het onderhoud van de paleizen, kwam van Noviomagus (Noyon) en reisde naar het paleis van Aken. Toen hij op zekere nacht in het d o mein verbleef, vroeg hij aan zijn gastheer of hij onlangs iets nieuws van het paleis gehoord had.
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Maasgouw Maasgouw 50,85-05,68
Aken Aken 50,77-06,08
Gangludem (Gingelom) Gangludem (Gingelom) 50,70-05,13
WKI-210

DE BRONNEN VAN NOYON

Keizer Lodewijk de Vrome verleent aan de kerk van Straatsburg tolvrijheid “ in alle steden, burchten, overgangen (veren) en havens, behalve te Quentovicus (aan de Canche), Dorestadum (Audruicq) en Sclusas (Lécluse bij D ouai)” ..
Straatsburg Straatsburg 48,58-07,75
Quentovicus (aan de Canche) Quentovicus (aan de Canche) 50,32-01,63
Dorestadum (Audruicq) Dorestadum (Audruicq) 50,88-02,08
Sclusas (Lécluse bij D ouai) Sclusas (Lécluse bij D ouai)
WKI-211

DE BRONNEN VAN NOYON

In dezelfde tijd werd het land van Alamannia aan Karel (de Kale) toegewezen. Nu had Lotharius eindelijk een redelijk lijkend motief voor zijn ontevredenheid; hij begon al zijn broers en het gehele volk op te zetten onder het voorwendsel dat het bestuur van het rijk gered moest worden. D aarom overvielen zij met een menigte lieden hun vader in Compiègne. Zij dwongen de koningin om de kloostersluier aan te nemen. Lotharius, die zich zo van de macht meester had gemaakt, hield zijn vader en Karel (de Kale) in gevangenschap.
Compiègne Compiègne 49,42-02,83
WKI-212

DE BRONNEN VAN NOYON

Nadat dit alles afgehandeld was, stelde de keizer met zijn zoon Lotharius een andere rijksvergadering vast rond de eerste oktober te Noviomagus (Noyon), waar de Saksen en de oostelijke (lees: noordelijke) Franken konden samenkomen. Want daar kwam van beide zijden, namelijk van de keizer en van Lotharius, een grote menigte samen. Hier greep de keizer weer de macht, en beval hij de aanstokers van de daad, wier bedrog ontdekt en wier samenzwering openbaar geworden was, wegens hun rebellie in verzekerde bewaring te stellen tot aan de volgende rijksdag, die hij in Aken zou houden. Terecht werd door alle bisschoppen, abten, graven en andere F ran ken geoordeeld, dat zijn echtgenote die hem onrechtvaardig, onwettig en zonder vonnis on tnomen was, op die vastgestelde rijksdag zou verschijnen en, indien iemand haar van enig misdrijf wilde beschuldigen, zij zich volgens de wet kon verdedigen of aan het oordeel van de F ra n ken onderwerpen. Vandaar keerde de keizer naar Aken terug om er de winter door te brengen.
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Aken Aken 50,77-06,08
WKI-213

DE BRONNEN VAN NOYON

Eindelijk hield de keizer in de m aand oktober zijn rijksvergadering in de villa Niumaga (Noyon). daar zond hij enigen van hen, die hem de voornoemde beledigingen hadden aangedaan, in ballingschap en nam hij hen hun funkties af. Op dezelfde rijksdag werd op gezag van de paus of door het eenstemmig oordeel van de bisschoppen besloten en overeenkomstig het kerkelijk recht uitgesproken, dat de keizer zijn vrouw als wettige echtgenote moest beschouwen. Hij zond meteen enige rijksgroten naar haar toe, opdat deze haar eervol naar hem toe zouden brengen. D aa rn a stuurde hij zijn zoon Karel en bisschop Drogo, haar broer, met andere rijksgroten om haar plechtig en eervol naar het paleis van Aken te begeleiden. Nadat deze rijksdag in Niumago (Noyon) afgehandeld was, keerde de keizer naar het paleis van Aken terug, om er de winter door te brengen, waar hij zijn vrouw keizerin Ju d ith ontving en in haar vroegere eervolle staat herstelde.
Niumaga (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Aken Aken 50,77-06,08
WKI-214

DE BRONNEN VAN NOYON

Daa rn a hield de keizer in de maand oktober zijn rijksdag in de villa Niumaga (Noyon), waar hij enigen van hen, die hem de voornoemde beledigingen hadden aangedaan, in ballingschap zond en uit hun funkties ontzette. Nadat deze rijksdag in Niumaga (Noyon) afgehandeld was, is de keizer vandaar teruggekeerd en in Aken aangekomen om er de winter door te brengen.
Niumaga (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Aken Aken 50,77-06,08
WKI-215

DE BRONNEN VAN NOYON

Toen de herfst naderde, wilden de tegenstanders van de keizer dat ergens in Francia een rijksdag belegd zou worden. De keizer echter, die niet veel vertrouwen in Francia stelde en meer op de Germanen vertrouwde, wist handig zijn doel te bereiken. Hij lokte een keizerlijk besluit uit, d at het volk in Neomaga (Noyon) samen moest komen. In de vrees d at het aantal van zijn tegenstanders dat van zijn getrouwen zou overtreffen, beval hij dat iedereen, die naar deze rijksdag zou willen komen, slechts met een eenvoudig gezelschap zou verschijnen.
Neomaga (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-216

DE BRONNEN VAN NOYON

Eindelijk kwam men te Neumaga (Noyon) samen waar heel Germania samengestroomd was om de keizer te helpen. De keizer wilde eerst de krachten van zijn tegenstanders verminderen, en vroeg abt Hilduinus beschuldigend, waarom hij als vijand gekomen was, terwijl geboden was met een klein gezelschap te komen. Toen deze dit niet kon ontkennen, werd hem bevolen onmiddellijk het paleis te verlaten en met weinig mensen naar Patrisbrunna (Pierrefonds) te gaan en daar de winter door te brengen. De abt Walach werd naar zijn klooster van Corbie teruggestuurd en vermaand daar de regel te doen onderhouden. Toen de tegenstanders van de keizer dit zagen, spanden zij in wanhoop alle krachten in en overlegden zij de hele nacht in het huis van Lotharius, de zoon van de keizer. Zij spoorden hem aan een oorlog te beginnen of tegen de wil van de vader ergens heen te gaan. (uiteindelijk verzoende Lotharius zich met zijn vader). Hierna liet de keizer allen, die aan deze goddeloze samenzwering hadden deelgenomen, in verzekerde bewaring stellen. Nadat dit afgehandeld was, ging de keizer naar Aken om daar de winter door te brengen. .
Patrisbrunna (Pierrefonds) Pierrefonds 49,35-02,98
Neumaga (Noyon) Neumaga (Noyon) 49,58-03,00
Corbie Corbie 49,92-02,50
Aken Aken 50,77-06,08
WKI-217

DE BRONNEN VAN NOYON

In datzelfdejaar kwam de keizer naar het kasteel van Noviomagus (Noyon) (sommige uitgaven geven: Niwimagum), dat gelegen is aan de rivier die Valum (Walum) (Oise) wordt genoemd. Een grote menigte uit al zijn rijken kwam naar hem toe, waaronder ook zijn tegenstanders. De keizer overwon hen, verdeelde hen en gaf hen bevelen. Zijn zoon Lotharius beloofde onder ede voortaan trouw te zullen zijn, en nadien nimmer meer zulke dingen te doen. daar werd ook Jesse (bisschop van Amiens) door een rechtvaardig oordeel van de bisschoppen afgezet. Zijn gelijknamige zoon (Lodewijk) was ook aanwezig, die zijn vader in alle zaken had bijgestaan. Vandaar vertrok de keizer naar zijn zetel van Aken, waar zijn echtgenote (Judith) zich bij hem voegde, die hij eervol ontving, wat paus Gregorius met de andere bisschoppen bevolen had.
de rivier die Valum ofWalum (Oise) Oise 49,00-02,07
Noviomagus - Niwimagum (Noyon) Noviomagus - Niwimagum (Noyon) 49,58-03,00
WKI-218

DE BRONNEN VAN NOYON

De keizer lokte een bevel uit, dat de volken in Neomaga (Noyon) samen zouden komen. Eindelijk kwam hij in Neumaga (Noyon) aan…
Neomaga (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-219

DE BRONNEN VAN NOYON

Enkele maanden later, nadat de keizer zijn echtgenote weer tot zich had genomen, begaf hij zich naar de burcht van Noviomagus (Noyon). Nadat bisschop Jesse (van Amiens) met velen gevangen genomen was, die zich in zijn onnozelheid had verstout om de koningin, tot verbetering van haar leven, de kloostersluier op te leggen, werd hij uit zijn bisschopsambt gestoten. waartoe de keizer de bisschoppen dwong. Anderen stelde hij in verzekerde bewaring en veroordeelde hij tot verbanning.
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-220

DE BRONNEN VAN NOYON

Op de rijksdag te Noviomagus (Noyon) oordeelde de keizer over allen, die tegen hem in opstand gekomen waren. Sommigen van hen zette hij uit hun ambten; van anderen nam hij bezittingen in beslag; weer anderen zond hij in ballingschap. Hierdoor veroorzaakte hij opnieuw tegenstand tegen zichzelf en zijn echtgenote Ju d ith , niet alleen van het volk maar ook van zijn zonen. .
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-221

DE BRONNEN VAN NOYON

Hen overwon de keizer naar waarheid in het paleis van Novio (Noyon) op de rivier de Valum (Oise). Op bevel van paus Gregorius nam hij de koningin weer tot zich, die hem te Aken on tmoette.
rivier de Valum (Oise) Oise 49,00-02,07
Novio (Noyon) Novio (Noyon) 49,58-03,00
Aken Aken 50,77-06,08
WKI-222

DE BRONNEN VAN NOYON

Lodewijk de Vrome en zijn zoon Lotharius schenken een klooster aan de kerk van Aquilea. Gegeven te Niumaga (Noyon) in het koninklijk paleis.
Niumaga (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Aquilea Aquilea
WKI-223

DE BRONNEN VAN NOYON

Tegen de Kalenden van februari, zoals bepaald was, hield hij een rijksdag, waar hij bevolen had dat al degenen moesten verschijnen, die hetjaar tevoren door hun opstand, eerst in Compiègne, da a rn a in Niumago (Noyon) de keizer beledigd hadden, om over hun zaak te beraadslagen en het oordeel uit te spreken.
Compiègne Compiègne 49,42-02,83
Niumago (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-224

DE BRONNEN VAN NOYON

Ondertussen kwam een vloot van Noormannen in Frisia (Vlaanderen) en vernielde een deel daarvan. Vandaar vertrokken zij over Vetus Trajectum (Tournehem) naar de haven die Dorestadum (Audruicq) heet, waar zij alles vernielden. Veel mensen doodden zij; anderen voerden zij als gevangenen weg; een deel van de stad vernielden zij door brand. .
Vetus Trajectum (Tournehem) Vetus Trajectum (Tournehem) 50,80-02,05
Dorestadum (Audruicq) Dorestadum (Audruicq) 50,88-02,08
Frisia (Vlaanderen) Frisia (Vlaanderen) 51,22-03,23
WKI-225

DE BRONNEN VAN NOYON

Toen de keizer op die rijksdag (Crémieux
sur
le
Rhöne) verbleef, vielen de Noormannen voor de tweede keer Dorestadum (Audruicq) aan, dat zij verwoestten en plunderden.
Dorestadum (Audruicq) Dorestadum (Audruicq) 50,88-02,08
Crémieux-sur-le-Rhöne Crémieux-sur-le-Rhöne 49,00-01,48
WKI-226

DE BRONNEN VAN NOYON

De Noormannen vielen heftig Gallië binnen. Zij vernielden Dorestadum (Audruicq), de plaats Andowerpium (de “ aanwerp” bij Marek bij Calais) en de haven Witla (Wissant) bij de mond van de Mosa (niet de Maas maar de Moeze, algemeen vlaams woord voor moeras of moerassige riviermond) en eisten schatting van de Frisones (Vlamingen). Vandaar verwoestten zij het eiland Walacria (tussen Brugge en Uitkerke) en eisten ook daar schatting..
Dorestadum (Audruicq) Dorestadum (Audruicq) 50,88-02,08
Witla (Wissant) Witla (Wissant) 50,88-01,67
Frisones (Vlamingen) Frisones (Vlamingen) 51,22-03,23
Walacria (tussen Brugge en Uitkerke) Walacria (tussen Brugge en Uitkerke) 51,30-03,13
Andowerpium (de “ aanwerp” bij Marek bij Calais) Andowerpium (de “ aanwerp” bij Marek bij Calais)
de Mosa (niet de Maas maar de Moeze) niet de Maas maar de Moeze
WKI-227

DE BRONNEN VAN NOYON

De Noormannen. vielen het eerst de kust van Vlaanderen aan , maar werden daar door de bestuurders verdreven. Vervolgens probeerden zij hetzelfde in de monding van de Seine, waar zij verdreven werden. en kwamen de Noormannen weer in Frisia (Vlaanderen). In hetjaar 837 doodden de Noormannen velen in het eiland, dat Walacria heet (tussen Brugge en Uitkerke). Toen zij daar enige tijd verbleven hadden, kwamen zij naar Dorestadum (Audruicq), waar zij eveneens schatting eisten. Toen keizer Lodewijk dit hoorde, haastte hij zich naar zijn burcht van Noviomagus (Noyon). Nadat de Noormannen zijn komst vernomen hadden, trokken zij zich terug..
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Dorestadum (Audruicq) Dorestadum (Audruicq) 50,88-02,08
Frisia (Vlaanderen) Frisia (Vlaanderen) 51,22-03,23
Walacria (tussen Brugge en Uitkerke) Walacria (tussen Brugge en Uitkerke) 51,30-03,13
WKI-228

DE BRONNEN VAN NOYON

(Dezelfde tekst als de vorige maar met een ander slot.). Toen de keizer dat hoorde, liet hij de reis (naar Rome) schieten, en keerde terug naar Gondreville (op 25 km zuid
oost van Compiègne); met geheel zijn leger trok hij naar de burcht van Noviomagus (Noyon), dat gelegen is op de rivier Valum (Oise).
Gondreville (op 25 km zuid-oost van Compiègne) Gondreville (op 25 km zuid-oost van Compiègne) 48,70-05,97
de rivier Valum (Oise) Oise 49,00-02,07
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-229

DE BRONNEN VAN NOYON

De keizer zond hem (Lodewijk de Duitser) naar huis met de opdracht in de maand mei opnieuw te Noviomagus (Noyon) voor hem te verschijnen. Daarheen besloot de keizer overeenkomstig een afspraak te gaan, opdat door zijn aanwezigheid de schade zou worden voorkomen, zoals die in de voorbije jaren door de onbeschaamdheid van de piraten (Noormannen) en de laksheid van de onzen veroorzaakt was. In de streken langs de zee liet hij sterke verdedigingswerken aanleggen. Intussen vertrokken de zeerovende Noormannen uit hun vaderland, maar er stak plotseling een storm op, zodat velen omkwamen en slechts weinigen aan de dood ontsnapten. Volgens bevel haastte Lodewijk zich voor zijn vader te verschijnen. Na een onbehoorlijke woordenwisseling ontnam zijn vader hem alles wat hij zich aan deze en de andere zijde van de Renus (Schelde) toegeëigend had, namelijk: Helisatia (Elzas), Saxonia (noorden van Frankrijk), Toringia (Doornik), Austria (Austrachia, Ostrevant) en Alamannia (deel van noord
Frankrijk).
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Austria (Austrachia, Ostrevant) Austria (Austrachia, Ostrevant) 50,28-03,27
Toringia (Doornik) Doornik 50,60-03,38
Saxonia (noorden van Frankrijk) Saxonia (noorden van Frankrijk) 50,92-01,82
Alamannia (deel van noord-Frankrijk) Alamannia (deel van noord-Frankrijk)
Helisatia (Elzas) Helisatia (Elzas) 48,58-07,75
WKI-230

DE BRONNEN VAN NOYON

Keizer Lodewijk de Vrome houdt, in tegenwoordigheid van Lodewijk de Duitser en Karel de Kale, verschillende rijksgroten en bisschoppen, een rechtszaak betreffende een usurpatie in het nadeel van de abdij van St. Bonifatius te Fulda. De zaak werd behandeld en de uitspraak bepaald voor de volgende zitting te Karagoltesbach in de Saalgouw. Deze zitting vond plaats “ in het paleis bij de stad Noviomagus” (Noyon). .
Fulda Fulda 48,92-06,75
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Karagoltesbach in de Saalgouw Karagoltesbach in de Saalgouw
WKI-231

DE BRONNEN VAN NOYON

De keizer hield in de m aand ju n i een rijksdag te Noviomagus (Noyon). Op advies van enige voorname Franken nam hij het besluit om zijn zoon Lodewijk (de D uitser) het bestuur over de oostelijke (lees: noordelijke) Franken te ontnemen, dat deze tevoren van hem als gunst ontvangen had.
Noviomagus (Noyon). Noyon 49,58-03,00
WKI-232

DE BRONNEN VAN NOYON

Archardus, bisschop van Noviomagus (Noyon), is aanwezig op de rijksdagen van Aken en Quierzy.
Quierzy Quierzy 49,57-03,13
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Aken Aken 50,77-06,08
WKI-233

DE BRONNEN VAN NOYON

Op het concilie van Ingelenheim, een andere karolingische residentie, is Immo de bisschop vanNoviomacensis (Noyon) aanwezig.
Ingelenheim Ingelenheim 49,58-03,00
Noviomacensis (Noyon) Noviomacensis (Noyon) 49,58-03,00
WKI-235

DE BRONNEN VAN NOYON

Aan Heriold, die met de overige zeerovers van de Noormannen gedurende enige jaren Frisia (Vlaanderen) en andere christelijke streken met zoveel onheilen getergd had, wat omwille van hem (Lotharius) tot belediging van zijn vader gebeurde, g a f hij (Lotharius) als dank voor deze verdienste (sic!) Gualacras (tussen Brugge en Uitkerke) en enige andere naburige plaatsen in leen.
Frisia (Vlaanderen) Frisia (Vlaanderen) 51,22-03,23
Gualacras (tussen Brugge en Uitkerke) Gualacras (tussen Brugge en Uitkerke)
WKI-236

DE BRONNEN VAN NOYON

Karel de Kale bevestigt, op verzoek van bisschop Immo, het kapittel, van Noyon in de immuniteit, eertijds verleend door zijn voorgangers Pepijn de Korte, Karel de Grote en Lodewijk de Vrome. De bisschop wordt genoemd: Immo de bisschop der kerk van Vermandois, Doornik en Noviomagensis (Noyon).
Noviomagensis (Noyon) Noviomagensis (Noyon) 49,58-03,00
Noyon Noyon 49,58-03,00
Doornik Doornik 50,60-03,38
Vermandois Vermandois
WKI-236b

DE BRONNEN VAN NOYON

Karel de Kale bevestigt, op verzoek van bisschop Immo, het kapittel, van Noyon in de immuniteit, eertijds verleend door zijn voorgangers Pepijn de Korte, Karel de Grote en Lodewijk de Vrome. De bisschop wordt genoemd: Immo de bisschop der kerk van Vermandois, Doornik en Noviomagensis (Noyon).
Noviomagensis (Noyon) Noviomagensis (Noyon) 49,58-03,00
Noyon Noyon 49,58-03,00
Doornik Doornik 50,60-03,38
Vermandois Vermandois
WKI-237

DE BRONNEN VAN NOYON

De zeerovende Noormannen vielen onder hun aanvoerder Hasting Francia binnen. Zij bereikten een haven en verwoestten zwaar het land van Vlaanderen. Zij drongen zover het land van Terwaan en Noviomense (Noyon) binnen dat zij zelfs tot bij St. Quentin kwamen, waar zij het klooster van de martelaar in brand staken. Buiten de poorten van de stad Noviomensis (Noyon) lieten zij niets onaangeroerd of onbeschadigd.
Noviomense (Noyon) Noyon 49,58-03,00
St. Quentin St. Quentin 49,85-03,28
Terwaan Terwaan 50,63-02,25
WKI-238

DE BRONNEN VAN NOYON

De Noormannen verwoestten het rijk van Karel (de Kale), kwamen per schip o
ver de Seine tot aan Parijs, en na van deze plaats en de bewoners van het land veel schatting ontvangen te hebben, trokken zij vredig weg. In Frisia (Vlaanderen) leverden zij nog drie gevechten. Een burcht van Saxonia (noorden van Frankrijk), Hammaburg (Hames
Boucres, op 9 km zuid van Calais) genoemd, ontvolkten zij en ongestraft wisten zij te ontkomen.
Hammaburg (Hames-Boucres, op 9 km zuid van Calais) Hammaburg (Hames-Boucres, op 9 km zuid van Calais) 50,88-01,85
Saxonia (noorden van Frankrijk) Saxonia (noorden van Frankrijk) 50,92-01,82
Frisia (Vlaanderen) Frisia (Vlaanderen) 51,22-03,23
WKI-238b

DE BRONNEN VAN NOYON

De Noormannen verwoestten het rijk van Karel (de Kale), kwamen per schip o
ver de Seine tot aan Parijs, en na van deze plaats en de bewoners van het land veel schatting ontvangen te hebben, trokken zij vredig weg. In Frisia (Vlaanderen) leverden zij nog drie gevechten. Een burcht van Saxonia (noorden van Frankrijk), Hammaburg (Hames
Boucres, op 9 km zuid van Calais) genoemd, ontvolkten zij en ongestraft wisten zij te ontkomen.
Hammaburg (Hames-Boucres, op 9 km zuid van Calais) Hammaburg (Hames-Boucres, op 9 km zuid van Calais) 50,88-01,85
Saxonia (noorden van Frankrijk) Saxonia (noorden van Frankrijk) 50,92-01,82
Frisia (Vlaanderen) Frisia (Vlaanderen) 51,22-03,23
WKI-238c

DE BRONNEN VAN NOYON

De Noormannen verwoestten het rijk van Karel (de Kale), kwamen per schip o
ver de Seine tot aan Parijs, en na van deze plaats en de bewoners van het land veel schatting ontvangen te hebben, trokken zij vredig weg. In Frisia (Vlaanderen) leverden zij nog drie gevechten. Een burcht van Saxonia (noorden van Frankrijk), Hammaburg (Hames
Boucres, op 9 km zuid van Calais) genoemd, ontvolkten zij en ongestraft wisten zij te ontkomen.
Hammaburg (Hames-Boucres, op 9 km zuid van Calais) Hammaburg (Hames-Boucres, op 9 km zuid van Calais) 50,88-01,85
Saxonia (noorden van Frankrijk) Saxonia (noorden van Frankrijk) 50,92-01,82
Frisia (Vlaanderen) Frisia (Vlaanderen) 51,22-03,23
WKI-238d

DE BRONNEN VAN NOYON

De Noormannen verwoestten het rijk van Karel (de Kale), kwamen per schip o
ver de Seine tot aan Parijs, en na van deze plaats en de bewoners van het land veel schatting ontvangen te hebben, trokken zij vredig weg. In Frisia (Vlaanderen) leverden zij nog drie gevechten. Een burcht van Saxonia (noorden van Frankrijk), Hammaburg (Hames
Boucres, op 9 km zuid van Calais) genoemd, ontvolkten zij en ongestraft wisten zij te ontkomen.
Hammaburg (Hames-Boucres, op 9 km zuid van Calais) Hammaburg (Hames-Boucres, op 9 km zuid van Calais) 50,88-01,85
Saxonia (noorden van Frankrijk) Saxonia (noorden van Frankrijk) 50,92-01,82
Frisia (Vlaanderen) Frisia (Vlaanderen) 51,22-03,23
WKI-239

DE BRONNEN VAN NOYON

Vervolgens zijn door hen (Noormannen) verwoest: de stad Nantes, het klooster Dée, Bordeaux, Saintes, Angoulême, Limoges, Parijs, Tours, Beauvais, Noviomagus (Noyon), Orléans, Poitiers en ontelbare burchten en kloosters.
Bordeaux Bordeaux 44,83--0,57
Saintes Saintes 45,75--0,63
Poitiers Poitiers 46,58-00,33
Nantes Nantes 47,22--1,55
Tours Tours 47,38-00,68
Orléans Orléans 47,92-01,90
Parijs Parijs 48,87-02,33
Beauvais Beauvais 49,43-02,08
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Angoulême Angoulême
Limoges Limoges 45,85-01,25
WKI-239b

DE BRONNEN VAN NOYON

Vervolgens zijn door hen (Noormannen) verwoest: de stad Nantes, het klooster Dée, Bordeaux, Saintes, Angoulême, Limoges, Parijs, Tours, Beauvais, Noviomagus (Noyon), Orléans, Poitiers en ontelbare burchten en kloosters.
Bordeaux Bordeaux 44,83--0,57
Saintes Saintes 45,75--0,63
Poitiers Poitiers 46,58-00,33
Nantes Nantes 47,22--1,55
Tours Tours 47,38-00,68
Orléans Orléans 47,92-01,90
Parijs Parijs 48,87-02,33
Beauvais Beauvais 49,43-02,08
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Angoulême Angoulême
Limoges Limoges 45,85-01,25
MGS, IV, p. 121. MGS, IV, p. 121.
WKI-240

DE BRONNEN VAN NOYON

De zeerovers van de Noormannen vielen Frisia (Vlaanderen) aan, vernielden er provincies en kerken en doodden er veel volk. Toen de Vlamingen dit vernamen, kwamen de bisschoppen en abten van de naburige streken met de relieken van hun heiligen naar St. Omaars, omdat deze plaats door de goddelijke voorzienigheid met een sterke muur en veel torens verdedigd was. Dit zijn de heiligen, die wegens deze vervolging in die burcht kwamen: St. Bavo (van Gent), Wandregisilus (van Fontenelle bij Rouaan), Ansbertus, Wulfram (van Sens), Pictus, Bainus en de maagd Austreberta, en hun relieken bleven daar veertig jaren.
St. Omaars St. Omaars 50,75-02,25
Frisia (Vlaanderen) Frisia (Vlaanderen) 51,22-03,23
WKI-241

DE BRONNEN VAN NOYON

Volgens hun gewoonte verwoestten de Noormannen te vuur Ostracia (Ostrevant bij Atrecht) en Westracia (ten westen van Atrecht) en de plaats Dorestadum (Audruicq) met twee andere plaatsen. Keizer Lotharius zag dit, toen hij in zijn burcht van Noviomagus (Noyon) was, maar hij kon de misdaad niet wreken. Na een ontzaglijke buit aan mensen behaald te hebben en naar believen hun schepen gevuld te hebben, keerden zij naar hun vaderland terug..
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Ostracia (Ostrevant bij Atrecht) Ostracia (Ostrevant bij Atrecht) 50,28-03,27
Westracia (ten westen van Atrecht) Westracia (ten westen van Atrecht) 50,28-02,78
Dorestadum (Audruicq) Dorestadum (Audruicq) 50,88-02,08
WKI-242

DE BRONNEN VAN NOYON

De Noormannen vielen Aquitanië aan de zee aan en roofden er; de stad Bordeaux werd lang belegerd; andere Noormannen vielen de haven aan, die Dorestadum (Audruicq) wordt genoemd en bezetten het Eiland van de Bataven (Béthune). .
Bordeaux Bordeaux 44,83--0,57
het Eiland van de Bataven (Béthune) het Eiland van de Bataven (Béthune) 50,53-02,63
Dorestadum (Audruicq) Dorestadum (Audruicq) 50,88-02,08
WKI-242b

DE BRONNEN VAN NOYON

De Noormannen vielen Aquitanië aan de zee aan en roofden er; de stad Bordeaux werd lang belegerd; andere Noormannen vielen de haven aan, die Dorestadum (Audruicq) wordt genoemd en bezetten het Eiland van de Bataven (Béthune). .
Bordeaux Bordeaux 44,83--0,57
het Eiland van de Bataven (Béthune) het Eiland van de Bataven (Béthune) 50,53-02,63
Dorestadum (Audruicq) Dorestadum (Audruicq) 50,88-02,08
WKI-243

DE BRONNEN VAN NOYON

Overigens verwoestten de N oormannen hier en daar de christelijke gebieden. voorbij de “ vicus Dorestadum” (Audruicq) roeiden zij ongeveer negen mijlen de rivier de Renus op (hier vergist de schrijver zich en is de Aa of de Canche bedoeld, of is het een kopieerfout) tot aan de vicus Meginhardi (Maninghen, op 20 km oost van Etaples), en na daar buit veroverd te hebben, keerden zij terug.
Dorestadum” (Audruicq) Dorestadum” (Audruicq) 50,88-02,08
Meginhardi (Maninghen, op 20 km oost van Etaples) Meginhardi (Maninghen, op 20 km oost van Etaples)
WKI-244

DE BRONNEN VAN NOYON

Rorik, de neef van Heriold. kwam met veel schepenen manschappen van Noormannen in Fresia (Vlaanderen) en het Eiland van de Bataven (Béthune) en vernielde andere streken in de omgeving van de Renus (Schelde) en van de Vahalis (Oise). Toen (keizer) Lotharius hem niet kon bedwingen, nam hij hem als vazal aan en verleende hem Dorestadum (Audruicq) en andere graafschappen. Een ander deel van de Noormannen roofde bij de Menapiërs (Cassel), Tenvaan en andere kuststreken; een deel van hen viel Engeland en de Engelsen aan, maar werd verslagen..
Vahalis (Oise) Vahalis (Oise) 49,00-02,07
het Eiland van de Bataven (Béthune) het Eiland van de Bataven (Béthune) 50,53-02,63
Terwaan Terwaan 50,63-02,25
Fresia (Vlaanderen) Fresia (Vlaanderen) 50,78-03,52
Menapiërs (Cassel) Menapiërs (Cassel) 50,80-02,48
Dorestadum (Audruicq) Dorestadum (Audruicq) 50,88-02,08
Renus (Schelde) Renus (Schelde) 50,90-02,08
WKI-244b

DE BRONNEN VAN NOYON

Rorik, de neef van Heriold. kwam met veel schepenen manschappen van Noormannen in Fresia (Vlaanderen) en het Eiland van de Bataven (Béthune) en vernielde andere streken in de omgeving van de Renus (Schelde) en van de Vahalis (Oise). Toen (keizer) Lotharius hem niet kon bedwingen, nam hij hem als vazal aan en verleende hem Dorestadum (Audruicq) en andere graafschappen. Een ander deel van de Noormannen roofde bij de Menapiërs (Cassel), Tenvaan en andere kuststreken; een deel van hen viel Engeland en de Engelsen aan, maar werd verslagen..
Vahalis (Oise) Vahalis (Oise) 49,00-02,07
het Eiland van de Bataven (Béthune) het Eiland van de Bataven (Béthune) 50,53-02,63
Terwaan Terwaan 50,63-02,25
Fresia (Vlaanderen) Fresia (Vlaanderen) 50,78-03,52
Menapiërs (Cassel) Menapiërs (Cassel) 50,80-02,48
Dorestadum (Audruicq) Dorestadum (Audruicq) 50,88-02,08
Renus (Schelde) Renus (Schelde) 50,90-02,08
WKI-246

DE BRONNEN VAN NOYON

De Noorman Rorik. verzamelde een menigte Noormannen en begon zijn zeeroverij in de plaatsen van het rijk van Lotharius op de kust van de Noordelijke Oceaan (lees: Westelijke of Atlantische Oceaan). Hij kwam door de Monden van de Renus (Schelde) naar Dorestadum (Audruicq), dat hij veroverde en bezette. De Noormannen o nder aanvoering van Godfried voeren de Seine op en roofden in het rijk van Karel (de Kale).
Dorestadum (Audruicq) Dorestadum (Audruicq) 50,88-02,08
de Monden van de Renus (Schelde) Schelde 50,90-02,08
WKI-246b

DE BRONNEN VAN NOYON

De Noorman Rorik. verzamelde een menigte Noormannen en begon zijn zeeroverij in de plaatsen van het rijk van Lotharius op de kust van de Noordelijke Oceaan (lees: Westelijke of Atlantische Oceaan). Hij kwam door de Monden van de Renus (Schelde) naar Dorestadum (Audruicq), dat hij veroverde en bezette. De Noormannen o nder aanvoering van Godfried voeren de Seine op en roofden in het rijk van Karel (de Kale).
Dorestadum (Audruicq) Dorestadum (Audruicq) 50,88-02,08
de Monden van de Renus (Schelde) Schelde 50,90-02,08
WKI-246c

DE BRONNEN VAN NOYON

De Noorman Rorik. verzamelde een menigte Noormannen en begon zijn zeeroverij in de plaatsen van het rijk van Lotharius op de kust van de Noordelijke Oceaan (lees: Westelijke of Atlantische Oceaan). Hij kwam door de Monden van de Renus (Schelde) naar Dorestadum (Audruicq), dat hij veroverde en bezette. De Noormannen o nder aanvoering van Godfried voeren de Seine op en roofden in het rijk van Karel (de Kale).
Dorestadum (Audruicq) Dorestadum (Audruicq) 50,88-02,08
de Monden van de Renus (Schelde) Schelde 50,90-02,08
WKI-247

DE BRONNEN VAN NOYON

Wat zal er geworden van Beauvais? Wat van Noviomagus (Noyon) en de andere voornaamste steden van Gallië? Moeten zij allen ten prooi vallen aan de aanvallen van de Noormannen?
Beauvais Beauvais 49,43-02,08
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-248

DE BRONNEN VAN NOYON

Een tekst, te lang om volledig geciteerd te worden, vermeldt in één adem een aanval van de Noormannen op Frisia (Vlaanderen), de Batavia (Béthune), Gent, Rouaan en Beauvais.
Beauvais Beauvais 49,43-02,08
Rouaan Rouaan 49,43-01,08
de Batavia (Béthune) Béthune 50,53-02,63
Gent Gent 51,05-03,72
Frisia (Vlaanderen) Frisia (Vlaanderen) 51,22-03,23
WKI-249

DE BRONNEN VAN NOYON

Hincmar, aartsbisschop van Reims, zendt een brief aan verschillende bisschoppen, o.a. aan Iramo, bisschop van Noviomagus (Noyon).
Reims Reims 49,25-04,03
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-250

DE BRONNEN VAN NOYON

Rorik de Noorman. was onder bewaking gesteld. N adat hij d aaruit gevlucht was, werd hij gesteund door Lodewijk, de koning van de oostelijke (lees: noordelijke) Franken. Na enige jaren verblijf tussen de Saxones (zuid van Boulogne), die aan de gebieden van de Noormannen grenzen, verzamelde hij een groot leger en begon het rijk van Lotharius aan te vallen, dat ligt tegen de kust van de Noordelijke Oceaan (lees: Westelijke, versta Atlantische Oceaan). Hij kwam door de Monden van de Renus (Schelde) naar Dorestadum (Audruicq), dat hij veroverde en in bezit hield.
Saxones (zuid van Boulogne) Saxones (zuid van Boulogne) 50,72-01,62
Dorestadum (Audruicq) Dorestadum (Audruicq) 50,88-02,08
WKI-250b

DE BRONNEN VAN NOYON

Rorik de Noorman. was onder bewaking gesteld. N adat hij d aaruit gevlucht was, werd hij gesteund door Lodewijk, de koning van de oostelijke (lees: noordelijke) Franken. Na enige jaren verblijf tussen de Saxones (zuid van Boulogne), die aan de gebieden van de Noormannen grenzen, verzamelde hij een groot leger en begon het rijk van Lotharius aan te vallen, dat ligt tegen de kust van de Noordelijke Oceaan (lees: Westelijke, versta Atlantische Oceaan). Hij kwam door de Monden van de Renus (Schelde) naar Dorestadum (Audruicq), dat hij veroverde en in bezit hield.
Saxones (zuid van Boulogne) Saxones (zuid van Boulogne) 50,72-01,62
Dorestadum (Audruicq) Dorestadum (Audruicq) 50,88-02,08
WKI-251

DE BRONNEN VAN NOYON

Hierna ontvolkten de zeerovers van de Noormannen Fresia (Vlaanderen) en de streek van de Bataven (Béthune). Zij hielden huis tot aan het klooster van St. Bavo te Gent en staken dat in brand. Vandaar trokken zij naar Rouaan en kwamen te voet tot Bavay dat zij in brand staken. Toen zij vandaar terugkeerden, werden zij door de onzen opgewacht en werd een deel van hen verdreven.
Rouaan Rouaan 49,43-01,08
Bavay Bavay 50,30-03,78
de Bataven (Béthune) Béthune 50,53-02,63
Fresia (Vlaanderen) Fresia (Vlaanderen) 50,78-03,52
St. Bavo te Gent St. Bavo te Gent
WKI-252

DE BRONNEN VAN NOYON

In hetjaar Ons Heren 851 vielen de Noormannen met 252 schepen Fresia (Vlaanderen) en de Bataven (Béthune) aan. Zij plunderden tot bij het klooster van St. Pieter en St. Bavo, dat Gent genoemd wordt, en staken dit klooster in brand. Zij wilden naar Rouaan trekken, en kwamen te voet tot bij Bavay.
Rouaan Rouaan 49,43-01,08
Bavay Bavay 50,30-03,78
de Bataven (Béthune) Béthune 50,53-02,63
Fresia (Vlaanderen) Fresia (Vlaanderen) 50,78-03,52
St. Pieter en St. Bavo (Gent) Gent 51,05-03,72
WKI-253

DE BRONNEN VAN NOYON

In hetjaar Ons Heren 851 ontvolkten de Noormannen Frisia (Vlaanderen) en het Eiland van de Bataven (Béthune): bij Gent staken zij het klooster van St. Bavo in brand.
het Eiland van de Bataven (Béthune) het Eiland van de Bataven (Béthune) 50,53-02,63
Gent Gent 51,05-03,72
klooster van St. Bavo Gent 51,05-03,72
Frisia (Vlaanderen) Frisia (Vlaanderen) 51,22-03,23
WKI-254

DE BRONNEN VAN NOYON

Godfried, zoon van Heriold de Noorman, die voorheen ten tijde van keizer Lodewijk te Mainz gedoopt was, viel Lotharius a f en begaf zich naar de zijnen. Met een sterke macht en een menigte schepenen viel hij Fresia (Vlaanderen) binnen, da a rn a de omstreken van de Schelde en tenslotte de Seine.
de Seine Seine 49,43-00,43
Mainz Mainz 50,00-08,27
Fresia (Vlaanderen) Fresia (Vlaanderen) 50,78-03,52
de Schelde Schelde 50,90-02,08
WKI-255

DE BRONNEN VAN NOYON

Opsomming van de plaatsen door de Noormannen aangevallen: Seine, Reims, Orléans, Parijs, Nantes, Angers, Poitiers, Tours, Loire, Aurillac, Neustrië, Bavay, Noviomagus (Noyon), de voortreffelijkste steden van Gallië.
Poitiers Poitiers 46,58-00,33
Nantes Nantes 47,22--1,55
Loire Loire 47,27--2,18
Tours Tours 47,38-00,68
Angers Angers 47,47--0,55
Orléans Orléans 47,92-01,90
Parijs Parijs 48,87-02,33
Reims Reims 49,25-04,03
Seine Seine 49,43-00,43
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Bavay Bavay 50,30-03,78
Aurillac Aurillac
Neustrië Neustrië
WKI-256

DE BRONNEN VAN NOYON

Immo de bisschop (van Noyon), de abt Adelardus van St. Omaars, Wantcaldus en Odelricus worden als “missi dominici” aangewezen voor het land van Noviomo (Noyon), Vermandois, Adertiso (Haudrecy, Ard.), Kortrijk, Vlaanderen, de graafschappen van Engilramnus en Waltcandus.
Noviomo (Noyon) Noyon 49,58-03,00
St. Omaars St. Omaars 50,75-02,25
Vlaanderen Vlaanderen 50,78-03,52
Kortrijk Kortrijk 50,83-03,27
Adertiso (Haudrecy, Ard.) Adertiso (Haudrecy, Ard.)
Vermandois Vermandois
WKI-257

DE BRONNEN VAN NOYON

Wat moet er worden van Bavay, wat van Noviomagus (Noyon) en al de andere eerste steden van Gallië? Moeten zij tenonder gaan aan de aanvallen van de Noormannen en het zwaard van de vijand?
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Bavay Bavay 50,30-03,78
WKI-258

DE BRONNEN VAN NOYON

Karel de Kale, koning van West
Francië, geeft een oorkonde uit ten gunste van de kerk van Doornik aan Immo, bisschop van Noviomagus (Noyon) en Doornik.
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Doornik Doornik 50,60-03,38
WKI-259

DE BRONNEN VAN NOYON

Andere zeerovers van de Noormannen ontvolkten Fresia (Vlaanderen) en het naastaanliggende deel van Saxonia (zuid van Boulogne).
Saxonia (zuid van Boulogne) Saxonia (zuid van Boulogne) 50,72-01,62
Fresia (Vlaanderen) Fresia (Vlaanderen) 50,78-03,52
WKI-260

DE BRONNEN VAN NOYON

Lotharius gaf geheel Frisia (Vlaanderen) aan zijn zoon Lotharius. Daarom begaven Rorik en Godfried (de Noormannen) zich naar hun vaderland Dania in de hoop daar koning te worden. maar omdat het geluk hen niet toelachte, zetten zij zich neer in Dorestadum (Audruicq) en beheersten het grootste deel van Frisia (Vlaanderen).
Dorestadum (Audruicq) Dorestadum (Audruicq) 50,88-02,08
Frisia (Vlaanderen) Frisia (Vlaanderen) 51,22-03,23
WKI-261

DE BRONNEN VAN NOYON

De Noormannen verwoestten de streek van de Seine en vielen Parijs aan, w aar zij de basiliek van St. Petrus en Ste. Genoveva in brand staken en alle andere kerken behalve het klooster van St. Steven en de kerk van St. Vincentius en St. Germanus en de kerk van St. Dionisius. Andere Noormannen namen met geweld de haven in die Dorestadum (Audruicq) heet en het gehele Eiland van de Bataven (Béthune) en alle omliggende plaatsen.
Parijs Parijs 48,87-02,33
de Seine Seine 49,43-00,43
het gehele Eiland van de Bataven (Béthune) het gehele Eiland van de Bataven (Béthune) 50,53-02,63
Dorestadum (Audruicq) Dorestadum (Audruicq) 50,88-02,08
WKI-261b

DE BRONNEN VAN NOYON

De Noormannen verwoestten de streek van de Seine en vielen Parijs aan, w aar zij de basiliek van St. Petrus en Ste. Genoveva in brand staken en alle andere kerken behalve het klooster van St. Steven en de kerk van St. Vincentius en St. Germanus en de kerk van St. Dionisius. Andere Noormannen namen met geweld de haven in die Dorestadum (Audruicq) heet en het gehele Eiland van de Bataven (Béthune) en alle omliggende plaatsen.
Parijs Parijs 48,87-02,33
de Seine Seine 49,43-00,43
het gehele Eiland van de Bataven (Béthune) het gehele Eiland van de Bataven (Béthune) 50,53-02,63
Dorestadum (Audruicq) Dorestadum (Audruicq) 50,88-02,08
WKI-262

DE BRONNEN VAN NOYON

De Noorman Rorik, die heerste over Dorestadum (Audruicq), voerde met verlof van de koning Lotharius een vloot naar de gebieden van de Noormannen (Normandië), en met verlof van Harik, koning van de Noormannen, nam hij het deel tussen de zee en de rivier de Egidora (de Authie) met zijn aanhangers in bezit.
Dorestadum (Audruicq) Dorestadum (Audruicq) 50,88-02,08
Egidora (de Authie) Egidora (de Authie)
Noormannen (Normandië) Noormannen (Normandië)
WKI-263

DE BRONNEN VAN NOYON

Koning Karel (de Kale) riep op verschillende plaatsen vergaderingen van de bisschoppen bijeen en begaf zich met zijn neven, de koningen Lotharius en Karel, naar een vergadering van bisschoppen te Seponarias, op vier mijlen afstand van Toul. daar bracht hij een akte van beschuldiging in tegen Gualino, de aartsbisschop van Sens. Deze zaak werd evenwel uitgesteld wegens de afwezigheid van dezelfde Gualino. Vandaar begaf hij zich naar een bijeenkomst met zijn broer koning Lodewijk in het Eiland van de Renus (Het Eiland van de Bataven) tussen Autumriacum (Autigny) en Confluentes (Conflans
St. Honorine).
Seponarias (op vier mijlen afstand van Toul: Sens Seponarias (op vier mijlen afstand van Toul: Sens 48,20-03,28
Eiland van de Renus (Het Eiland van de Bataven) Eiland van de Renus (Het Eiland van de Bataven) 50,53-02,63
Autumriacum (Autigny) Autumriacum (Autigny)
Confluentes (Conflans-St. Honorine) Confluentes (Conflans-St. Honorine) 48,98-02,10
WKI-264

DE BRONNEN VAN NOYON

De Noormannen vielen opnieuw aan en zij roofden en vernielden het klooster van St. Valéryen
Somme en de stad Amiens en alle omliggende plaatsen met moord en brand. Anderen van hen vielen met dezelfde furie het Eiland van de Bataven in de Renus aan. Zij echter, die aan de Seine verbleven, vielen in de nacht de stad Novioma (Noyon) aan, namen daar bisschop Immo met veel edelen en geestelijken gevangen, en na de stad verwoest te hebben, voerden zij deze af en doodden hen onderweg. Twee maanden tevoren hadden zij Ermenfridus, de bisschop van Beauvais vermoord; hetjaar tevoren Baltfridus, de bisschop van Bayeux.
Bayeux Bayeux 49,27--0,70
Beauvais Beauvais 49,43-02,08
de Seine Seine 49,43-00,43
Novioma (Noyon) Novioma (Noyon) 49,58-03,00
Amiens Amiens 49,90-02,30
klooster van St. Valéryen-Somme St. Valéry-en-Somme 50,18-01,63
Eiland van de Bataven Eiland van de Bataven 50,53-02,63
de Renus Renus 50,90-02,08
WKI-264b

DE BRONNEN VAN NOYON

De Noormannen vielen opnieuw aan en zij roofden en vernielden het klooster van St. Valéryen
Somme en de stad Amiens en alle omliggende plaatsen met moord en brand. Anderen van hen vielen met dezelfde furie het Eiland van de Bataven in de Renus aan. Zij echter, die aan de Seine verbleven, vielen in de nacht de stad Novioma (Noyon) aan, namen daar bisschop Immo met veel edelen en geestelijken gevangen, en na de stad verwoest te hebben, voerden zij deze af en doodden hen onderweg. Twee maanden tevoren hadden zij Ermenfridus, de bisschop van Beauvais vermoord; hetjaar tevoren Baltfridus, de bisschop van Bayeux.
Bayeux Bayeux 49,27--0,70
Beauvais Beauvais 49,43-02,08
de Seine Seine 49,43-00,43
Novioma (Noyon) Novioma (Noyon) 49,58-03,00
Amiens Amiens 49,90-02,30
klooster van St. Valéryen-Somme St. Valéry-en-Somme 50,18-01,63
Eiland van de Bataven Eiland van de Bataven 50,53-02,63
de Renus Renus 50,90-02,08
WKI-264c

DE BRONNEN VAN NOYON

De Noormannen vielen opnieuw aan en zij roofden en vernielden het klooster van St. Valéryen
Somme en de stad Amiens en alle omliggende plaatsen met moord en brand. Anderen van hen vielen met dezelfde furie het Eiland van de Bataven in de Renus aan. Zij echter, die aan de Seine verbleven, vielen in de nacht de stad Novioma (Noyon) aan, namen daar bisschop Immo met veel edelen en geestelijken gevangen, en na de stad verwoest te hebben, voerden zij deze af en doodden hen onderweg. Twee maanden tevoren hadden zij Ermenfridus, de bisschop van Beauvais vermoord; hetjaar tevoren Baltfridus, de bisschop van Bayeux.
Bayeux Bayeux 49,27--0,70
Beauvais Beauvais 49,43-02,08
de Seine Seine 49,43-00,43
Novioma (Noyon) Novioma (Noyon) 49,58-03,00
Amiens Amiens 49,90-02,30
klooster van St. Valéryen-Somme St. Valéry-en-Somme 50,18-01,63
Eiland van de Bataven Eiland van de Bataven 50,53-02,63
de Renus Renus 50,90-02,08
WKI-265

DE BRONNEN VAN NOYON

Daarom kwamen zij naar de burcht van Laon en wat in de omgeving daarvan lag, roofden en vernielden zij. Zij waren van plan naar Reims te gaan, ma a r kwamen over Soissons en Noviomagus (Noyon) om de voornoemde burcht te veroveren en aan hun rijk toe te voegen.
Reims Reims 49,25-04,03
Soissons Soissons 49,37-03,33
Laon Laon 49,57-03,62
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
WKI-266

DE BRONNEN VAN NOYON

In deze tijd verspreidden de Noormannen zich over Aquitanië, omdat de bestuurders onder elkander oorlog voerden en niemand de weerstand (tegen de Noormannen) organiseerde. Zij staken het eiland Hero (Noirmoutier, Vendée) in brand, het klooster Dée, Bordeaux, Saintes, Angoulême, Limoges, Parijs, Tours, Bavay, Noviomagus (Noyon), Orléans, Poitiers; verder zijn ontelbare kloosters en burchten vernield na de dood van keizer Lodewijk.
Bordeaux Bordeaux 44,83--0,57
Saintes Saintes 45,75--0,63
Poitiers Poitiers 46,58-00,33
Tours Tours 47,38-00,68
Orléans Orléans 47,92-01,90
Parijs Parijs 48,87-02,33
Noviomagus (Noyon) Noyon 49,58-03,00
Bavay Bavay 50,30-03,78
Angoulême Angoulême
het eiland Hero (Noirmoutier, Vendée) het eiland Hero (Noirmoutier, Vendée) 47,00--2,25
Limoges Limoges 45,85-01,25
WKI-267

DE BRONNEN VAN NOYON

De Noormannen. doodden alle geestelijken en bisschop Immo van Noyon. Van Noyon tot St. Denis, van Chartres tot Parijs lieten zij geen stad of huis onaangetast.
Chartres Chartres 48,45-01,50
Parijs Parijs 48,87-02,33
Noyon Noyon 49,58-03,00
St. Denis St. Denis
WKI-268

DE BRONNEN VAN NOYON

De Noormannen. vielen met hun gewone geweld het gebied binnen van de Menapiërs (Cassel), in de zeebaai die de haven van de IJzer (Nieuwpoort) wordt genoemd.
Menapiërs (Cassel) Menapiërs (Cassel) 50,80-02,48
de haven van de IJzer (Nieuwpoort) Nieuwpoort 51,13-02,75
WKI-269

DE BRONNEN VAN NOYON

Een machtige vloot van de Noormannen legde te Nieuwpoort aan. Vandaar trokken zij naar de abdij van St. Bertin (St. Omaars) en de oevers van de IJzer en plunderdèn de gehele streek. Van St. Omaars uit plunderden zij de gehele Morinie (Terwaan).
Morinie (Terwaan) Morinie (Terwaan) 50,63-02,25
St. Omaars St. Omaars 50,75-02,25
Nieuwpoort Nieuwpoort 51,13-02,75
WKI-270

DE BRONNEN VAN NOYON

Karel de Kale, koning van West
Francië, schenkt de plaats Bonne Maison in het “ graafschap” Noviomus (Noyon) aan de schatkamer van St. Denis bij Parijs.
Bonne Maison (in het “ graafschap” Noviomus (Noyon)) Bonne Maison (in het “ graafschap” Noviomus (Noyon))
St. Denis bij Parijs St. Denis bij Parijs
WKI-271

DE BRONNEN VAN NOYON